Natuuramnesie: Hoe we vergeten zijn hoe de natuur er vroeger uitzag

Maandag, 21 november, 2022

Geschreven door: Marc Argeloo
Artikel door: Freek Boon

Bewustwording van onze beperktheden op het gebied van de natuurhistorie

[Recensie] Toen Marc Argeloo (1959) na zijn biologiestudie in 1989 voor onderzoek op het Indonesische Sulawesie terecht kwam, verbleef hij regelmatig in een houten hut. Deze bevond zich in dat eerste jaar nog aan de rand van het regenwoud, een donker vochtig bos waarin zonlicht niet doordrong. In de boomtoppen ervan krijsten kuifmakaken en blaften Sulawesie-neushoornvogels. In de volgende jaren waarin hij terugkeerde, zag hij dat dit bos – met de beschermende status van Nationaal Park – stapsgewijs werd aangetast. Zo waren de woudreuzen een voor een gekapt en de bosgrens was in vijf jaar 200 meter opgeschoven. In het gebied was bovendien gouderts ontdekt, en de mens kennende zeggen we al gauw, zo gaan dat soort dingen – ook op zoveel andere plaatsen op aarde.

Het thema van Argeloos boek is hoe valt te begrijpen dat de mens steeds opnieuw zijn grenzen verschuift in wat deze als aanvaardbare natuuraantasting ziet en ervaart. Argeloo geeft veel inzicht biedende, sprekende voorbeelden, verder weg en dichterbij bij huis – ons waddengebied bijvoorbeeld. Helder wordt zo dat er steeds sprake is van verschuivende referentiekaders. Argeloo maakt ons ervan bewust dat wij bijna nooit erbij stilstaan dat we slechts zeer beperkt in de tijd terugkijken bij ingrepen in de natuur.

Vissen
Als we echter, zoals Argeloo doet, bijvoorbeeld te rade gaan bij leden van oudere generaties die soms kunnen putten uit eigen notitieboekjes of uit krantenberichten van vroeger of uit andere bronnen uit vroeger jaren dan krijgen we een heel ander, rijker enbetrouwbaarder beeld. Zelf viel het Argeloo op – die in zijn jonge jaren viste – dat in de loop van de tijd er minder vissen waren en dat ze steeds minder groot werden. Maar als je nu jong bent en je vist, dan heb je daar geen weet van. Dan noem je de verhalen van nog veel vroeger al snel: visserslatijn. Argeloo pareert precies die denkwijze met sprekende illustraties en daarmee belicht hij het daaraan ten grondslag liggende ‘syndroom,’ dat centraal staat in dit boek: het verschuivend referentiekader of the shifting baseline. Zo staan midden in het boek drie prijsvissersfoto’s uit Florida Keys uit respectievelijk 1958, omstreeks 1985 en 2007. Je ziet hier de vissen kleiner worden en minder. Iedereen kan hieraan aflezen hoe ons referentiekader doorgaans onbewust beperkend werkt en welke fnuikende gevolgen dat heeft voor onze omgang met de natuur en het dierenleven. Argeloo wil dat wij – burgers, wetenschappers en politici – ons dat ten diepste realiseren en ernaar handelen.

In zijn boek brengt Argeloo meerdere pregnante casussen naar voren die ons kunnen helpen de ogen daarvoor te openen. Zo neemt hij ons mee terug in de tijd naar Goethes oerrund, doet hij verslag van de gigantische teruggang van de steur in ook de Nederlandse rivieren en brengt de echt oude geschiedenis van het Waddengebied tot leven – en dat zijn historische verhalen die weinig lezers zullen kennen.  

Trouw

Bloedzuigers
Voor deze studie sprak hij met veel interessante zegslieden en wij krijgen daarmee mooie stukjes inkijk in en visies op actuele zaken zoals het kierbesluit voor het Haringvliet en de ontwikkelingen rond de Afsluitdijk en Marker Wadden. Het boek vormt een rijke informatie- en inspiratiebron, want het is degelijk gedocumenteerd en het maakt ons bewust van onze beperkte kennismatige vooringenomenheden. Het is bovendien heel toegankelijk – haast aanstekelijk – geschreven. Zo maak je levendig mee hoe de auteur als jonge jongen in de omgeving van Alkmaar zelf gaat vissen, in zijn eerst studiejaar op Sulawesie primitief gaat baden in het oerwoud met de bloedzuigers om hem heen. Daarnaast geeft hij een groot aantal interessante informanten het woord.  De verkennings- of ontdekkingstocht die dit boek is, maakt veel waardevolle natuurhistorische kennis toegankelijk en helpt de lezers zich bewust te worden van eigen natuurhistorische vooronderstellingen.

Voor het eerst verschenen op Bazarow