Marie Curie en haar dochters

Woensdag, 21 september, 2022

Geschreven door: Claudine Monteil
Artikel door: Marnix Verplancke

Drie uitzonderlijke vrouwen

De voormalige Franse diplomate Claudine Monteil schreef een bevooroordeeld boek over het engagement van Marie Curie en haar dochters. 

[Recensie] Veruit het spectaculairste nieuwe wapen dat ingezet werd tijdens Wereldoorlog I was gifgas, maar ook de eerste granaten zorgden voor gruwelijke wonden. Waar precies in het lichaam van de getroffen soldaten zaten de granaatscherven, en hoe kregen de artsen die er weer uit? Marie Curie, die inmiddels twee Nobelprijzen op haar naam had staan, natuurkunde in 1903 en scheikunde acht jaar later, besefte dat röntgenapparaten de scherven zichtbaar zouden maken en vatte daarom het plan op deze toestellen in auto’s te installeren en daarmee achter het front zoveel mogelijk veldhospitalen aan te doen. Het leverde haar na de oorlog erkenning en een ereteken op.

Voor Claudine Monteil, de schrijfster van Marie Curie en haar dochters, typeert dit voorval de Pools-Franse ontdekster van de elementen radium en polonium helemaal. Ook al deed ze fundamenteel onderzoek, ze was ook altijd op zoek naar de concrete toepasbaarheid ervan. De geheimzinnige straling die ze had ontdekt, wou ze bijvoorbeeld gebruiken bij het behandelen van kanker, diezelfde straling die haar de leukemie bezorgde waaraan ze op haar 66e stierf.

In haar biografie van Marie en haar dochters Irène en Eve gaat Monteil vooral op zoek naar de sociale gedrevenheid van deze drie vrouwen. Marie Curie, die heel wat te verduren kreeg omdat ze een vrouw was in een mannelijke wetenschappelijke wereld en een Poolse in een Franse samenleving die nog steeds verscheurd werd door de herinneringen aan de Dreyfusaffaire, stond immers niet alleen in haar engagement.

Heaven

Irène, die ook op wetenschappelijk vlak in de voetsporen van haar moeder trad en samen met haar man Frédéric Joliot in 1935 de Nobelprijs voor de scheikunde kreeg, ging bijvoorbeeld de politiek in en werd in 1936 in de regering van Léon Blum staatssecretaris voor Wetenschappelijk Onderzoek. Teleurgesteld omdat de regering zich onthield bij de stemming over het voorstel om het vrouwenkiesrecht in te voeren en omdat Frankrijk neutraal bleef tijdens de Spaanse burgeroorlog, gaf ze dat ambt al gauw op. Van de weeromstuit werd ze steeds linkser, koos ze openlijk partij voor Stalin en Mao en belandde ze omwille van haar communistische sympathieën zelfs in een Amerikaanse gevangenis. Eve ging een heel andere richting uit. Na een gevierde carrière als oorlogsverslaggever tijdens WO II, waarbij ze zowat alle groten der aarde interviewde voor Amerikaanse media, werd ze een rabiate gaulliste, speciaal adviseur van de eerste secretaris-generaal van de NAVO en uiteindelijk de meewerkende vrouw van Henry Labouisse, tussen 1965 en 1980 uitvoerend directeur van UNESCO.

Het is wanneer je dit leest dat je beseft waarom Monteil haar boek heeft geschreven, omdat deze diplomate op rust en een van de stichtsters van de Franse vrouwenbeweging ook zelf jarenlang voor UNESCO heeft gewerkt. Dat ze duidelijk meer sympathie heeft voor Eve dan voor Irène hoeft dan ook niet te verbazen, maar dit gebrek aan objectiviteit maakt er haar boek, dat sowieso al niet uitblinkt in stijl of inlevingsvermogen, natuurlijk niet beter op.

Eerder verschenen in Knack