Nachtbloeiers

Dinsdag, 18 oktober, 2022

Geschreven door: Ananda Serné
Artikel door: Anke Cuijpers

Als nooit meer slapen een pandemie wordt

[Recensie] In Nachtbloeiers lijdt de wereldbevolking in toenemende mate aan insomnia. Niemand weet hoe de ziekte wordt overgebracht, maar doorwaakte nachten en pipse gezichten zijn de nieuwe standaard. Het probleem is zo groot dat in Noorwegen zelfs speciale slaapwachters werken, die al te slaapdronken mensen van de straat halen en in een sluimerkliniek onderbrengen. Niemand weet in hoeverre dat vrijwillig gebeurt, al is het überhaupt de vraag in hoeverre de vrije wil nog bestaat als je zo slaapdronken bent. Beeldend kunstenaar en schrijver Ananda Serné schetst in dit bijzondere debuut hoe wij in onze 24-uurs economie steeds meer afstompen, en hoe ingewikkeld het voor de moderne stadsnomade kan zijn om te wortelen.

De lokgeur van de nacht
Nachtbloeiers zijn planten die ’s nachts bloeien. Omdat de bloemen pas na of tijdens de schemering opengaan, verspreiden ze een sterkere geur om insecten te lokken. De slaap en de droom zijn het terrein van het onbewuste, en zonder die slaap functioneren we slechter, beoordelen we mensen anders, ligt depressie op de loer. De Nederlandse Eliza heeft het vermoeden dat insomnia zelfs de keuze voor een partner beïnvloedt, en doet verwoede pogingen een onderzoek daarnaar op te starten. Veel lezers zullen hier de verwijzing naar de klassieker Nooit meer slapen van WF Hermans herkennen. Ook daarin ging het hoofdpersonage naar Noorwegen om onderzoek te doen, al speelden daar hinderlijke muggen een rol, terwijl in dit verhaal vleesvliegen verdacht worden van het veroorzaken van de slaapziekte. In Nachtbloeiers gaat het daarnaast ook over zwakheden, en het innerlijke kompas kwijtraken. Zo is het typerend dat Eliza het best blijkt te slapen in een onpersoonlijk hotel op het vliegveld, waar ze gestrand is omdat ze geen besluit kan nemen of ze nu wel of niet naar Taiwan zal verhuizen. Eliza is dan inmiddels ontslagen bij het Noorse Instituut voor Slapeloosheid, en wel door haar ex Andrea, voor wie ze naar Noorwegen ging.

Waterkinderen
Wortel schieten in Noorwegen blijkt niet goed te lukken. Zelfs haar woning in Noorwegen blijft, op een enkele cactus na, leeg en onpersoonlijk. Die onthechting blijkt gaandeweg een familiekwaal. Haar broer die voor werk naar Taiwan is verhuisd, kan evenmin goed aarden, al heeft hij via de ‘loserapp’ inmiddels wel een vriend gekregen. Ze concluderen dat hun jeugd op een binnenvaartschip, waar je van bewoners en de wal alleen maar een glimp opvangt en waarin ze vaak verhuisden, hen ankerloos heeft gemaakt.

Foto’s
Die jeugd als schipperskinderen loopt als een fijnmazige draad door de hele roman, te beginnen bij de foto’s van de slapende schippersfamilie die door Andrea ter illustratie worden gebruikt tijdens lezingen van het Noorse Instituut voor Slapeloosheid. De foto’s maken de lezer getuige van een werkelijkheid, zoals vakantiefoto’s van anderen je getuige maken van hun vakantie.

Schrijven Magazine

“In het vliegtuig bekijk ik op mijn telefoon een foto die ik ooit maakte van een kerkhof aan zee met korstmos op de stenen. Ik vroeg me destijds af of de zoute grond van invloed zou zijn op het ontbindingsproces van de lichamen. Even overweg ik om de foto naar de bioloog te sturen, maar ik besluit het niet te doen.”

Wat volgt na dit citaat is de foto van het kerkhof met de bemoste graven. Eliza stuurt de foto naar de lezer. Alles krijgt bestaansrecht bij de blik van de ander, ook als de ander een onbekende lezer is. Serné schrijft zeer geloofwaardig, nergens overdadig. Wat opvalt is daarbij hoe naturel ze dialoog schrijft. De beelden en metaforen die ze gebruikt, zijn het geraamte van het verhaal, maar zonder te nadrukkelijk aanwezig te zijn. Het verhaal van Eliza, die als jongvolwassene haar weg begint te vinden in een wereld ten tijde van een pandemie, is oprecht. Dat Eliza bestaat, geloof je ook zonder dat er een foto, of selfie, ter illustratie is. Eliza is een waterkind, en bestaat uit de woorden die Serné er voor gevonden heeft.

Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow