Onvoltooid

Dinsdag, 21 juni, 2022

Geschreven door: Gie Bogaert
Artikel door: Jolanda Rovers

Verleden tijd

[Recensie] Het nieuwe boek van de Vlaamse auteur Gie Bogaert (1958) verschijnt zes jaar na zijn laatste publicatie Roosevelt. Bogaert is germanist en werkt onder meer als docent proza aan de SchrijversAcademie te Antwerpen. Onvoltooid, zijn elfde roman, is een mooi, tegelijk bescheiden uitgegeven boek. Ook het, op ware gebeurtenissen berustte, verhaal blinkt uit in mooie zinnen. Zinnen over alleen zijn, alleen gelaten zijn, verlaten zijn, eenzaamheid.

Onvoltooid speelt in de verleden tijd. De auteur biedt ons twee verhalen. Verhalen die de hoofdpersoon min of meer werden aangeboden door een oproep in zijn krant. Hij is journalist en schreef 40 jaar op de inmiddels opgedoekte buitenlandredactie van de krant Metropool. En nu schrijft hij alweer twee jaar om de twee weken een serie over eenzaamheid. Door de dood van een jonge vrouw die, zo bleek uit onderzoek, al vier maanden eerder een natuurlijke dood zou zijn gestorven, bedacht de nieuwe hoofdredacteur namelijk een rubriek met de naam La solitudine. En onze journalist kreeg de opdracht voor deze nieuwe serie, min of meer door zijn verdienste ‘ook al een hele tijd alleen’ te zijn. De respons op de oproep was enorm.

Twee verhalen en meer
De gescheiden ik-persoon, Bernard genaamd, hanteerde verschillende criteria om te bepalen welk verhaal geschikt was voor de rubriek. Maar nu trof een reactie hem om wat hem zelf, bijna een jaar eerder, was overkomen. En ook die gebeurtenis was indirect een gevolg van de oproep.
Vanaf dat moment verweven de twee verhalen zich in het boek. De vrouw die zich meldde met “Jij mag mijn verhaal schrijven”, heet Hennie Zeeger. Zij schreef dat ze officieel twee moeders en twee vaders had – wat wettelijk onmogelijk was – maar dat ze zich altijd alleen had gevoeld. Tijd voor een uitnodiging, een ontmoeting en een verhaal.

De andere vrouw, die hem een jaar eerder ook door de oproep in de krant contacteerde, heet Marit Lepelaar. Een oude bekende van zo’n veertig jaar geleden. Maar zij had hem iets heel anders te vertellen.

En dan is er nog het nu. Daar waar de journalist zich bevindt tijdens het schrijven van dit hele verhaal. In een revalidatiecentrum. In een kleine en ongezellige kamer. Drieënzestig jaar oud, einde loopbaan en getekend door een infectie.

Schrijven Magazine

De manier waarop Bogaert de verhalen laat vertellen, vraagt van de lezer een bepaalde alertheid. Waar zijn we, bij wie zijn we en in welke tijd verkeren we? Hennie, Marianne en Marit wisselen elkaar af. En ook Toni heeft haar eigen verhaal. Voor en met Bernard. En Daphne als intermezzo. Net als Edith en Caroll.
De verhalen zijn intrigerend, de bijrollen lijken soms onbelangrijk. Maar de omgekeerde evenredigheid tussen de belangrijkste verhaallijnen is verbluffend. En het taalgebruik prachtig.

Wat een zin!
Er zijn van die zinnen, die wil je gewoon een aantal keer lezen. Een voorbeeld: “[…], in wie ik al te vaak niets anders had aangetroffen dan een botte alledaagsheid – de dictatuur van het gewone – en die ook te maken had met de onrustwekkende twijfel die me soms overviel in een wanordelijke tijd, waarin tegengestelde beweringen steeds vaker allebei de waarheid claimden.”

Wanneer de verhalen gedaan zijn en de journalist bedenkt waarom een van de hoofdpersonen hem heeft verteld wat ze heeft verteld, kwam hij tot de conclusie dat het er niet meer toe deed. “Er bleef niet veel anders voor me over dan een wintertuin aan herinneringen, een definitief achterhaald verleden van als en misschien.”
Als dat geen mooie zinnen zijn! Dat is ook de reden waarom ik inhoudelijk niets over de verhalen vertel. Die ontdekkingsreis laat ik aan de lezer. Want “herinneringen zijn nooit helemaal betrouwbaar”, aldus de ik-persoon.

Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow