Ongezocht ongeluk

Vrijdag, 4 februari, 2022

Geschreven door: Peter Handke
Artikel door: Jan Koster

Biografie in telegramstijl

[Recensie] De toekenning in 2019 van de Nobelprijs voor literatuur aan de Oostenrijker Peter Handke was omstreden vanwege zijn politieke stellingname inzake de Westerse oorlogshandelingen tegen Servië. Zijn kwaliteiten als schrijver zijn veel minder omstreden. Hij kreeg bekendheid door zijn tirade in 1966 tegen de drang tot beschrijven in de literatuur. Zijn in 1972 verschenen en nu opnieuw in vertaling uitgebrachte Ongezocht ongeluk is een voorbeeld van zijn kijk op schrijven. Wat hij beschrijft doet hij in telegramstijl, zonder opsmuk en oeverloos gewouwel.

Treurig leven
Ongezocht ongeluk is een mengsel van het levensverhaal van zijn moeder, haar zelfgekozen einde en de daaropvolgende hapering in zijn schrijverij. Terwijl hij het levensverhaal van zijn moeder op papier zet reflecteert hij geregeld op zijn eigen schrijven in deze fase van zijn leven.

In een lokale zondagskrant stond in het opvulhoekje ‘Gemengde berichten’ het volgende bericht:

“In de nacht van vrijdag op zaterdag pleegde een eenenvijftigjarige huisvrouw uit A. (gemeente G.) zelfmoord door het innemen van een overdosis slaaptabletten.”

TijdvoorTijdschriften

Een onpersoonlijk, anoniem, nietszeggend bericht over een vrouw die blijkbaar niet meer heeft betekend dan dat zij heeft bestaan. Handke heeft verschillende redenen om de herinnering aan haar tot leven te wekken. In de eerste plaats “omdat ik over haar en hoe het tot haar dood kwam meer meen te weten dan de een of andere interviewer”. Maar ook uit eigenbelang “omdat ik opleef wanneer ik wat te doen heb”. Het is een vorm van verwerking, hard nodig na de eerste weken na haar dood, waarin hij niet tot schrijven kwam.

Haar leven begon nog vrij gewoon. Een slim meisje maar zonder toekomst. Waarzegsters hoefden bij meisjes de toekomst niet uit hun handen te lezen: “voor de vrouwen was deze toekomst toch al niet meer dan een farce.” De stadia van hun lot liggen opgesloten in de woorden van een kinderspelletje, door meisjes gespeeld: “moe/mat/ziek/erg ziek/dood.”

De oorlogsjaren verzieken elke kans op een normaal leven. Na de oorlog gaat zij met haar kind naar haar echtgenoot in Berlijn die daar een ander heeft. Het worden geen gemakkelijke jaren, maar ze heeft geen keuze.

“De man, trambestuurder, dronk, bakker, dronk, de vrouw moest steeds weer met het intussen tweede kind naar de broodheer om te vragen het nog een keer te proberen, de gewone alledaagse geschiedenis.”

Betere tijden
En toch blijft zij op haar manier sterk; er volgt een betere fase in haar leven. Zij begon zich staande te houden, zij kwam tot zichzelf. “Zij liet de mensen het gezicht zien waarmee zij zich tamelijk op haar gemak voelde.” Zij las kranten, boeken, samen met Peter Handke. Niet de minste: Fallada, Hamsun, Dostojevski, Gorki. Zij interesseerde zich voor politiek, buitenshuis wende “zij zich een waardige blik aan”. Tot de tank leeg raakte en het weer bergafwaarts ging: “Het alleen maar bestaan werd tot een marteling. Maar evenzeer huiverde zij voor het sterven.”

In minder dan 100 bladzijden schetst Handke het verhaal van het leven van zijn moeder. Het gaat in vogelvlucht, lange halen snel thuis, en geregeld in een ritmische telegramstijl. Hij doet dat in uiterst secuur proza, geen tierelantijntjes, de woorden moeten het doen. En dat doen ze uitstekend. Het is aangrijpend, wat een droevig lot. Het maakt boos omdat een intelligente vrouw zo weinig heeft kunnen betekenen wegens geen kansen.

Toch lijkt Handke zelf niet helemaal gelukkig met het resultaat getuige de slotzin: “Later zal ik over dit alles nauwkeuriger schrijven.” Hiermee zadelt hij zichzelf op met een onmogelijke taak; nog nauwkeuriger dan dit Ongezocht ongeluk is nauwelijks mogelijk.

Eerder verschenen op JKLeest.nl