Krijgsgeweld en kolonie

Militaire geschiedenis van Nederland als kolonisator

[Recensie] Alweer enige tijd geleden is er een nieuwe loot aan de stam van het boekenproject Militaire geschiedenis van Nederland ontsproten. Dit project van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en mede mogelijk gemaakt door uitgeverij Boom heeft tot doel een modern overzicht van de Nederlandse militaire geschiedenis beschikbaar te maken, van de zestiende eeuw tot nu. Na delen over de Tachtigjarige Oorlog, de vroegmoderne expansie naar Oost en West en het militair bedrijf in Europa in de zeventiende en achttiende eeuw, gaat dit deel van de reeks over het militaire handelen van Nederland als imperialistische negentiende-eeuwse kolonisator. Daar houdt het echter niet op, ook de twintigste-eeuwse dekolonisaties komen aan de orde. De ene zeer bloedig in Indonesië, de andere geruislozer in Suriname en de Nederlandse Antillen.

De auteurs hebben ervoor gekozen het boek in drieën te verdelen. De eerste twee delen zijn gewijd aan Indonesië; eerst de kolonisering en in het tweede deel de dekolonisatie. Het derde deel beslaat de koloniën in ‘de West’; Suriname en de Antillen. De zeer recente einddatum van het boek is een beetje vertekend. 2010 duidt op de gewijzigde staatkundige verhouding van de Nederlandse Antillen tot Nederland in Europa binnen het Koninkrijk der Nederlanden, toen drie van de eilanden de status van land binnen het koninkrijk kregen en drie andere gemeenten werden. In het boek beslaat relatief weinig tekst de laatste vijftig jaar.

In min of meer chronologisch opgezette hoofdstukken beschrijven de auteurs de Nederlandse militaire expedities en handelen in de koloniën. Daarbij is vooral treffend hoe weinig de strategie binnen de Nederlandse legertop aan verandering onderhevig was. De auteurs constateren dat de Nederlandse troepen tijdens de dekolonisatieoorlog nog steeds grotendeels hetzelfde opereerden als tijdens de imperialistische veroveringsoorlogen in de negentiende en begin twintigste eeuw. Het opzetten van buitenposten, aanvallen van machtscentra met guerrilla en contraguerrilla tot gevolg zoals generaal Spoor c.s. dat ervoeren in de periode 1945-1950; het was allemaal bekend terrein voor het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) dat een dergelijke strategie in decennialange koloniale oorlogsvoering veelvuldig had gehanteerd.

Naast de militaire expedities die natuurlijk aan bod komen, hebben de auteurs ook veel aandacht voor andere aspecten van het militaire apparaat dat in de kolonie opereerde. Een voorbeeld hiervan is het bezien van het leger als instrument van de koloniale macht, maar ook aandacht voor de uitrusting van de militairen, de achtergrond en werving van de troepen, omgang met zieken en de rol en organisatie van de marine komen uitvoering aan bod, zowel in Oost als in West. Dat maakt dit boek een geweldig overzichtswerk.

TijdvoorTijdschriften

Na de recente presentatie van de conclusies van het grootschalige onderzoek naar het Nederlandse handelen in de dekolonisatieoorlog in Indonesië is deze oorlog weer volop in de belangstelling komen te staan. Het is mede daarom interessant de conclusies van de onderzoekers van NIOD/KITLV/NIMH eens naast die van deze eerdere uitgave van NIMH-historici te houden. Dan valt op dat ook in de voorliggende studie, net als in het landelijke onderzoeksproject, de auteurs een voorkeur hanteren voor de term ‘extreem geweld’. Ook wordt gesproken over terreur en contra-terreur, maar ‘oorlogsmisdaden’ komen we niet tegen in het register. Wel ‘oorlogsplannen’ en zelfs ‘oorlogsrecht’, maar ‘oorlogsmisdaden’ niet. Misschien een kniesoor die erop let, maar gezien de storm van kritiek die hierover is ontstaan tegenover de onderzoekers van het landsbrede project het vermelden waard. Wel is er een sectie van het boek gewijd aan militaire ethiek en extreem geweld. Daarin laten de auteurs zien hoe extreem geweld functioneerde binnen de context van militaire belangen die ermee gediend werden geacht, en hoe die doctrine van ‘nuttig en noodzakelijk geacht geweld’ zoals ik het parafraseer, in de anderhalve eeuw kolonisatie en dekolonisatie niet wezenlijk veranderde. Er vond in militaire kringen debat plaats over het ‘chirurgisch geweld’ van Van Heutsz en over de toepasselijkheid van oorlogsrecht maar dit veranderde weinig aan de praktijk van platbranden van dorpen, executie van burgers en moord op vrouwen en kinderen ten tijde van oorlog. De auteurs meten zich hierover geen oordeel aan dat is afgeleid van ons hedendaagse rechtsbesef, maar opereren primair beschrijvend. Dat wil niet zeggen dat de auteurs het grove geweld dat het KNIL systematisch toepaste eufemistisch duiden. De auteurs schuwen het niet de gruwelijke aspecten van oorlogsvoering in de kolonie te benoemen. Dat plaatsen zij in een context, waarbij het extreme geweld moest dienen als afschrikmiddel, waarbij meespeelde dat men met zo min mogelijk middelen een zo groot mogelijk rendement wilde behalen. In de kolonie in het algemeen, maar ook in de militaire strijd. Dat werkte terreur in de hand. Dat maakt dat Krijgsgeweld en kolonie geen boek is dat je in één ruk achter elkaar uitleest. Dat heeft niet zozeer met de leesbaarheid te maken, die is prima, maar met de uitvoerige analyses van de strijdmethoden en hun soms huiveringwekkende uitkomst.

Met dit werk hebben de NIMH-auteurs wederom een gigant afgeleverd. Het vuistdikke boek van koffietafelformaat verveelt geen moment vanwege de toegankelijke tekst. Op zichzelf een prestatie gezien de soms toch lastige technische aspecten die komen kijken bij het schrijven van militaire geschiedenis. Dat komt de leesbaarheid van sommige militair-historische boeken niet altijd ten goede. Naast een fijne schrijfstijl is er in het boek ook veel zorg besteed aan de illustraties en verhelderende kaarten, tabellen en grafieken. Het uitkijken is naar de laatste delen in de serie over Nederland in Europa in de negentiende en twintigste eeuw, en de Koude Oorlog. Ik kan niet wachten!

Eerder verschenen op Hereditas Nexus