Nazimiljardairs

Woensdag, 21 september, 2022

Geschreven door: David de Jong
Artikel door: Marnix Verplancke

Medeplichtig aan de wreedheden van het Derde Rijk

David de Jong groef in het naziverleden van de Porsches en Oetkers van deze wereld en ontdekte dat ook voor hen eerst ‘das Fressen kwam en dan die Moral’, zoals Bertolt Brecht zei.

[Recensie] Op 20 februari 1933, een paar weken voor de laatste Rijksdagverkiezingen van de Weimarrepubliek, kwamen twintig van de machtigste en invloedrijkste Duitse zakenlieden samen in de officiële residentie van Rijksdagvoorzitter Hermann Göring. De directeur van IG Farben was er, net zoals de bestuursvoorzitter van het Krupp-staalimperium, en ze kwamen luisteren naar Adolf Hitler die hen anderhalf uur onderhield over zijn toekomstvisie op Duitsland om vervolgens Göring met de hoed rond te laten gaan. De NSDAP kwam nog drie miljoen rijksmark te kort om de verkiezingscampagne te financieren, vertelde deze, in hedendaags geld zo’n 18 miljoen euro, en hij vertrouwde erop dat die zakenlui dat wel in orde zouden brengen. De hoed was gauw gevuld.

In Nazimiljardairs focust de Nederlandse, in Tel Aviv werkzame onderzoeksjournalist David de Jong op vijf Duitse families waarvan sommige op die illustere avond vertegenwoordigd waren, die vervolgens meer dan een decennium lang hand- en spandiensten verleenden aan de nazi’s en vandaag nog steeds tot het kruim van ondernemend Duitsland behoren. Hoe is het mogelijk dat zij ook na de oorlog zo goed als ongestraft hun gang konden gaan, vraagt de Jong zich af, want waar zij voor stonden was niet minnetjes. Het gaat om de Quandts, textielondernemers, batterijmakers en eigenaars van BMW, de Flicks, staal- en wapenproducenten, aandeelhouders van Daimler-Benz en tegen het einde van de jaren 1950 de rijkste familie van Duitsland, de Fincks, bankiers en financiers van het omstreden Haus der Deutschen Kunst, de Oetkers, bekend van het bakpoeder, de pudding en vandaag de diepvriespizza’s en de Porsches die Hitler zijn Volkswagen Kever bezorgden. Zij waren niet vies van het inzetten van dwangarbeiders en zelfs het oprichten van eigen concentratiekampen, tot in Polen toe, waar ze gevangenen in mensonwaardige omstandigheden voor zich lieten werken. Er was onder hen heel wat openlijke sympathie voor de nazi’s toont de Jong. Ferry Porsche, de zoon van patriarch Ferdinand was bijvoorbeeld SS-officier, en een paar Oetkers zaten bij de Waffen-SS, maar misschien nog wel ergerlijker was het platte opportunisme waarmee die industriëlen de nazi’s tegemoet traden. Zij leken toch vooral zakelijke opportuniteiten te zien.

Een groot stilist is David de Jong niet, maar dat euvel compenseert hij meer dan voldoende door zijn journalistieke gedrevenheid. Aan Nazimiljardairs ging jarenlang onderzoek vooraf, en dat merk je. De man heeft oog voor detail, gaat op zoek naar documenten die zijn stellingen kunnen staven en schrijft met een gevoel voor moraliteit. Maar oorlog is oorlog, ontdekte hij, en dan speelt moraliteit geen rol meer, vandaar dat de namen Porsche en Oetker ook vandaag nog klinken als een bel. Uiteindelijk werd alleen Friedrich Flick veroordeeld voor oorlogsmisdaden. De anderen kwamen er met een paar schimpscheuten vanaf, en de geruststellende boodschap van de Amerikanen dat ze nodig waren in de strijd tegen het communisme.

Wordt Vervolgd

Eerder verschenen in Knack