Over het doppen van bonen

Vrijdag, 29 april, 2022

Geschreven door: Wieslaw Mysliwski
Artikel door: Marianne Verschaeren

Ritme en muziek zijn de dragende krachten in het verhaal

[Recensie] “U komt bonen kopen? Bij mij? U kunt toch zo in elke winkel bonen krijgen. Maar komt u vooral binnen.” Met deze vier openingszinnen nodigt de verteller van Over het doppen van bonen de lezer uit om binnen te treden in zijn verhaal. Een verhaal dat van hot naar her gaat op het ritme van herinneringen en het doppen van bonen. Herinneringen die vooral bepaald worden door het toeval en het lot. “Trouwens, wat is herinnering anders dan doen alsof men zich iets herinnert. En dat is toch onze enige getuige van dat wat wij zijn geweest.”

In wat op het eerste gezicht een willekeurige volgorde lijkt, neemt de verteller ons mee naar zijn kindertijd op het platteland, waar hij tijdens de Tweede Wereldoorlog getuige is van het uitmoorden van zijn hele familie. Via een verblijf bij de partizanen en in een weeshuis komt hij uiteindelijk als elektricien in de bouw terecht. Daar leert hij saxofoon spelen en doet dat jarenlang in het buitenland. Uiteindelijk keert hij terug naar Polen om als opzichter te gaan werken in een dorp van vakantiehuisjes rond een stuwmeer dat op de plaats van zijn geboortedorp ligt.

Ritme en muziek zijn de dragende krachten in het verhaal. En de muziek is ook het enige dat overblijft:

”Als eenmaal woorden, gedachten vergeefs zijn en de verbeelding zich niets meer wil verbeelden, dan rest alleen de muziek. Alleen de muziek voor deze wereld, voor dit leven.”

Ons Amsterdam

Met een traagheid die we niet meer kennen, gaat het vertellen voort, met prachtige gedachten tot gevolg: “Is het inmiddels ook tot u doorgedrongen dat de leugen het aanzien van de waarheid heeft aangenomen? Het is ons dagelijks brood geworden. Een manier van leven. Bijna een geloof. Met een leugen vergeven wij onszelf, met een leugen proberen wij te overtuigen, met een leugen bevestigen wij zogenaamde waarheden.” Het belang van herinneringen benadrukt hij als het ware terloops: “Vaders behoren tegenover hun zonen te biechten als de herinnering moet voortduren.”

In zijn jeugd werden alle grote en kleine dingen in de gemeenschap ’s avonds besproken tijdens het gezamenlijke doppen van de bonen, wat het belang van verhalen en woorden benadrukt. En het leidt tot zelfreflectie en kennis van zichzelf, waarnaar de verteller het hele verhaal zoekt: “We moeten geen enkele manier afwijzen die ons naar onszelf kan leiden.”

De auteur schuwt ook de kritiek op de politiek niet. De onkunde van het staatsbestel wordt regelmatig als een klucht opgevoerd. “Vandaag de dag een bestelling plaatsen betekent haar op de post doen en vervolgens wachten tot je een ons weegt. En worden ze eenmaal geleverd dan is het niet het model, niet de kleur, niet de maat. Nog een geluk als het aantal klopt. Aantallen halen om zo te zeggen, nog de norm”, klaagt een hoedenverkoper wiens winkel ineens staatseigendom werd.

Het heerlijke aan dit boek is de mooie mix aan ernst en humor. Net zoals het vroeger in de verhalencultuur moet zijn geweest. Want humor zit er wel degelijk in dit boek. Wat te denken van een heel hoofdstuk over de ergernis van het snurken bij de slapeloze. Met zinnen als

“Vroeger woonde ik, zou je kunnen zeggen, ook wel eens samen met echte krachtpatsers in het snurken. In werkelijkheid was het een klein opdondertje, wat ook maar even zwaarder was moest voor hem worden opgetild, worden gedragen… Maar in het snurken was hij een krachtpatser. Het leek wel of hij het plafond kon optillen, de muren zou platgooien, dat elk moment de hele handel in onze slaap op ons zou neerkomen.”

Of de scène waarin de verteller in het toilet naast hem een partijfunctionaris, dronken als een tor, een volledig gesprek hoort voeren met zijn penis? Dat maakt de ernst van het boek luchtig en verteerbaar.

Maar wie is nu de onbekende luisteraar? Is het de dood? “Waarom komt u anders nu pas? Waarom niet toen? Er hebben zich ook andere gelegenheden voorgedaan?” Of is het de lezer zelf? Het is wel zo dat de stijl van het boek de lezer echt ín het boek trekt, waardoor die het gevoel heeft zélf op het krukje te zitten luisteren.

De heerlijke traagheid van dit verhaal is een verademing in deze maatschappij van snelle tweets en zappen. Misschien moeten we met zijn allen meer terug naar het samen ‘doppen van bonen’.

Eerder verschenen op Boekensite.Gent

Boeken van deze Auteur:

Het Oog van de Naald

Over het doppen van bonen