Parijse Walging 

Vrijdag, 15 juli, 2022

Geschreven door: Charles Baudelaire
Artikel door: Karl van Heijster

Een moeilijk te vertalen gevoel van onbehagen

[Recensie] Charles Baudelaire (1821-1867) was een Frans dichter en kunstcriticus, vooral bekend van de dichtbundel Les Fleurs du Mal (1857). Zijn werk werd bij verschijnen zowel revolutionair als aanstootgevend gezien. Anders dan veel dichters van zijn tijd dichtte Baudelaire niet alleen over het schone – de natuur, bijvoorbeeld -, maar net zo lief over het verderfelijke, het lelijke, het zwaarmoedige. Zes gedichten uit zijn beroemdste bundel werden zelfs zo aanstootgevend bevonden, dat ze bijna honderd jaar na de oorspronkelijke publicatie het daglicht zagen, in 1949!

In Le Spleen de Paris (1862) komen veel van de thema’s uit zijn hoofdwerk opnieuw terug. De vorm is echter heel anders – hoewel, niet helemáál. Le Spleen is geschreven in proza, de bundel bestaat uit 60 korte en op zichzelf staande hoofdstukken. Tegelijkertijd kan de vorm onmogelijk als kortverhaal worden gekenschetst. De hoofdstukken in het boek zijn poëtisch van aard, gebouwd rondom Baudelaires gevoel voor klank en ritme, en draaien eerder om de uitdrukking van een gevoel dan om een handeling of personage. Wat dat gevoel is, is gevat in de titel van het boek: spleen. Het drukt een moeilijk te concretiseren gevoel van onbehagen uit, van onbevredigdheid; hunkering naar iets onbestemds anders; zwaarmoedigheid.

Het is een woord wat vaak onvertaald wordt gelaten. Hafid Bouazza, die de Nederlandse vertaling verzorgde, koos voor ‘walging’. Het is interessante keuze. En inderdaad, de emotie speelt een rol in De wanhoop van de oude vrouw, waarin een “oude verschrompelde vrouw” concludeert: “voor ons, ellendige oude vrouwkes, is de tijd dat we zelfs de onschuldigen konden behagen voorbij; en de kindertjes, die wij zo graag willen liefhebben, jagen wij schrik aan!” Hoe vreselijk is het wanneer een onschuldig kind uit louter instinct zich van je afkeert! En wat te denken van Een snaak, waarin ‘een nette heer, gehandschoend, gelakt, wreed gestrikt in een das, opgesloten in geheel nieuwe kleren” plechtig een ezel een voorspoedig nieuwjaar wenst. De ik-persoon, die de komedie aanschouwt, wordt “plotseling bevangen door een immense woede jegens deze gigantische imbeciel, die mij toescheen alle karakteristieken van Frankrijk in zich te verenigen.”

De vertaling van Bouazza is bloemrijk en expressief. Baudelaires ongrijpbare prozagedichten zijn in zijn handen een genot om te lezen – en herlezen, want elke keer blijken ze weer nieuwe invalshoeken te herbergen. Het is des te tragischer dat Bouazza’s vroegtijdige dood ervoor zorgde dat hij maar 20 van de 60 vertalingen heeft kunnen voltooien. Dat hoeft echter niet te betekenen dat de lezer helemaal verstoken blijft van de 40 onvertaalde hoofdstukken. Deze uitgave herbergt ook het Franse origineel en een Engelse vertaling van Louise Varèse. 

Scènes

Het is interessant om het origineel en de beide vertalingen met elkaar te vergelijken. Poëzie blijkt dan inderdaad in een fundamentele zin onvertaalbaar. Want hoewel een “Un hémisphère dans une chevelure, Een halfrond in een haardos en A hemisphere in your hair ” allemaal een lofzang op een haardos zijn, lezen ze totaal verschillend. Deze drietalige uitgave van Le Spleen du Paris brengt zo, bedoeld of onbedoeld, ook een moeilijk te concretiseren gevoel van onbehagen over vertaalbaarheid bij de lezer teweeg.

Trouwens, in zekere zin kent Parijse Walging zelfs nóg een vertaling van Baudelaires prozapoëzie, in de vorm van enkele prachtige illustraties van kunstenares Marlene Dumas. Haar veelal monochromatische schilderingen geven een interessante textuur aan de Nederlandse tekst. Ze vullen elkaar op een heel bijzondere manier aan: Baudelaires oorspronkelijke tekst als bron, Bouazza’s schitterende vertaling en Dumas’ mysterieuze illustraties. Parijse Walging voelt daarom meer aan als een Gesamtkunstwerk dat de som der delen overstijgt, dan eenvoudigweg (hoewel, eenvoudig?) een vertaling van een stel prozagedichten. De context is totaal anders, maar Bouazza’s vertaling van Baudelaires woorden is ook hier van toepassing: 

“Dat wat mannen liefde noemen is nogal klein, nogal beperkt en nogal zwak in vergelijking met deze onuitsprekelijke orgie, met deze heilige prostitutie van de ziel, die alles van zichzelf geeft, poëzie en liefdadigheid, aan de onverwachte bezoeker, aan de voorbijgaande onbekende.”

Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow