Loslaten zullen ze nooit meer

Dinsdag, 19 juli, 2022

Geschreven door: Marius Atmoredjo
Artikel door: Bas Aghina

Poëzie die ook aantoont hoe veelstemmig onze gedeelde geschiedenis

[Recensie] De Nieuwsbrief van Neerlandistiek is een schatkamer annex snoepkraam, ook voor wie Nederlandse gedichten zoekt uit verre tijden of gebieden, of beide. Het is dan ook daar dat ik een interessant gedicht vond van de Surinaams-Javaanse dichter Marius Atmoredjo uit zijn bundel Loslaten zullen ze nooit meer uitgegeven bij In de Knipscheer. Tijd om de hele bundel te lezen.

Familievertelling over continenten
Atmoredjo’s gedichten zijn geïnspireerd door familieverhalen overgeleverd vanaf zijn overgrootmoeder. Zij – de Mbah Sari in een van de eerste gedichten? – kwam als contractarbeidster vanuit toenmalig Nederlands-Indië in de negentiende eeuw in Suriname aan. Dat klinkt positiever dan het eraan toeging, het was koloniale transmigratiepolitiek: overbevolking ‘in de Oost’ tegengaan door andere rijksgenoten als goedkope arbeidskrachten in te zetten in de regelmatig kwakkelende West-Indische/Surinaamse economie.

Ondanks deze bewogen oorsprong weeft Atmoredjo – opgeleid als werktuigbouwkundige – vooral een mooie en eerlijke geschiedenis. Beeld voor beeld reizen wij mee van het verblijf in de buitengebieden nu eens luierend op een ambèn (eenvoudig bed van hout of bamboe) dan weer met angst voor de dorpsleraar (“Voor het klaslokaal/staat hij al klaar/om met een éénmeterliniaal/mijn weerstand/weer af te meten […]” of in afwachting van de regens. Tot we met de schrijver in Nederland zijn aangekomen waar sneeuw en grote gebouwen de regels beheersen – of toch niet helemaal: “Maar de eerste najaarssneeuw/dwarrelt al uit de hemel/en hoopt zich op als schaafijs/op het zadel van mijn fiets/terwijl ik het ijs wegschraap/gaan mijn gedachten terug naar mijn vriend/toen nog een jongetje […]”

Klassiek

Scènes

De Atmoredjo’s stijl is nuchter, eigenlijk nooit pathetisch en steeds hanteert hij de woorden met – bijna bèta? – precisie. Soms doen deze gedichten in de verte wat denken aan de klassieke Chinese landschapsdichtkunst, die in resonerende natuurbeelden ook hele binnenwerelden oproepen. Een andere keer zijn de gedichten metaforisch met een weemoedig-milde humor zoals in De Dag:

“De dag is allang versleten
de lager van het wiel
is aan vervanging toe

Het piept en het kraakt en het roept
naar het goede van gisteren

Zo sluit ik de dag weer af
en wacht tot morgen
de as afbreekt
en ik rondtol
als het wiel dat geen houvast heeft”

Na zo’n gedicht betrap je jezelf op de spontane gedachte: na bioloog Leo Vroman verfrissend weer eens een ‘exacte’ dichter – al zijn de stijlen verschillend en is exactheid niet alleen aan bèta’s voorbehouden (natuurlijk).

Vooruit, nog een fragment dan, uit Djati kast*

“De deur van mijn
seniore onderbuurvrouw
staat al op een kier
als ik arriveer
zij zit naast haar djati kast|
waarvan de kleine lades openstaan
alsof er vlinders in zaten
die ze de vrijheid gaf.
en in de onderste gesloten lade
de cocons nog zijn bewaard
[…]”
* Djati: hout van de Indische teakboom

Stem in taalfamilie
Atmoredjo laat zien hoe opgroeien in een levende verhalentraditie goede poëzie kan opleveren. Poëzie die daarmee ook aantoont hoe veelstemmig onze gedeelde geschiedenis en dus identiteit en Nederlandse taal zijn. Ook voor iedereen die nog niet dagelijks beseft dat een leven er één in een keten is en dat wij van verhalen aan elkaar hangen.

Deze bundel is zonder meer een ontdekking, niet in de laatste plaats omdat het belangrijk is dat juist de wat minder vaak gehoorde groep Surinaamse Javanen nu een dichterlijke stem heeft: duidelijk, geworteld en levend. Een stem ontstaan in de voormalige “West” die wij hopelijk nog vaker zullen horen klinken in de grote huiskamer van de Nederlandse taalfamilie.

Eerder verschenen op Met de neus in de boeken