Pennen over Penselen

Donderdag, 18 augustus, 2022

Geschreven door: Diverse Auteurs
Artikel door: Jan Stoel

Een lees- en kijkfeest dat heerlijk smaakt

[Recensie] Deze zomer bezocht ik, zoals ieder jaar, het kunstenfestival in Watou. Het is de plek waar al eenenveertig jaar poëzie en beeldende kunst gecombineerd wordt, elkaar versterken. Sense of Place was het thema en het ging om het gevoel dat je bij die plek en zijn bewoners hebt. “Watou is een plek die niet uitverteld geraakt,” stond op de cover van de Poëziekrant die bij het festival hoorde. Daar moest ik aan denken toen ik Pennen over Penselen las, de monumentale uitgave van het Mauritshuis ter gelegenheid van haar tweehonderd jarig bestaan. Tweehonderd schrijvers uit het binnen- en buitenland hebben zich laten inspireren door een werk uit de collectie en er een tekst bij geschreven: verhalen, gedichten, reflecties, dialogen, dromen, tekeningen en zelfs een recept. De auteurs konden kiezen uit een lijst van 250 kunstwerken uitgezocht door hoofdconservator Quitin Buvelot. Het levert een prachtig boek op dat je altijd dichtbij je wilt hebben op een leestafel: even een kunstwerk bekijken en ervaren en je laten verrassen door het gezichtspunt van de schrijver.

Vormgeving
De vormgeving van het boek is prachtig en zoomt in op details van de werken die je wellicht anders niet waren opgevallen. Let eens op de wijze waarop de portretten van het echtpaar Stevens en Wake, geschilderd door Anthony Van Dyck: enigszins uitgesneden, tegenover elkaar geplaatst; en dan de tekst van Erwin Mortier die schrijft over hun handen. Met zoveel gevoel gedaan. Of citaten van auteurs die als ‘overdenkingen’ tussendoor aandacht krijgen, zoals deze tekst van Ted van Lieshout: “Ik weet dit zeker: / kunst kijkt terug en ziet bij / het herkennen, onder een / lijkstijf vel van vernis, dat er / iets aan mij veranderd is.” Wat mij betreft het hoofthema van Pennen en Penselen.

De auteurs maken je deelgenoot van hun manier van kijken. Soms is dat de beleving van het binnenkomen in het museum – Jan Bor: “vroeger keek ik door zijn (de ogen van zijn vader/JS) naar de schilderijen, nu met eigen ogen” – , dan weer over wat een kunstwerk oproept, iets over hen zelf vertelt of de fantasie stimuleert. Kester Freriks heeft het “over kijken en niet kijken”, Manon Uphoff over “wat je niet ziet, begrijpt, doorgrondt, kun je niet afbeelden”.

Kritisch
De kunstwerken in het boek zijn geordend op basis van het moment waarop ze in de collectie van het Mauritshuis opgenomen zijn. De laatste aanwinst, een zelfportret van Adriaen van de Venne (1615-1618) inspireert Martine Gosselink, directeur van het Mauritshuis, tot een fictief dagboekfragment van Van de Venne, waarin de schilder reflecteert op zichzelf. Het slot van het boek is een tekst van Antoine de Kom, kleinzoon van de Surinaamse anti-kolonialist, nationalist en verzetsstrijder Anton de Kom. Ze schrijven over de trap in het Mauritshuis, die is getimmerd van de kostbaarste Braziliaanse houtsoorten. Anton: “Wanneer gij dan vol bewondering voor die betimmering stil staat, verzoeken wij u te bedenken hoe het onze moeders waren, die met deze zware last op hun hoofden dag in dag uit (want de Zondag was een instelling, die de Christelijke beschavers verzuimden in Suriname in te voeren) sjouwden over heuvelachtige terreinen, door poelen en moerassen, altijd bedreigd door de zweep die u voorouders hanteerden.” Antoine sluit zijn tekst af met de woorden: “En wij wisten van geen executieplek / en staan nóg op die trap.”

Ons Amsterdam

Veranderde kijk
Die veranderde kijk op het verleden is een thema dat regelmatig naar voren komt in het boek.  Zo schrijft Gert Oostindie over het portret dat Jan de Baen van Jan Maurits (1604-1679), graaf van Nassau-Siegen en stichter van het Mauritshuis. Enerzijds prijst hij hem omdat dankzij hem het Mauritshuis bestaat. “Maar het beeld is verder gekanteld. […] Nu zien wij Johan Maurits vooral als de gouverneur die Nederland zonder scrupules de wereld van Afrikaanse slavenhandel en slavernij in loodste en daar zelf volop van profiteerde. […] Daar staan we dan: hoe verhouden wij ons tot deze geschiedenis.” Martin Bossenbroek doet hetzelfde bij het bekende portret van Michiel de Ruyter geschilderd door Ferdinand Bol. Hij was opgenomen in de zogenaamde Canon van Nederland, maar door ‘het draaien van de wind’ staat zijn “reputatie als zeeheld…ter discussie” vanwege het beschermen van de ‘Nederlandse handelsbelangen, inclusief de handel in Afrikanen. Zo blijft alleen het blazoen van de portretschilder ongeschonden.” Christiaan Weijts filosofeert over bestuurders naar aanleiding van Een jachtstoet bij de Hofvijver in Den Haag, geschilderd door Gerrit Berckheyde. “Driehonderddertig jaar na het drogen van de verf hangt het naast een raam waaruit je het nog precies kunt zien. Koetsen werden Audi’s, geblindeerd. Paarden een motorescorte. Maar wij loeren nog altijd langs de route: wie zou het zijn?” Hij gaat verder over het opengraven van de Noordwal, het Piet Heinplein. “De gemeente doet alsof het een cadeautje is, dat grachtje. Compensatie voor de overlast van de verbouwing. (…) Maar zo’n extra stukje beveiliging wilden ze toch al. […] Allemaal eigenbelang.”

Stijl
Natuurlijk bevat het boek een aantal inkoppers. Donna Tartt die over Het Puttertje van Carel Fabritius schrijft, Hilary Mantel die over het portret dat Hans Holbein de Jonge (atelier) maakte van Jane Seymour, en Jan Siebelink die met Stilleven met een boeket in wording van Dirck de Bray over zijn ouders schrijft. Het doet hem aan de wijze waarop zijn vader op zijn kwekerij de bloemen snijdt. Hij kijkt terug op zijn eigen werk waarin hij over zijn ouders schrijft: “Ik wilde alle materiaal gebruiken, alle bloemen in het boeket hebben.”

Alex Boogers schrijft in de van hem zo bekende hamerende, puntige stijl. Bart van Loo gebruikt zijn zwierige taal bij een schilderij van Quinten Massys en het lijkt of je een passage uit De Bourgondiërs leest, Charles den Tex maakt van Stilleven met brandende kaars van Oieter Claesz een spannend verhaal. En Joost Swarte maakt zelf een graffiti-tekening bij De graftombe van Willem de Zwijger in de Nieuwe Kerk in Delft van Gerard Houckgeest. Swarte heeft het over het belang van kaderen in een kunstwerk en wijst op graffiti-avant-la-lettre op een pilaar in de kerk. Ieder doet zo recht aan zijn eigen stijl.

O ja, het recept uit het begin van deze recensie kwam van het Britse schrijversechtpaar Nicci French. Zij lieten zich inspireren door Stilleven met een koperen ketel, kaas en eieren van Jean-Baptiste Simeon Chardin. Ze schreven wat ze zagen op het schilderij en maakte er Väterbottentaart van, het gerecht dat ze in Zweden iedere zomerzonnewende eten, maar dan wel met een aquavitje. Lijkt me lekker zeker met dit boek bij hand. Pennen over Penselen is een waar lees- en kijkfeest, dat mij heerlijk smaakt.

Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow