Little White Wonder

Donderdag, 16 september, 2021

Geschreven door: Charles Beterams
Artikel door: Bertram Mourits

Geschiedenis van de Nederlandse bootlegs

[Recensie] Het begon allemaal met Bob Dylan die zich, na zijn motorongeluk in 1966, een tijdje terugtrok. Daarom duurde het lang voordat er nieuwe opnames kwamen, en toen muziekliefhebbers de hand wisten te leggen op onuitgebracht materiaal, deden ze wat Dylan verzuimde: een nieuw album uitbrengen: Great White Wonder. Wit vanwege de blanco hoes, ‘great’ vanwege de kwaliteit van het materiaal (het was een gedeeltelijke voorbode van The Basement Tapes) en ‘Wonder’ misschien wel omdat zo’n album nog nooit eerder was verschenen. In Little White Wonder ontrafelt Chris Beterams de geschiedenis van de Nederlandse bootlegs. Het is een met liefde en oog voor detail opgetekend verhaal, rijk een mooie anekdotes over een korte periode waar platenmaatschappijen niet opgewassen waren tegen de creativiteit van muziekliefhebbers/cowboys die de fans wilden voorzien van nog meer Dylan, Pink Floyd, Rolling Stones.

Om juridisch niet al te kwetsbaar te zijn aanvankelijk onder namen als “Basement Singers” (Dylan), “Big Pink” en “Greatest Group on Earth” (de Stones). Veel opnames waren live, opgenomen met binnengesmokkelde bandrecorders, vaak met een matige geluidskwaliteit. Artwork was minimaal, als het er al was. Je kocht ze op het Waterlooplein, of in eigenzinnige speciaalzaken als Boudisque. De glorietijd van de Nederlandse bootleg is de vroege jaren zeventig, daarna wordt het allemaal ingewikkelder. Politie valt winkels binnen, platen worden in beslag genomen, Stemra gaat zich wapenen… De aantrekkingskracht schuilt in het unieke en half illegale, en Beterams brengt dat goed over in het fraai geïllustreerde boek. Dankzij internet valt na te gaan dat veel van deze mythische witte platen niet echt heel erg de moeite waard zijn. Jammer, eigenlijk.

In 2020 vierde gitaarvirtuoos Harry Sacksioni zijn vijftigjarige jubileum, onder andere met een boek vol anekdotes – waarvan hij er enkele tien jaar geleden ook had verteld in een boekje met dezelfde titel: Dat kunnen ze allemáál wel zeggen. Het is een mooie carrière waarover Sacksioni met plezier en tevredenheid vertelt, in grotendeels korte stukjes: geen grote lijnen maar amusante anekdotes. Over het verrassende succes van zijn eerste album, en de zelfverzekerdheid waarmee hij wist tegen wie hij ja (Herman van Veen) en nee (Dave Dee) moest zeggen. Over corrupte Oost-Duitse politie en ongelovige Vlaamse verkeersregelaars (aan wie Sacksioni de titel van zijn boek heeft te danken). Over de keer dat Raymond van ’t Groenewoud hem verleidde te gaan zingen. Over een verdwenen theater (‘De Roestbak’) en over een heel goed liedje van Britney Spears. Er ging wel eens iets fout, maar dat had eigenlijk nooit met de gitaar te maken: een kapotte auto, een opdringerige schouwburgdirecteur, en een stalker, een nuchter opgeschreven maar vreselijk verhaal dat aan dit vrolijke boek een slotakkoord in mineur geeft.

Boekenkrant

Eerder verschenen in Heaven