Roelant meets... Aline van Wijnen

Donderdag, 25 maart, 2021

Geschreven door: Aline van Wijnen
Artikel door: Roelant De By

 

Na drie feelgood-boeken heeft Aline van Wijnen nu een roman geschreven die met flash backs naar de Tweede Wereldoorlog terug gaat. Alleen dit keer niet vanuit een Nederlands perspectief, maar over een Joodse vrouw in Wit-Rusland. Dit geeft een boeiend beeld van de oorlogsjaren in een totaal ander deel van de wereld. Aline is zelf afkomstig uit Wit-Rusland. We spreken elkaar bij haar thuis, onder het genot van sushi en wijn.

Roelant: ‘Je verhaal gaat over Janna die in het huis van haar onlangs overleden oma een kistje vindt met vreemde dingen erin, zoals een davidsster en een oude ID in een onleesbare taal. Gaat dit verhaal over jouw eigen oma?’

Aline: ‘Nee, niet precies. Ik ben wel afkomstig uit Wit-Rusland waar ik tot mijn 23-ste heb gewoond. Ik ben altijd gefascineerd geweest over de Partizanen, de verzetsstrijders in de oorlog. Ik heb enkele verhaallijnen uit die tijd samengevoegd. En wel die van mijn beide oma’s, en die van mijn favoriete onderwijzeres. Zij was destijds al heel oud toen ik les van haar heb gehad. Zij had tijdens de oorlog in het verzet gezeten. De levens van deze drie vrouwen samen hebben Elle doen ontstaan, de oma van Janne. De opdracht van het boek is dan ook aan deze drie. Verder is het verhaal in mijn boek gebaseerd op ware gebeurtenissen. Het dorpje in Wit-Rusland waar die overval op de Joodse bevolking zich afspeelt, is het geboortedorp van mijn vader. Het geheime kistje van Elle is het meest persoonlijke boek dat ik tot nog toe heb geschreven. Toen ik klein was heb ik veel gepraat met juf Alexandra, haar verleden in het verzet fascineerde mij enorm. Jammer genoeg ben ik veel van die verhalen vergeten; ik was gewoon te jong toen. Maar ergens op de achtergrond speelden die verhalen door mijn hoofd tijdens het schrijven. Beelden die ik als kind tot me had genomen zijn er in verwerkt. Als ik over dat bos schrijf, zie ik voor me hoe ze lopen door de sneeuw, zich schuilhouden. Het is heerlijk om te schrijven. Je kunt echt reizen in de tijd.’

Hereditas Nexus

 width=

Roelant: ‘Op je 23-ste ben je uit Wit-Rusland vertrokken en vanaf toen woon je in Nederland. Hoe is dat zo gekomen?’

Aline: ‘Voor de liefde ben ik naar hier toe gekomen. Díe liefde hield geen stand, maar ik ben hier wel gebleven. Sinds een jaar of vijftien ben ik heel gelukkig met Jeroen. In Wit-Rusland was ik “anders” omdat ik Joods ben. Hier in Nederland ben ik anders omdat ik Russisch ben. Dat is een groot verschil. Ik zou niet meer terug willen, ondanks dat mijn ouders daar nog steeds wonen en ik enig kind ben.

Roelant: ‘Voor mij valt je boek in twee delen uiteen. In de tegenwoordige tijd is het een feelgood, met het getob van Janna met haar relatie, met nieuwe ontmoetingen enzovoorts. Maar het gedeelte over Janna’s oma, Elle, is een oorlogsroman. Spannend en zelfs af en toe gruwelijk. Voelde je dat voor jezelf ook als een groot verschil bij het schrijven?’

Aline: ‘Ik denk dat het allebei iets is wat bij mij hoort. Ik vond het niet heel anders om te schrijven. Een deel wordt verteld door Janna, een moderne vrouw. Dan vertel je dat ook op een andere manier. Het deel van haar oma is een andere stem, iemand die niet meer leeft. Dat vertel je dan ook anders. Bepaalde scènes vond ik moeilijk om te schrijven. Ik wilde goed en gedetailleerd beschrijven wat Ella heeft meegemaakt, wat zij heeft gezien. En ik zag het door haar ogen en dat was zó zwaar, dat ik daarna even niet meer kon schrijven. Ik heb het weggelegd en een kort feelgoodverhaal geschreven van 10.000 woorden. Ik moest gewoon even weg uit die tijd. Het doet iets met je. Je kunt niet zeggen, nou even een uurtje tikken, nee, je leeft in dat boek. Niet alleen achter je computer maar ook bij het wandelen of in de trein denk je er altijd over na. Dat is het verschil denk ik. Een feelgood lijn raakt je minder en is luchtiger.’

Roelant: ‘Een van jouw collega auteurs, Michelle Visser, wisselt het schrijven van feelgoods af met historische romans. Naast dat ze die afwisseling heerlijk vindt, scheelt het ook enorm veel met de mate van research die je voor een boek moet doen.’

Aline: ‘Dat kan ik me heel goed voorstellen. Ik zou ook wel graag willen afwisselen. Lijkt me een goed idee.’

Roelant: ‘Maar nu heb je het in één boek gecombineerd.’ [we lachen beide]

Aline: ‘Dat kan ook. Maar daardoor wordt het ook minder beladen. Want het is wel een beladen onderwerp, maar op die manier wordt het verhaal minder zwaar. Het grondverhaal zeg maar, het oorlogsdeel, heeft een centrale plaats in het boek. Dat wilde ik vertellen, maar dan afgewisseld met de zoektocht en de liefdesperikelen van een moderne vrouw. Ook vond ik het interessant om te kijken wanneer iemand op een zo jonge leeftijd haar partner, verloofde, kwijtraakt, of ze dan in staat is om opnieuw een grote liefde te krijgen. Wanneer Janna verneemt dat de grote liefde van haar oma in de oorlog omgekomen is, vraagt ze zich af of oma wel van haar opa gehouden heeft. Kun je meerdere grote liefdes in je leven hebben?’

Roelant: ‘In dat verband kan ik mooi iets uit jouw boek citeren: “Wat betekent houden van nu precies? Respect, bewondering, lichamelijke aantrekkingskracht? Samen willen zijn, maar elkaar ook de ruimte gunnen. Gedeelde humor, interesses en dromen. Veertig jaar is een verdomd lange tijd om met iemand door te brengen met wie je dat allemaal niet hebt.” Daarmee beantwoordt Janna haar eigen vraag min of meer.’

Aline: ‘Ja, dat klopt. In de oorlog zijn er heel veel mensen gesneuveld. Waaronder de verloofde van mijn oma Sofia. Na de oorlog is zij met mijn opa getrouwd. Ze waren heel gelukkig samen, maar die eerste liefde is toch ook ergens gebleven.’

 width=

Roelant: ‘Maar zo’n eerste liefde wordt ook best snel geïdealiseerd dan. Ze hebben geen tijd gehad om ruzie te hebben of de sleur te zien toeslaan.’

Aline: ‘Al die dingen van vroeger die me zijn bijgebleven heb ik ook in het boek gestopt. Ik denk dat het daarom ook zo echt voelt. Ik ben heel trots op dit boek. Met het uiteindelijke schrijven ben ik zes maanden bezig geweest. Dat is heel snel. Het verhaal heb ik al heel lang bij me gedragen, al sinds ik klein was. Maar ik wist niet hoe ik het moest vertellen. De basis is het drama in Glusk, Wit-Rusland, ten tijde van de oorlog. Mijn ervaring met het schrijven van de feelgoodromans was gewoon nodig om dit te kunnen vertellen. Maar ook de juiste uitgever en de juiste redacteur waren van groot belang. Die waren gelijk enthousiast en dat gaf een enorme boost. Dan voel je je op je plek en heb je vertrouwen in de mensen. Het was alsof er opeens een kwartje viel. Ik dacht: zó ga ik het doen.’

Roelant: ‘Je hebt een baan van vier dagen per week. Wanneer heb je tijd om te schrijven? Wat zijn jouw schrijfmomenten?’

Aline: ‘Op vrije dagen en in het weekend. Dan begin ik ’s ochtends in bed al te schrijven met Jade, de poes, naast me. Dan blijf ik tot een uur of 11 in bed bezig op mijn telefoon. Ik heb een heel oude Nokia en die typt heel fijn. Ik schrijf in een Word bestand dat ik later naar mijzelf opstuur. Zo kan ik ook in de trein schrijven of in de pauze van mijn werk. Als ik een dag gewerkt heb, kan ik niks meer schrijven. Ik moet het echt van mijn vrije dagen, de pauze of de trein hebben.’

Roelant: ‘Hoe zit het met je research? Hoe pak je dat aan?’

Aline: ‘Aan het eind van het boek zat ik ermee dat Ella van Wit-Rusland naar Parijs moest gaan. Hoe moest ik dat aanpakken? Welke dwingende reden had Ella om die reis te ondernemen? Toen kwam Jeroen met dat geweldige idee. We zijn samen naar Parijs gegaan om daar naar locaties te kijken en de sfeer op te snuiven. Dat heeft me enorm geholpen en bovendien was het heel erg leuk. Ik heb het laatste staartje communisme in Wit-Rusland meegemaakt. Ik laat Dora, een van de verzetsstrijders uit mijn boek daar wat over zeggen. Zij is een typisch exponent van de gehersenspoelde cultuur. Een Sovjet-vrouw is deugdzaam, maar niet preuts en kunnen zonder schaamte overal over praten. Mannen en vrouwen zijn gelijk, dus vrouwen moeten ook werken, net als mannen.’

Roelant: ‘In het westen bleven destijds de vrouwen meestal thuis om voor de kinderen te zorgen.’

Aline: ‘Maar het gaf de vrouwen ook kansen. Zij konden ingenieur worden of leraar of arts. Kinderen stonden een carrière niet in de weg omdat iedereen moest werken. Ik laat Dora zeggen: “De partij heeft ons een vrijheid gegeven waar miljoenen vrouwen in Amerika en Europa jaloers op zijn.” Toen zag je ook geen verschil tussen rijken en armen, want iedereen was arm. Ze hadden geprobeerd iets goeds op te zetten, maar dat is gewoon niet gelukt. De Sovjet-Unie was ook veel te groot met al die deel republieken om centraal te kunnen besturen. Misschien als ze andere leiders hadden gehad, bijvoorbeeld geen Stalin maar Lenin als deze niet zo vroeg dood was gegaan. Dat deel van de geschiedenis van Rusland is bijzonder boeiend. Misschien iets voor een toekomstig boek.’

 width=

 

Roelant: ‘Wij in Nederland weten daar nauwelijks iets van. Jij bent de getuige deskundige hier. Erg leuk natuurlijk als jij met jouw achtergrond daar een boek over zou gaan schrijven. Hoe is het leven nu in Wit-Rusland?’

Aline: ‘Je ziet nu wel een groot verschil tussen rijk en arm, maar verder is het net als bij ons. Normaal leven, mooie winkels. We gaan er elk jaar een keer naar toe, mijn ouders opzoeken. Nu met Corona is dat helaas niet mogelijk. We hebben wel dagelijks contact en bellen elke week uitgebreid. De eerste keer dat Jeroen en ik daar samen naartoe gingen, waren we met de auto gegaan.’

Roelant: ‘Dat beschrijf je in je boek. Enorme rijen aan de grens. Tergend langzaam laten ze een voor een de auto’s door. Dat hebben jullie ook meegemaakt?’

Aline: ‘Oh ja, precies zo.’

Roelant: ‘In je boek beschrijf je hoe Janna eigenlijk niet durft te rijden op de autoweg. Was dat autobiografisch?’ [iedereen lacht]

Aline: ‘Eh, ja, daar was ik geen held in. Ik heb het bij Janna een beetje aangedikt. Ik probeer in mijn personages natuurlijk iets van mijzelf te stoppen, of van iemand die ik ken.’

Roelant: ‘Een opvallende quote uit het boek komt van Katharina, de vrouw die in de oorlog als klein meisje bij de verzetsstrijders zat en daar dagelijks met Elle omging. “Ik mis die tijd. De jaren in het verzet waren de gelukkigste jaren in mijn leven. Onbezorgd, omringd door vrienden en beschermd door het bos.” Dat is opmerkelijk.’

Aline: ‘Ja, zo voelt dat voor haar. Zij was een klein meisje en had toen een onbezorgd leven. Alles wat daarna kwam, was niet meer leuk.’

Roelant: ‘Het is een prachtig boek, Aline.’

Aline: ‘Dank je wel. Ik wilde gewoon dat het verhaal wat er in Glusk gebeurd is ook in Nederland verteld zou worden. Ik ben heel trots op mijn boek. Er zijn veel boeken over de oorlog geschreven, maar dit kleine stukje geschiedenis is onbekend.’

Dank je wel voor dit fijne gesprek, Aline.

Roelant
Perfecte Buren

 

Eerder verschenen op Perfecte Buren.

Boeken van deze Auteur:

Het geheime kistje van Elle

Liefde met gebruiksaanwijzing