Meestal tussen de bomen

Dinsdag, 13 december, 2022

Geschreven door: Elly de Waarl
Artikel door: Elisabeth Francet

Heimelijk turbulent

[Recensie] Minuscule, seizoensgebonden veranderingen in de natuur bezorgen Elly de Waard, dichter sinds ruim veertig jaar, een lyrische aandrift. In haar jongste bundel Meestal tussen de bomen bezingt De Waard met ritmisch wiegende verzen haar vertrouwde muzen: de natuur en de vrouw. Aandachtig observerend, lucide dromend, zoekt ze geborgenheid in haar “gecultiveerde wildernis”, de immense innerlijke ruimte die duisterder wordt naarmate het levenseinde nadert. Dromen biedt haar de gelegenheid een personage te zijn in verhalen die zich buiten haar om lijken af te spelen.

“Is dit dan al de voorbereiding op mijn dood?
Dat ik in slaap, in dromen elke nacht
de flarden van mijn levensloop
voorbij zie komen? Zijn dit de repetities
voor mijn sterven onverhoopt?”


In het niemandsland tussen mens en natuur, tussen leven en dood, is zowel de storm als de geborgenheid van het haardvuur en de schemerlamp welkom. Geen kier of een windvlaag wringt zich ertussen, geen spleet of het zwakke schijnsel van de nieuwe maan stelt alweer gerust. De herinnering aan de blos van een vrouw en de aanblik van een boom in bloesemtijd wekken de dichter lijfelijk tot leven. De Waard projecteert haar heftigste gevoelens op de natuur; brutaal of ingetogen, extatisch of sereen, vechtend of verzoenend wisselen tegendelen elkaar voortdurend af, als eb en vloed.

Dromen (“niet te voorziene escapades in de nacht”) brengen flarden van een vervlogen leven voor het voetlicht, waarin verloren geliefden opduiken. Hoewel deze bundel beduidend cerebraler is dan eerder werk van De Waard, is de hunkering te willen voortbestaan via hartstocht immer sterk aanwezig. Vergeefs zoekt de dichter naar de pure ervaring van oneindigheid. Het sombere besef van ouderdom en lichamelijke aftakeling benadrukt dat onblusbare verlangen.

Bergen

Met ingehouden gretigheid en eenvoudige metaforen (“lantaarns bloeien” en “de wind loopt schuifelend”) dicht De Waard subtiel dubbelzinnig, ongrijpbaar. Haar gedichten spreken door het plechtige, ietwat ouderwets aandoende taalgebruik soms niet meteen tot de verbeelding. Je moet door de buitenste laag heen om op een onbevroede wildheid te stuiten, die sterk contrasteert met de conventionele vorm. Meestal tussen bomen savoureer je best langzaam. Door ogenschijnlijk heldere gedichten tegen het licht te houden, worden ze plots raadselachtig. De onderhuidse turbulentie laat het bloed ruisen en doet mijmeren als bij een heimelijke romance.

Eerder verschenen op Geen dag zonder boek