Over het raadsel van woorden, tonen en stemmen

Dinsdag, 17 januari, 2023

Geschreven door: Cees Nooteboom
Artikel door: Elisabeth Francet

Muzikale columns zonder hoogdravend te willen zijn

[Recensie] Een befaamd dirigent, meer walrus dan mens, zijgt tijdens een concert op het podium neer. Zwaaiend met zijn stokje blijft hij grommend en stuiptrekkend op de grond liggen, terwijl zijn eega door het middenpad naar voren rent, luidkeels herhalend: “Pas de presse!! Pas de médecins!! Pas de presse!! Pas de médecins!!” In de zopas verschenen bundel columns Over het raadsel van woorden, tonen en stemmen beschrijft Cees Nooteboom levendig zijn muzikale ervaringen bij talloze klassieke concerten en vermengt hij het lijfelijke en het geestelijke in soms turbulente, soms rustig kabbelende stukjes. Het zijn momentopnamen die uiteenlopende ervaringen en gevoelens vertolken (van bewondering, euforie, over hoogtevrees, claustrofobie, zeeziekte, tot jaloezie, verbijstering, paniek), aaneengeregen tot een zwierige compositie. Alle columns verschenen eerder in Preludium, het blad van Het Concertgebouw en het Koninklijk Concertgebouworkest.

Als een volleerd orkestleider dirigeert Nooteboom je naar het puntje van je stoel met deze bloemlezing van muzikale hoogtepunten, die hij tijdens uitvoeringen wereldwijd beleefde. In zijn schrijven verenigen zich de reiziger en de cultuurliefhebber. Elke manier van reizen vraagt volgens de maestro om andere muziek. “Op tienduizend meter hoogte liever Händel dan Schönberg”. Bij grote hoogte hoort immers iets triomfantelijks. In de trein verkeert hij bij voorkeur in een cocon van kamermuziek of pianosonates.

Niet slechts voor de muziekkenner
Met deze stukjes richt Nooteboom zich nadrukkelijk tot de leek. Nergens bespeelt hij een register dat slechts voor de muziekkenner toegankelijk is. Hij vermijdt technische analyses en gedetailleerde beschrijvingen, schenkt vooral aandacht aan de omgeving, de omstandigheden, de sfeer. Je hoeft geen specialist te zijn om van klassieke muziek te genieten, al helpt het wel als je noten of een partituur kunt lezen, want dan kun je “horen zonder te horen”.

Nooteboom buigt zich over interessante vragen, zoals: Wat hoort iemand die geen noten kan lezen, iemand die louter sentimenteel, literair luistert? Hoor je muziek die je in een droom hoort echt of droom je alleen maar dat je haar hoort? Mag je naar Schubert luisteren terwijl je zwemt? Hoe beschrijf je muziek die niet bestaat? Hoe klinkt radicale zinloosheid in de klassieke muziek? Wat te denken van een concert van John Cage dat 639 jaar beoogt te duren?

Foodlog

Melancholie van de cello
“Nieuwsgierigheid en haar echo’s, daaruit bestaat de helft van mijn leven,” mijmert Nooteboom. Tijdens een celloconcert in een kerk had hij het gevoel “of we met kerk en al de lucht in vlogen naar een gebied waar de lucht zo ijl is dat men het er niet lang uit kan houden”. Na het bijwonen van een uitvoering van het tweede strijkkwartet van Sjostakovitsj, noteert hij: “Begint zoals een Japanse meesterkalligraaf zijn eerste streek op het witte papier zet, met een flash, zo’n brutale brede veeg die er in één keer staat”. Voorts bezingt hij vurig de melancholie en de sensualiteit van het cellospel. Hij heeft het over de verschillende soorten applaus, de merkwaardige gedragingen van dirigenten en de maniakale precisie van componisten. In een prachtstukje lees je over de verbijstering van Ravel vanwege het internationale succes van de Boléro, een stuk dat hij zelf als een “Fremdkörper” in zijn oeuvre beschouwde. Ravel vond het helemaal geen muziek, zag het als een technische oefening, een machine.

In de voor mij mooiste column denkt Nooteboom terug aan de stormachtige manier waarop een concertpianiste hem Chopin teruggaf. Kaap Hoorn was de plek waar hij, bij windkracht tien, aan boord van een zwevend schip, naar een pianoconcert luisterde. De intensiteit van die ervaring werd nog verhevigd omdat de pianiste zich wanhopig probeerde vast te klampen aan de zwalpende vleugel.

De bundel eindigt met diepreligieuze muziek van Arvo Pärt: “droomgezangen uit een parallelle wereld”. Tijdens een ontmoeting met Pärt viel Nooteboom diens vergeestelijkte gezicht met een gelukzalige uitdrukking op. Hij wilde Pärt een enkele vraag stellen. Over het wezen van de muziek, over het raadsel van woorden, tonen en stemmen. Pärts intrigerende antwoord nodigt alvast uit om de door Nooteboom aangewezen weg te bewandelen en zich verder te verdiepen in het wonder van de muziek.

Eerder verschenen op Geen dag zonder boek

Boeken van deze Auteur: