"Ik heb altijd gedacht dat het Paradijs een soort bibliotheek zou zijn" - Jorge Luis Borges

Neo Rauch - Die Mitte

Donderdag, 2 februari, 2023

Geschreven door: Hubertus Gassner, Hans den Hartog Jager, Ralph Keuning, Bettina Krause, Uwe Tellkamp
Artikel door: Jan Stoel

Zoeken naar balans

[Recensie] Kent u dat gevoel? U bezoekt een museum of een galerie, u bekijkt het werk en u bent in verwarring. Kunst prikkelt, nodigt je uit je eigen verhaal te vertellen, maar soms heb je wat steun in de rug nodig. Ik had dat toen ik vier jaar geleden in Museum De Fundatie geconfronteerd werd met het werk van Neo Rauch. Ik ben me in hem en zijn werk gaan verdiepen en kreeg beter zicht op zijn ideeën en zijn werk. De publicatie Die Mitte is bij uitstek een boek dat daarvoor geschikt is.

In de luxe paperback zijn de afbeeldingen van Rauchs schilderijen lekker groot afgebeeld. Dat is fijn als je op de details wilt inzoomen. Maar bovenal zijn het de teksten die indruk maken: helder en toegankelijk geschreven met aandacht voor de ideeënwereld van Rauch, zijn beeldtaal, zijn manier van schilderen, zijn inspiratiebronnen. Dat zorgt ervoor dat ‘het raadsel Neo Rauch’ ontsluierd wordt. Dat hebben Ralph Keuning, Hans den Hartog Jager, Bettina Krause en Hubertus Gassner mooi gedaan.

Een raadsel of toch niet?
Neo Rauch werd in 1960 geboren in Leipzig. Vijf weken na zijn geboorte kwamen zijn ouders om bij een frontale botsing tussen twee treinen. Vader (een begaafd graficus) was toen 21 jaar oud en zijn moeder, die boekvormgeving studeerde, 19 jaar. Neo groeide op bij zijn grootouders. De spoorwegkruisen op een aantal van zijn werken (De Übergang en Sperre, allebei uit 2018) zouden naar het ongeluk. Maar ze zouden ook een andere betekenis kunnen hebben, net als de wegwijzers en pijlen die in zijn werk voorkomen; verwijzingen naar de weg die we als mens afleggen, de keuzes die we moeten maken, de brede of de smalle weg. Meteen valt dus op dat er in zijn werk dus altijd meerdere lagen te ontdekken zijn. Dus echt ontrafelen van het raadsel Rauch of juist je eigen weg vinden in zijn werk?

Droom
Rauch groeide op in de DDR (met de bouw van De Berlijnse Muur werd op 13 augustus 1961 begonnen). In de DDR was abstracte kunst not done, hechtte men aan figuratieve schilderijen. Rauch groeide dus op met figuratie en door zijn manier van schilderen werd het figuratieve een exponent van de Leipziger Schule. In het interview dat Rauch met Bettina Krause had wordt 1993/1994 gemarkeerd als belangrijk. Vanaf dat moment gaat hij anders werken. “Ik had een droom die mij in een vreemde stad deed belanden” en zag op een wand een enorme tondo (dat is een rond schilderij). Die cirkel was voor hem een mantra en “heeft tegen mij gezegd: zoals je tot nu toe te werk gaat, brengt je dat op een dwaalspoor, leidt het nergens toe, tot willekeur. Je moet je concentreren. Vervolgens heb ik die grote zwarte cirkels geschilderd. […] Het was een wegwijzer die ik volgde.” In het boek Die Mitte staan die tondi afgebeeld met titels die naar het proces dat Rauch doormaakte verwijzen: Saum (verwijzing naar de vastentijd bij de moslims) en Plazenta (nieuwe geboorte). De tondo geliefd bij renaissance-kunstenaars. Rauch verbindt met zijn tondi de moderne kunst met die van de renaissance. De afbeeldingen daarop worden daarna realistischer. Ralph Keuning constateert dat “de figuren en voorstellingen door de kunstenaar bevrijd zijn uit de zwarte achtergrond. […] Er brandt beslist ergens een lamp in de grot en ons wordt een blik gegund op wat zich daar afspeelt zonder dat we precies begrijpen wat.”   

Boekenkrant

Ontdekkingen
Tal van andere aspecten in de Rauchs kunst komen naar voren. Hubertus Gassner schrijft dat Rauch vaak te zien op zijn schilderijen. Hij is te herkennen aan zijn gelaatstrekken, aan de vorm van zijn hoofdhaar. De invloed van strips is te zien in zijn werk. Zo zie je bij Traumfabriek (2020) het woord Taraum (met in de laatste letter weer een kruis!) als een soort van tekstballon in de lucht zweven en zie drie rode figuren in een opeenvolgende handeling. Die drie figuren zie je op de achtergrond weer terug. Dan zijn er overal wortels, ‘mottenvleugels’ kleding van ‘vroeger’, schoorstenen en torens (verwijzing naar de industrie en de architectuur van de DDR), een ‘romantische’ omgeving en breekt op veel schilderijen het licht door (hoop). Werkelijkheid en droom, binnen- en buitenwereld, chaos en balans spelen overal een rol. Vaak zie je Rauch afgebeeld als de schilder of de dirigent, regisseur van een scene. De kunstenaar die commentaar geeft.

Balans-chaos
In de publicatie worden enkele schilderijen toegelicht, zoals Die Wurzel, tevens de cover van het boek. Hans den Hartog Jager schrijft daarover: het is “een willekeurige stapeling van beelden en anekdotes tot je beseft hoeveel er in dit doek draait om macht: de macht van de schilder, de macht van de duivel, de macht van de illusie en hoezeer macht bij Rauch een terugkerend thema is.” Vroeger werden “Bijbelverhalen op één paneel worden afgebeeld, wat alleen maar kan door de eenheid van plaats, handeling en tijd ongegeneerd te negeren. Hij verbindt zich met de traditie van naïeve schilders uit de middeleeuwen en maakt zich zo los van de dominante westerse traditie.” Twee prominente schilders waarbij illusie zo’n belangrijk thema is en waarop de duivel met luide stem het hele tafereel lijkt te overschreeuwen, vormen een prachtige verbeelding van het kruispunt waarop de mensheid zich bevindt, aldus Den Hartog Jager. “De wereld wordt steeds chaotischer, steeds meer stemmen schreeuwen steeds luider tegen elkaar in, de werkelijkheid is een slagveld geworden […] Kunstenaars willen steeds vaker meepraten met de wereld. We moeten niet luisteren naar degene die het hardste schreeuwt, hoe dwingend die ook aanwezig is. Het gaat uiteindelijk altijd om het zoeken naar verbinding, zelfs als dat bijna onmogelijk lijkt – juist in de kunst.” En dan zie ik die twee figuren elkaar in balans houden en die vrouw rechts op het doek. Mijn verbeelding wordt aan het werk gezet.

Laat je meevoeren naar de wereld van Neo Rauch. Die Mitte is een eyeopener van jewelste.

Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow