Prikkeldraad

Woensdag, 2 september, 2015

Geschreven door: Dick Wittenberg
Artikel door: Marnix Verplancke

Hoe draad met spijkers de wereld veranderde

Goed honderdveertig jaar geleden werd niet ver van Chicago prikkeldraad uitgevonden. Voor de landbouw en de veeteelt was het een zegen; voor de mensheid iets minder. Voortaan zou men er mensen mee op- of buitensluiten, tot in Calais toe. Dick Wittenberg schreef de geschiedenis van de afrastering die hij een thermometer van de samenleving noemt. ‘Toon me hoeveel prikkeldraad u gebruikt en ik zal u zeggen in welke staat u vertoeft.’

‘Moet je dit zien,’ zegt Dick Wittenberg terwijl we in het Nederlandse Dordrecht voorbij het openbare openluchtzwembad fietsen, ‘het lijkt wel een militair kamp’. En inderdaad, rondom het bad staat een hoog, grijs metalen hek met daarop een rol scheermesdraad, iets wat je eerder rond een legerkazerne dan rond een sportterrein wil terugvinden. Wittenberg neemt me mee op een tochtje langs de rand van zijn stad, om te tonen hoe alomtegenwoordig prikkeldraad in feite wel is. We zien hem rond de kleedkamers van de lokale voetbalploeg, als afbakening van het golfterrein, ter beveiliging van een verdeelcentrum van elektriciteit, rondom heel wat bedrijventerreinen en – daar hadden we niet anders verwacht – aan de gevangenis. Alhoewel het daar wonder boven wonder beperkt blijft tot één enkel draadje op een hek waar zelfs mijn kleine zusje met haar nagelknipper een gat in zou krijgen. ‘Er zijn tegenwoordig ook betere manieren om mensen binnen of buiten te houden,’ zegt Wittenberg terwijl hij naar de camera’s en de elektrische schrikdraden wijst bovenop de muren.

Dick Wittenberg schreef een geschiedenis van de prikkeldraad. Deze begint in het Amerikaanse Mid-Westen, waar in 1874 in het dorpje DeKalb drie mannen onafhankelijk van elkaar hun eigen versie van de prikkeldraad uitvonden nadat ze op de lokale jaarmarkt een plankje hadden gezien waarin een aantal spijkers geslagen waren en dat aan een ijzerdraad hing. Het werd aangeprezen als het ideale middel om een veld tegen koeien te beschermen. En ze eindigt vandaag, met een jaarlijkse productie van een half miljoen ton, goed voor zo’n acht miljoen kilometer of tweehonderd keer de omtrek van onze aarde, waarbij het netelige goedje van de VS, over Israël en India tot in Hongarije en Calais gebruikt wordt om een land tegen migranten te beschermen.

Die lijn volgde ook het gesprek dat we na onze fietstocht voerden, al haalde het heden het toch al gauw van de geschiedenis. ‘De Verenigde Staten zaten in de tweede helft van de negentiende eeuw echt op prikkeldraad te wachten,’ verklaart Wittenberg het instant succes van deze uitvinding die in honderdveertig jaar tijd nog geen greintje is veranderd. ‘In een eeuw was de jonge Amerikaanse natie van een paar gebiedsdelen langs de kust langzaam uitgebreid richting westen. Er was een brede strook land, het Mid-Westen, waar nauwelijks mensen leefden. Het regende er praktisch nooit en er groeiden geen bomen. Later ontdekte men dat er best te leven viel als je je akkers kon afbakenen, zodat een passerende kudde koeien er niet dwars doorheen liep. In andere delen van de wereld gebruikten boeren daar houten palissades of stenen muren voor, of ze groeven greppels. Die zaken waren niet van toepassing in het Mid-Westen. In DeKalb, een stadje een uur rijden van Chicago, vonden Joseph Glidden, Isaac Ellwood en Jacob Haish hun eigen prikkeldraad uit. De eerste twee richtten samen het allereerste prikkeldraadbedrijf op, The Barb Fence Company, en vanaf het begin was hun product een gigantisch succes. Het eerste jaar produceerden ze 4536 kg prikkeldraad. Twee jaar later was dat 1,3 miljoen kg, en in 1882 maar liefst 82 miljoen kg. Er begonnen allerlei anderen prikkeldraad te maken, maar dat kon hen niet deren, want de markt was onverzadigbaar. Wat lang niet mogelijk leek, de verdere kolonisering van het Westen, was opeens kinderspel. Twintig jaar later was niet alleen het Wilde Westen getemd, maar hadden ook de cowboys, die miljoenen koeien door het Mid-Westen hadden gejaagd geen baan meer en behoorden de vrij rondtrekkende indianen voorgoed tot het verleden. Routes die ze eeuwenlang hadden gevolgd bleken opeens afgesloten en het opperhoofd van de Pueblo’s diende de weg naar New Mexico te vragen aan een blanke. Alles was in cultuur gebracht. Iedereen wou prikkeldraad hebben. Tegen het einde van de negentiende eeuw waren zowel de Argentijnse pampa’s, de Zuid-Afrikaanse velden als de Australische graaslanden ermee afgespannen. In Zwevegem begon Léon Bekaert al in 1880 met de productie van zijn eigen prikkeldraadvariant, en daarmee legde hij de basis voor de huidige multinational met die naam.’

Wordt Vervolgd

En toch was Glidden niet de eerste die prikkeldraad uitvond. Twee Fransen gingen hem voor.

Wittenberg: ‘Inderdaad, zij ontwikkelden hun draad om bomen te beschermen. Alleen zat daar in Frankrijk niemand op te wachten. Bovendien hadden de Franse boeren allerhande andere middelen op hun velden af te bakenen. Daarvoor hadden ze ook al geen prikkeldraad nodig. Je kunt dus best iets uitvinden, maar als dat niet op het juiste moment op de juiste plaats is en als je niet weet hoe je het aan de man moet brengen, wordt het niets.’

Prikkeldraad werd uitgevonden om dieren in bedwang te houden. De stap naar mensen bleek klein. Wanneer werd de draad voor het eerst ingezet tegen mensen?

Wittenberg: ‘Dat was verbijsterend snel, tijdens de Boerenoorlog van 1899 tot 1902. Het Britse imperium streed toen in het huidige Zuid-Afrika tegen twee kleine Boerenrepublieken. Voor elke bewoner van die republieken stuurden de Britten een militair, waardoor de Boerenstrijders natuurlijk flink in de minderheid waren. Een echte oorlog was geen optie en dus begonnen de Boeren een guerillastrijd. Om die te counteren beperkten de Britten de bewegingsruimte van die Boeren zo veel mogelijk. Ze verdeelden een groot deel van Zuid-Afrika in prikkeldraadvierkanten. Binnen die vierkanten voerden ze drijfjachten uit op guerilla’s. Om te verhinderen dat de Boeren hulp zouden krijgen van hun gezinnen die achtergebleven waren in hun boerderijen, besloten ze het hele platteland te ontvolken. Vrouwen en kinderen werden in het ene soort kampen opgesloten en hun zwarte bedienden in een andere. In een van de twee Boerenrepublieken, in Transvaal, werden die kampen omheind met prikkeldraad. De Britten noemden dit concentratiekampen, omdat er mensen in geconcentreerd werden. De connotatie die wij aan dat woord verbinden kreeg het pas na de Tweede Wereldoorlog. Het was ook helemaal niet de bedoeling om die vrouwen en kinderen de dood in te jagen, al gebeurde dat uiteindelijk onrechtstreeks wel. Als je heel veel mensen op een kleine oppervlakte bij elkaar zet met te weinig voedsel en in slechte hygiënische omstandigheden krijg je natuurlijk massale ziektes en sterftes. Uiteindelijk stierf zowat een op vier.’

Prikkeldraad groeide in de twintigste eeuw uit tot het passief wapen bij uitstek, denken we bijvoorbeeld maar aan de loopgraven in de Westhoek, waar iedere uitbraak vastliep in velden vol draad, waarna je door de vijand rustig afgemaakt kon worden.

Wittenberg: ‘En aan de grens tussen het neutrale Nederland en het bezette België die toen hermetisch afgesloten was met twee rijen prikkeldraad waar tussenin gewone ijzerdraad stond met hoogspanning erop. Tussen 1915 en 1918 zijn zo bijna 2000 mensen gestorven. Dat zijn er veel meer dan in 28 jaar Berlijnse Muur. Het gekke is dat dit deel van de geschiedenis van WO I bij veel mensen totaal onbekend is. Iedereen denkt aan Ieper en Passendale. Wat men trouwens meestal ook niet weet is dat toen Antwerpen dreigde te bezwijken onder de Duitse aanvallen een miljoen Belgische vluchtelingen naar Nederland is vertrokken. Dat land telde toen zes miljoen inwoners. Wij roepen vandaag dat we overspoeld worden door migranten. Dat was nog eens iets anders.’

Vandaag proberen we die vluchtelingen tegen te houden met barrières, schrijft u in uw boek, wereldwijd tussen de 20.000 en 30.000 km. Tweederde daarvan is in onze eeuw geplaatst. Vanwaar die plotse drang om prikkeldraad te zetten aan de grenzen?

Wittenberg: ‘En te bedenken dat kort daarvoor de Berlijnse Muur was gevallen. We beleefden toen euforische tijden en dachten dat alle muren en grenzen zouden verdwijnen. De EU verwijderde binnengrenzen en het leek even alsof dit het einde van de prikkeldraad ging worden. Maar toen werd het 9/11 en het tij sloeg om. Opeens wou men de angst voor het terrorisme bedwingen met in mijn ogen vrij onzinnige maatregelen. Zowel de VS, Israël als India trokken gigantische barrières op, maar met prikkeldraad hou je geen terroristen tegen. De mannen die op 9/11 de aanslagen pleegden kwamen helemaal niet vanuit Mexico. Die kwamen gewoon met het vliegtuig. Maar toch gingen opeens massaal veel stemmen op die beweerden dat terroristen vanuit het zuiden de VS zouden kunnen binnenkomen. Men gooide ook allerlei heikele kwesties op een hoop: terrorisme, migratie en georganiseerde misdaad. Vanaf dat moment werd de met prikkeldraad versterkte muur gezien als de oplossing voor alle problemen. De V.S. begonnen pas in 2006 met het optrekken van een grensmuur met Mexico, wat handenvol geld heeft gekost. Het idiote is dat die barrière maar goed duizend kilometer is, terwijl de grens drie keer zo lang is. Als smokkelaar kun je dus gewoon links of rechts om die muur heen rijden. Die is in mijn ogen trouwens niet meer dan een schijnvertoning: kijk eens hoe serieus wij bezig zijn. Terwijl in realiteit die grens nog steeds zo lek is als een mandje.’

Kun je immigratie stoppen met prikkeldraad?

Wittenberg: ‘Natuurlijk niet. De prikkeldraad was in 1874 nog niet goed op de markt of iemand had al een schaar bedacht om er een gat in te knippen. Aan het eind van de 19e eeuw zijn er in de VS heuse draadknipoorlogen ontstaan waarbij groepen mensen ten strijd trokken tegen de privatisering van het vrije land en daarom alle draden begonnen door te knippen. En ook WO I heeft laten zien dat de tangen altijd sterker zijn dan de draad. Prikkeldraad is dus een absurde manier om mensen tegen te houden, en hij vormt meestal ook maar de franje van de grensbarrières die voor het grootste deel uit beton bestaan. Maar toch komen er ook altijd een paar lijntjes prikkeldraad bij. Het heeft natuurlijk het voordeel dat het licht, makkelijk aan te brengen en goedkoop is, maar er speelt ook een psychologische factor. Prikkeldraad schrikt af en stuurt een duidelijke boodschap uit: “Wegwezen. We willen jullie hier niet.”’

Die grensbarrières zijn er dus vooral voor binnenlands gebruik? Om kiezers ervan te overtuigen dat er een vuist gemaakt wordt tegen de migratie, zoals Hongarije dat vandaag doet met zijn muur aan de Servische grens?

Wittenberg: ‘Ja, Europa bouwt ook steeds meer muren. Het is begonnen met de Spaanse enclaves Melilla en Ceuta in Marokko. Daarna kwam er een klein muurtje tussen Turkije en Griekenland, eentje tussen Bulgarije en Turkije, en nu dus inderdaad in Hongarije. En dan hebben we het natuurlijk nog niet over Calais gehad. Maar het mooiste voorbeeld is natuurlijk India, dat een barrière van 4000 kilometer opgetrokken heeft aan zijn grens met Bangladesh, het grootste grenshek ter wereld. Dat land wordt met uitzondering van een klein stukje grens dat het deelt met Myanmar volledig door India omsloten en lijkt daardoor wel op een gevangenis. Het hek werd in 1986 bedacht omdat de Indiase regering de binnenlandse opstanden niet aankon. Daarom zei ze dat die aangestookt werden door Bangladeshi – die overeigens voor 83 % moslim zijn. Een hek leek de oplossing. Vijftien jaar lang werd daarop niets gedaan. Er waren zelfs geen aanstalten om eraan te beginnen, tot alweer 9/11. Dat was een prachtige aanleiding om alsnog de nodige mankracht en middelen ter beschikking te krijgen.’

Doet de Britse premier Cameron hetzelfde wanneer hij zich op de borst slaat en tien miljoen euro vrijmaakt voor een betere beveiliging van de Kanaaltunnel?

Wittenberg: ‘Wat hij daar zeker mee wil bereiken is dat mensen die oprecht ongerust zijn zich veiliger gaan voelen. Het werkelijke resultaat van die betere beveiliging is natuurlijk dat er andere routes zullen komen en dat potentiële asielzoekers nog meer verplicht zullen zijn hun lot in handen te leggen van malafide mensensmokkelaars.’

Ja, maar anderzijds zijn er ook de cijfers natuurlijk. Groot-Brittannië kende vorig jaar een netto legale immigratie van 318.000 mensen. Hoeveel illegalen er zijn weet men niet, maar men schat een miljoen, waarvan er 300.000 in Londen verblijven. Van januari tot april zijn er in de EU 250.000 asielaanvragen ingediend. In juli alleen al probeerden 107.500 migranten de EU binnen te komen en Duitsland schat dat het dit jaar 750.000 asielaanvragen zal krijgen. Is er geen reden voor ongerustheid?

Wittenberg: ‘Ik kan me heel goed voorstellen dat mensen ongerust zijn. Als je een matige of ongeschoolde Britse arbeider bent en je ziet hoe allerlei vreemde snoeshanen voor de helft van jouw loon je baan dreigen in te pikken, zou ik ook ongerust worden. De cijfers die je noemt laten ook wat zien, namelijk dat die Britse samenleving ruimte en emplooi biedt voor zoveel illegalen. Die mensen leven en werken. Hoe precies weten we niet, maar er zijn werkgevers die hen in dienst nemen en misschien ook wel uitbuiten. Europa is heel lang – zeker in de achttiende en negentiende eeuw – een gebied geweest waarvandaan mensen emigreerden, naar Australië, Amerika of Canada om maar een paar landen te noemen. Het is pas sinds de jaren 1950, of zelfs nog iets later, dat Europa een immigratiegebied werd, en dat omwille van de goed draaiende economie. Die cijfers zijn indrukwekkend, maar desondanks is het fout om paniekerig te gaan doen en te zeggen dat iedereen op het punt staat om naar Europa te vertrekken. Wanneer je de migratiestromen van de voorbije dertig jaar bekijkt zie je dat die vrij constant zijn gebleven. 3,5 procent van de wereldbevolking migreert. Die bevolking is in die periode natuurlijk flink toegenomen en dus het aantal migranten navenant, maar procentueel bekeken is de omvang niet gegroeid. Het is best mogelijk dat er zich momenteel een verhoging van het aantal migranten voordoet, maar die zal tijdelijk zijn. Wanneer Afrikanen op zoek gaan naar een beter leven volgen ze steeds hetzelfde parcours. De eerste stap leidt hen van de stad naar het platteland en de tweede van hun eigen land naar een rijker buurland. 95% van de Afrikaanse migranten blijft binnen Afrika. Het aantal Afrikanen dat naar Europa trekt is dus klein. Bovendien zijn dat de beter opgeleiden die meestal wat geld hebben. Het grootste aantal asielzoekers komt vandaag trouwens helemaal niet uit Afrika, maar uit het Midden-Oosten, en ik vind het benauwend te merken dat Europa de fouten die het in de jaren dertig maakte dreigt te herhalen. Na de Kristallnacht zochten veel Duitse Joden hun heil elders, maar tot hun ontzetting moesten ze vaststellen hoe steeds mee grenzen dichtgingen en zij boudweg teruggestuurd werden. Je moet er toch niet aan denken dat vandaag iets dergelijks opnieuw gebeurt?’

Wat moeten we dan doen? Iedereen verwelkomen, zoals de laatste tijd steeds vaker te horen is?

Wittenberg: ‘Vanuit menselijk oogpunt ben ik ermee akkoord dat we alle grenzen moeten opengooien. Het is toch te gek dat ik als Europeaan met een Nederlands paspoort in alle landen ter wereld binnenkom, terwijl als ik een paspoort heb van Malawi ik alleen een paar buurlanden binnen mag en de kans dat ik een visum voor Europa krijg miniem is? Vandaag zijn er verschillende soorten wereldburgers en dat vind ik niet deugen. Praktisch gezien is het idee om alle grenzen dan maar open te gooien een stuk problematischer. Niemand kan de gevolgen overzien. Daarom vind ik dat migratie moet worden gereguleerd. Je moet de asielaanvragen zo veel mogelijk aan de rand van Europa afhandelen en maken dat je al buiten Europa asiel kunt aanvragen, zodat je niet per se hoeft te verdrinken in de Middellandse Zee. Er is in Europa behoefte aan laagbetaalde werknemers. Legaliseer die migrantenstroom en beperk de periode dat ze hier kunnen blijven. Veel mensen willen niet voor eeuwig in Europa blijven. Hun idee is geld verdienen en terugkeren. Geef die mensen daartoe de kans, waarna ze terug kunnen keren naar huis om in hun eigen land zaakjes op te bouwen. Dat is goed voor iedereen.’

Niet alleen onze grenzen vertonen steeds meer prikkeldraadversperringen, ook intern verschijnt er steeds meer prikkeldraad, in hekwerkwijken bijvoorbeeld, de gated communities waarin de rijken zich van de armen afschermen en die door bewakingsfirma’s bewaakt worden. Nog een teken van groeiende ongelijkheid?

Wittenberg: ‘Dat soort hekwerkwijken is in de jaren 1980 en 1990 opgekomen in het zuiden van de V.S. en Latijns-Amerika, in landen of gebieden waar sprake was van veel geweld, de sociale polarisatie groot was en de economische ongelijkheid misschien nog wel groter. Vandaar dat ze in de voorbije decennia ook in Oost-Europa als paddenstoelen uit de grond zijn gerezen. In Warschau barst het er gewoonweg van. Zuid-Afrika is wellicht kampioen op dat vlak. Ik wist dat ze bestonden, maar toch was ik nog verrast toen ik door het welvarende deel van Johannesburg reed. Die hele stad is gecompartimenteerd. Iedereen zit verschanst. En het is best moeilijk om er niet aan mee te doen. Per dag worden in Zuid-Afrika vijftig mensen vermoord. Het aantal moorden per honderdduizend inwoners bedraagt 32,6. Dat is vierenhalve keer het mondiale gemiddelde. Overal waar mensen bang zijn, ontstaat de behoefte om zich te beschermen. In de rijkere wijken gebruiken ze scheermesdraad en in Soweto gewone prikkeldraad.’

Toon me hoeveel prikkeldraad er in je land gebruikt wordt en ik zeg je in wat voor staat dat land verkeert?

Wittenberg: ‘Prikkeldraad is inderdaad een thermometer voor de samenleving. De hoeveelheid prikkeldraad die gebruikt wordt, is een graadmeter voor de ongelijkheid, het geweld en de angst die er heersen.’

Verschenen in Knack