Noem geen namen

Zaterdag, 16 juli, 2022

Geschreven door: Astrid Sy
Artikel door: Jaap Friso

Een enkel kind helpen is het waard

[Recensie] Het motto van historicus Lou de Jong is wellicht enigszins cynisch bedoeld: “Ook vrouwen speelden soms een rol in de oorlog.” Me dunkt: voorbeelden te over. Ook vrouwen die geweld niet schuwden, zoals de groep rond Hannie Schaft waarover Wilma Geldof het indrukwekkende boek Het meisje met de vlechtjes schreef.

Historicus Astrid Sy, ook bekend als presentator van Andere Tijden en van haar kinderboekendebuut De brieven van Mia, schrijft in de jeugdroman Noem geen namen de geschiedenis van de kindersmokkel tijdens de Tweede Wereldoorlog, uit een Amsterdamse crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg. Een bekend historisch verhaal waarover onder andere de film Süskind (2012) over is gemaakt waarin de rol van Walter Süskind wordt belicht. De Joodse Duitser onderhield een goed contact met de bezetter en speelde een cruciale rol bij het in veiligheid brengen van honderden baby’s.

Het is een ijzingwekkende geschiedenis  waarvan de uitleg alleen al voor rillingen zorgt. De baby’s en peuters in de crèche lagen letterlijk klaar om met hun ouders op transport te worden gesteld naar diverse concentratiekampen. Een verzetsgroep zocht schuilplaatsen en de ouders moesten worden overtuigd hun kindertjes achter te laten. Het levert eigenlijk alleen maar schrijnende situaties, duivelse dilemma’s en radeloosheid op.

Astrid Sy concentreert zich in haar boek op de rol van enkele jonge vrouwen en die hun leven wagen in dezelfde geheime operatie. De een komt uit een welgesteld milieu waaraan de oorlog zo goed als voorbij gaat. Een ander is Joods en vreest voor het lot van haar familie. Alle karakters zijn gebaseerd op bestaande personages en uitgebreide research. Noem geen namen is een gedegen boek dat voor het grootste deel is gebaseerd op onderzoek.

Wordt Vervolgd

Het wordt inzichtelijk wat voor ingewikkelde en risicovolle onderneming de kindersmokkel is geweest. Er moet worden gesjoemeld met de transportlijsten omdat de verdwijning van de kinderen niet mag opvallen. Een grote uitdaging is het zoeken van een plek waar de baby’s veilig kunnen worden ondergebracht. Een kindje met zwart haar kan niet probleemloos in een gezin met blonde kapsels worden ondergebracht.

Sy zoomt in op Rosie, Kaat en Josephine. allen rond de twintig jaar. Ze zijn vastberaden de kinderen te helpen maar ook regelmatig verscheurd door twijfel en angst. Niet alleen zij zelf, maar ook hun geliefden lopen gevaar. De moed van de jonge vrouwen is indrukwekkend. Studente Kaat zegt tegen haar vriend Theun die lid is van dezelfde verzetsgroep: “Naïef of niet, als ik ook maar een enkel kind kan helpen dan doe ik dat”.  Theun is bang voor zijn vriendin maar kent zelf weinig angst: “Het gaat om de keuzes die je maakt, soms zijn er dingen die het waard zijn om voor te sterven, als het alternatief een leven vol spijt is.”

Deze geschiedenis is mede zo imposant door de wetenschap dat het hier om jonge mensen gaat die nog een heel leven voor zich hebben. Ze maken zich sterk voor kinderen die een nog weer langer leven voor zich hebben. Net als veel waargebeurde oorlogsverhalen is het bij vlagen onverdraaglijk. De onvoorstelbare gruwelijkheid en wreedheid en onmenselijkheid die mensen elkaar aan kunnen doen. Tegelijkertijd is er de troost van de moed en dapperheid die in dezelfde mensensoort zit.

Sy komt niet helemaal los van haar onderzoek waardoor het boek voor een deel leest als non-fictie. Ze beschrijft de gebeurtenissen uitvoerig waardoor het, zeker voor een jeugdroman, hier en daar wat slepend is. Dat wordt goed gemaakt door de prima dialogen en zeker door de verhaallijntjes over de prille liefdes en vriendschappen die in oorlogstijd onder spanning komen te staan door de dilemma’s en loyaliteits- en vertrouwenskwesties.

Goed dat het boek er is, het is een van die verhalen die verteld moet blijven worden.

Eerder verschenen op JaapLeest