Meer dan de mens alleen

Zondag, 4 juli, 2021

Geschreven door: André Nusselder
Artikel door: Robin Hurkens

Ontsnappen aan het dagelijkse verlangen

[Recensie] Elke filosofie is een zelfbekentenis van zijn schepper, schreef Nietzsche 135 jaar geleden al. Dit oordeel impliceert geenszins een diskwalificatie, integendeel. Het ging Nietzsche namelijk alleen om elke filosofie die deze naam ook verdient. De feitelijke levenskiem waaruit deze – soms – overweldigende plant is gegroeid, zo zou ik Nietzsche’s idee hierover samenvatten, wordt niet zozeer gevormd door een of ander willekeurig individu.
Dan zou het enkel gaan om een inwisselbaar subjectivistisch standpunt. Nee de levenskiem van elke filosofie is een specifieke ethiek die volgens Nietzsche weer voortkomt uit een diep doorvoelde aandrift. André Nusselder, de filosoof wiens nieuwste boek ik hier zal bespreken, zou zeggen: een diep doorvoeld verlangen, en daarover precies gaat zijn boek The Surface Effect (2012).

Meer dan de mens alleen is een inspirerend, bevlogen en goed geschreven filosofisch essay van 225 pagina’s dat begint met een tragisch biografisch detail uit het leven van Vincent van Gogh en eindigt met een analyse wat volgens Nusselder de ware tragiek is van zijn leven. Deze analyse vloeit zeer organisch en daardoor volkomen vanzelfsprekend voort uit hetgeen wat Nusselder in zijn boek betoogt. Heel mooi qua opbouw. Goed geschreven ook, vooral omdat Nusselder keer op keer bepaalde gedachten en uitspraken herneemt en deze zo in een nieuw licht plaatst.

Nusselder is gepromoveerd filosoof en dat is te merken. Hoewel het leven van Van Gogh als een rode draad door zijn boek loopt, wordt ook een beroep gedaan op denkers als Plato, Freud, Lacan, Hegel, Nietzsche, de mythekenner Joseph Campbell, de godsdienstwetenschapper Mircea Eliade en de befaamde criticus van het postmodernisme Alain Badiou. Hoewel hun thematiek iedereen aangaat, is het wellicht toch moeilijke stof voor de leek, te meer omdat Nusselder er niet helemaal aan ontkomt om academisch jargon te gebruiken.
Nusselder is op zijn sterkst wanneer hij zich concentreert op zijn ‘helden’, mensen die zich laten leiden door hun diepste verlangen: Vincent van Gogh, Jezus, Paulus, Gauguin en ook – heel verrassend: Rémi, de hoofdpersoon uit het kinderboek Alleen op de wereld van Hector Malot. Deze ‘helden’ trekken er op uit, zij gaan op zoek naar – wat Nusselder noemt – de waarheid van hun diepste verlangen, hun ‘eigenlijke ik’. Zij staan in groot contrast met degenen tegen wie Nusselder zich verzet: de naïeve oppervlakkige mens die
de wereld eenvoudigweg neemt zoals die is. Deze oppervlakkige mens met zijn materialistische en egocentrische pleziertjes is volgens Nusselder gemakzuchtig en onverschillig. Het doel van zijn ‘ethiek van het verlangen’ is dan ook om hieraan te ontsnappen. Dit laatste is niet eenvoudig, erkent ook Nusselder. Ik parafraseer:

“In de naïeve verhouding tot de wereld zijn de dingen gewoon zoals ze zijn. Tijdens het zoeken wordt alles op zijn kop gezet, maar met hernieuwd inzicht zijn de dingen later weer opnieuw wat ze zijn, maar dan in een ander licht. Alles is veranderd terwijl er
ogenschijnlijk niets is veranderd. Alles is nog steeds hetzelfde. Wat veranderd is, is de verhouding van een persoon tot alle dingen om haar heen. Daardoor bewoont zij een andere wereld, wat hetzelfde is als zeggen dat zij dezelfde wereld bewoont, maar vanuit een andere houding, waardoor de dingen een andere betekenis krijgen. Dit is de weg van
zelftransformatie. Het is een raadselachtige weg, omdat hij veelal niet duidelijk zichtbaar is. De transformatie is alleen te zien in andere waarderingen: wat vindt iemand belangrijk?
Waar draait het voor haar om? Waar gaat iemand voor en waar steekt ze haar energie in?
Wat ziet iemand ergens in? Dan gaat het uiteindelijk om waarde.”

Tot zo ver kan ik volledig met Nusselder meegaan. Dat deze schrijver zelf ook de nodige transformaties heeft afgelegd, is ook duidelijk; zijn hele boek is een groot pleidooi voor meer diepgang en dat het verlangen gericht moet zijn op het goede. Maar wat precies getuigt van diepgang? Wat is waardevol en wat niet? Wat precies is het goede? Nusselder is daar zelf heel duidelijk in: materiële zaken boeien hem niet, hij is geïnteresseerd in kunst, de extase en het belang van sublimatie. Keer op keer benadrukt hij het verschil tussen fantasie als overbodig verzinsel en een diepgaand fantasma. Hij erkent weliswaar dat de idee van Het Goede gepaard kan gaan met verblinding, dat de lijn tussen krankzinnigheid en genialiteit flinterdun is, dat wie zijn leven wijdt aan een ‘hogere zaak’ zich zowel kan richten op hulp aan armen, de redding van het milieu of aan de ISISheilstaat.
Maar hoe maak je die scheidslijn? Hoe weet je dat je op de juiste weg zit?
Spinoza schreef het al: men verlangt niet naar iets omdat het waardevol is, maar men noemt iets waardevol omdat men ernaar verlangt. Met Nusselder zit het wel goed, daarvan getuigt zijn inspirerende boek, maar er zijn ook talloze minder prettige mensen die zeer oprecht naar iets verlangen.

En zo zijn er nog wel meer discussiepunten aan te geven in dit boek, maar dat maakt het juist ook interessant, heel geschikt voor boekenclubs. Of gewoon voor jezelf: om er je eigen gedachten aan te toetsen – en te transformeren. Meer dan de mens alleen is een inspirerend en plezierig leesbaar boek voor intelligente mensen die meer willen in het
leven dan alles wat vanzelf spreekt. Het is een boek voor mensen die echt iets willen ervaren bij een kunstwerk en niet zomaar plaatjes willen kijken. Het is een boek voor mensen die geïnteresseerd zijn in het psychoanalytisch gedachtegoed, willen weten wat een groots verlangen vermag en wat gedichten kunnen behelsen. Over al deze zaken geeft André Nusselder diepe en verfrissende inzichten.

Boekenkrant

Eerder verschenen op Robin Hurkens