Roelant meets ... Bernard Minier

Woensdag, 12 juni, 2019

Geschreven door: Bernard Minier
Artikel door: Roelant De By




De
carrière van Bernard Minier als schrijver heeft zich in de afgelopen acht jaar
als een komeet ontwikkeld. Vijf boeken met als hoofdpersoon de politieman
Martin Servaz zijn al verschenen en in Nederland uitgegeven (door Xander uitgevers).
In Frankrijk is onlangs zijn tweede standalone boek uitgekomen,
M getiteld, dat volgend jaar in een
Nederlandse vertaling zal uitkomen. De Perfecte Buren kreeg de uitnodiging om naar
Parijs te komen en Minier daar op het hoofdkantoor van zijn Franse uitgever te interviewen.
De locatie is op de 47e verdieping van een enorme toren met prachtig uitzicht
over de hele stad. De voertaal is Frans. Allereerst complimenteer ik hem met
zijn boeken.
Minier:
‘Dank u. Het is net als die beroemde kok die eten maakt waar hij zelf van
houdt. Zo is het ook met mijn boeken; ik schrijf wat ik zelf graag zou willen
lezen. Ik stop in mijn boeken de ingrediënten waar ik zelf als lezer van houd. Zo
beschrijf ik een personage niet compleet, maar noem ik enkele details zodat de
lezer het verder in kan vullen. Een boek is een gezamenlijke activiteit tussen
schrijver en lezer. Alles begint in het brein van de schrijver, maar moet het
brein van de lezer bereiken. Niet zoals in de tijd van bijvoorbeeld Balzac die
uitgebreide beschrijvingen maakte over hoe een tafel en een stoel er uit zagen,
of het raam dat uitkeek over de straat. In mijn mening moet je die details
overlaten aan de verbeelding van de lezer. Ik heb regelmatig ontmoetingen met
lezers en vraag hen dan: beschrijf mij Martin Servaz. Het leuke is dat het
beeld van deze politieman bij de lezers vaak heel verschillend is. Groter,
kleiner, jonger of ouder noem maar op. Iedereen maakt zijn eigen beeld van dat
personage.’
Roelant:
‘In uw eerste boek is Servaz 40 jaar oud. Dat maakt hem in uw laatste boek, Weerzin, ongeveer 50.’
Minier:
‘Dat klopt wel, maar toch heeft iedereen zijn eigen voorstelling van die man.
Als je bijvoorbeeld naar een film kijkt, is dat een passieve handeling; je
krijgt iets voorgeschoteld. Het is eenrichtingsverkeer, geen wisselwerking. Een
film kun je analyseren en begrijpen, maar er is geen samenwerking met de
kijker, zoals in een boek met de lezer het geval is. Een lezer creëert iets als
hij leest, want in een tekst zitten altijd gaten en leegtes die de lezer zelf
moet opvullen. Voor mij is de meest intense en participerende cultuuruiting het
lezen van een boek.’
Roelant:
‘In eerdere interviews gaf u aan als kind al heel veel te hebben gelezen.’
Minier:
‘Ja. Met name de boeken die ik toen las van H.P.Lovecraft hebben grote indruk
op mij gemaakt. Dat angst zo’n belangrijk onderdeel van mijn werk geworden is,
komt door zíjn boeken die ik in mijn jeugd verslonden heb.’
[note
Roelant: H.P.Lovecraft 1890-1937 was een Amerikaanse schrijver van horror
verhalen. In zijn leven verguisd, maar na zijn dood bejubeld om zijn originele
ideeën en benadering van het begrip Angst. Ook Stephen King is een groot
bewonderaar van zijn werk.]




  
Minier:
‘Als kind ben ik opgegroeid in een klein dorpje in de Pyreneeën. Het was echt
het laatste, achterste deel van de wereld. Het einde van het einde. Daarachter
was niets meer; nou ja, Spanje natuurlijk, maar daar zaten hoge bergen tussen.
Dat was iets vaags, ongrijpbaars als je een jaar of tien bent. Ik ben geboren
in 1960. Heb verder één tien jaar oudere zus, die al vroeg het huis uit ging. Er
was bitter weinig te doen daar. Op de televisie maar twee kanalen. Computers,
laat staan mobieltjes, bestonden toen nog niet. Kortom, ik ben grootgebracht met
boeken; er was niets anders en gelukkig hield ik van lezen. Vandaar dat ik
zoveel boeken verslonden heb.’
  
Roelant:
‘Ik zoek graag naar overeenkomsten tussen de auteur en zijn personages. De
muziek van Mahler speelt een belangrijke rol in zowel het leven van de
politieman Servaz als van de moordenaar Julian Hirtmann. Bent u zelf ook een
groot bewonderaar van deze componist?’
Minier:
‘Mahler is een curieus verhaal. Voordat ik Een
Kille Rilling
schreef, kende ik Mahler helemaal niet. Wat ik belangrijk
vond in mijn boek was dat ieder personage door zijn eigen muzieksoort werd
vertegenwoordigd. Espérantdieu door Indie Rock en zijn assistent door heavy
metal. Ik wilde dat de muziek iets zou zeggen over het personage. Op die manier
kan ik voorkomen dat ik zelf te veel hoef uit te leggen. Ik wil laten zien,
niet vertellen. Ik dacht welke muziek zou passen bij het personage Martin
Servaz? Een man die een beetje elitair is, een beetje uit de tijd met één voet
nog in de 20e eeuw. Hij is immers onhandig met moderne, hedendaagse
techniek. Toen dacht ik, ja iedereen kent Mahler van naam, maar bijna niemand
luistert er naar. [alom gelach] Het is wat elitair, moeilijk toegankelijk en
zit tussen twee eeuwen, twee stromingen in. Op die manier lijken ze op elkaar,
beide vormen een brug tussen twee eeuwen: bij Mahler zijn dat de 19e
en 20 eeuw, bij Servaz de 20e en 21e. Toen ben ik naar
zijn muziek gaan luisteren en heb me verdiept in analyses en interpretaties van
zijn werk. Wat ik bijzonder vind is dat er nu lezers zijn die hierdoor ook naar
Mahler zijn gaan luisteren. Dat is buitengewoon. Het is bekend van bepaalde
films dat ze op die manier componisten onder de aandacht brengen. Kijk naar Apocalypse
Now met muziek van Wagner. Of naar films van Stanley Kubrick met muziek van bijvoorbeeld
Beethoven. Zelf ben ik ook pas echt liefhebber van klassieke muziek geworden
door filmmuziek, met name die van Kubrick.’
Roelant:
‘U bent ook een echte filmliefhebber?’
Minier:
‘Stanley Kubrick en Ingmar Bergman zijn mijn helden. Ik houd ervan om in mijn
thrillers kleine stukjes te zetten waarin mijn personages praten over het
leven, over de kunst of over filosofie. Zoals in de films van Ingmar Bergman. In
mijn boek Weerzin heb ik het over een
filmvertoning voor studenten. Dat is echt zo gebeurd. Als student heb ik
ontzettend veel films gezien, ook van Bergman. Fascinerend was dat. Als je jong
bent, kunnen bepaalde films of boeken een enorme indruk op je maken. Als je een
jaar of twintig bent komen dingen veel heftiger bij je binnen dan wanneer je
ouder bent.’
Roelant:
‘Opera is ook een medium dat enorme indruk op een persoon kan maken.’
Minier:
‘Bergman heeft die Zauberflöte verfimd, in het Zweeds. Prachtig. In mijn boek Verduistering hebben alle hoofdstukken
een verwijzing naar opera. Kijk! [Minier slaat het boek open en wijst aan]:
ouverture, eerste bedrijf (Madama Butterfly), bariton enz. Dit is echt een boek
voor u, hahaha. Helaas heb ik tegenwoordig helemaal geen tijd meer om naar de
opera of naar de film te gaan. Het is schrijven en reizen, achter elkaar door.’
Roelant:
‘In Toulouse heeft u vroeger nog enige tijd medicijnen gestudeerd. Hebt u uit
die tijd geput voor bepaalde passages uit Weerzin?’
Minier:
‘Ach, niet erg serieus was dat studeren toen. Nee, ik haal die dingen uit mijn
research. Voor die details omring ik me met medici en kijk op internet; voor
politie details heb ik contact met bevriende politie mensen uit Toulouse. Voor Weerzin bijvoorbeeld ben ik naar
Toulouse gegaan en heb een tijdje gelogeerd bij een commandant van de politie.
Op een morgen toen ik op het bureau was, kwam er een melding van een vermoord meisje
binnen. Ik zat meteen midden in een echt politieonderzoek en heb alles
meegekregen hoe dat in zijn werk ging. Dat heb ik gebruikt voor het boek.’
Roelant:
‘Ze vertrouwden u volkomen.’
Minier:
‘Het was zelfs zo dat op een gegeven moment iemand een dossier uit het archief
op ging halen en het voor mijn neus op het bureau neerlegde. Het hele autopsierapport
werd mij uitvoerig verteld. Dat is geweldig voor een schrijver. Je ervaart het
politie gebeuren van binnenuit. Dat is realisme. Van daaruit ga ik schrijven. Nabokov
heeft eens gezegd dat een roman op de eerste plaats het scheppen van een nieuwe
wereld is die verder gaat dan de realiteit om de verbeelding aan te spreken.
Dat is een belangrijke boodschap die ik volledig onderschrijf. De realiteit is
de basis, maar dan ga je verder met het creëren, het verzinnen van je verhaal.’




Roelant:
‘Toen u jong was heeft u veel science fiction gelezen, maar daar komt in uw
eigen boeken niets van terug.’
Minier:
‘Misschien zit de SF nog het meest in mijn net (in Frankrijk) uitgekomen boek, M, le Bord de l’Abime. Dat is een
zelfstandig verhaal, een techno thriller dat gaat over artificiële
intelligentie. Het is geen echte SF, maar eerder moderne realiteit. Toen ik al
die SF las, was ik erg jong, vijftien of zo. Daarna werd het al snel Nabokov,
die me het oog voor detail leerde. Details zijn heel erg belangrijk. De details
en de personages zijn het belangrijkste in een boek. De grote lijnen komen
achteraf vanzelf. Natuurlijk is de intrige in een thriller of politieroman
belangrijk, maar dat staat voor mij toch op de tweede plaats. Het centrum waar
alles om draait zijn de personages. Daar kun je van alles mee laten gebeuren.
Het menselijke aspect vind ik belangrijk. Als je personages voldoende geloofwaardigheid
hebben, echt tot leven zijn gekomen vanuit een realistisch uitgangspunt, dan
nemen ze op een gegeven moment zelf de teugels in handen. Als schrijver volg je
dan slechts hun handelingen. Dat is voor mij de essentie van een echte roman. Dit
in tegenstelling tot een boek waar alles draait om de intrige en waar de
personen erin mechanisch als een Zwitsers uurwerk hun rol vervullen. Dat is een
totaal ander soort boek, gewoon kunstmatig, artificieel. Een andere schrijver
die ik in die periode verslond was Albert Camus. Hij heeft me het wantrouwen
van alle soorten van ideologie meegegeven.’
Roelant:
‘In uw jonge jaren hebt u een jaar in Spanje doorgebracht.’
Minier:
‘[lachend] Dat was mijn Kerouac-periode, zeg maar.’
[noot
Roelant: Jack Kerouac (1922-1969) was een Amerikaans schrijver, de grondlegger
van de Beat Generation, een groep schrijvers wiens filosofie bestond uit
ontdekkingsreizen en de aantrekkingskracht van het onbekende, het verbodene.
Het verslag van die reizen werd opgeschreven in een rauw proza van gedachten en
observaties dat de essentie van beweging probeerde vast te leggen]
‘Die
periode in Spanje, begin jaren 80, is vergelijkbaar met die in de USA van de
jaren 60. Spanje ontdekte de vrijheid en de democratie; de jeugd werd politiek
bewust, onderging een seksuele revolutie en ontdekte drugs. Spanje werd
volwassen, net als ik.’
Roelant:
‘Voor iemand zoals u die aangeeft zich niet met de politiek te bemoeien, laat u
in Weerzin uw personages heel wat
politiek getinte uitspraken doen. Over de Amerikaanse president, over het
klimaat, over het gevangeniswezen etc.’
Minier:
‘Ik ben zeer geïnteresseerd in politiek, alleen niet in mijn boeken heb ik
gezegd. Het klimaat is eerder een sociaal probleem. Maar ik wil geen boodschap
geven, ik stel gewoon een vraag. Ik wil alleen die zaken ter discussie stellen.
Ik wil graag dat de mensen gaan nadenken over dergelijke problemen. In de jaren
90 was er in Frankrijk een hausse van thrillerschrijvers die erg geëngageerd waren.
Hun boeken zaten vol politieke boodschappen. Dat is niks voor mij. Neem iemand
als Fred Vargas [Franse thrillerschrijfster]. Zij is zeer politiek bewust,
neemt voortdurend stelling in bepaalde kwesties, maar niet in haar boeken.’
Roelant:
‘Een ander auteur die u zeer bewondert, is de tegenwoordig bijna vergeten Simenon.’
Minier:
‘Simenon is een van de beste misdaadschrijvers die er zijn geweest. Hij heeft
enorm veel boeken geschreven, 103 met commissaris Maigret en 117 andere boeken.
Ongelooflijke productie. Allemaal met als basis de menselijke geest. Personages
die gingen leven, met wie je je verbonden kon voelen. Echt heel jammer dat
Simenon in de vergetelheid raakt. Hij verdient het om weer onder de aandacht te
komen.’
Roelant:
‘Hoe kijkt u tegen dialogen aan?’
Minier:
‘Dialogen moeten realistisch zijn. Een notaris praat niet hetzelfde als een
boer, ze hebben ook niet dezelfde woordenschat. Daar moet je op bedacht zijn. Verder
moet een dialoog klinken alsof je toevallig een gesprek van anderen opvangt.
Het moet natuurlijk klinken. Toen ik bezig was met Une Putain d’Histoire (2015) [een standalone, nog niet vertaald in
Nederland] ging ik voor de dialogen van mijn jeugdige personages regelmatig in
de trein naar Parijs zitten en luisterde naar de gesprekken van adolescenten.
Klein notitieboekje in de aanslag om hun typische woorden en uitdrukkingen te
noteren.’
Roelant:
‘2011 heeft u betiteld als het begin van een heel nieuw leven.’
Minier:
‘In dat jaar kwam mijn eerste boek Glacé
(Een Kille Rilling)
uit. Het onmiddellijke succes van dat boek heeft mijn
leven totaal veranderd. Toen ik terugkwam uit Spanje in 1984, ben ik bij de
douane gaan werken. Dat heb ik ruim 25 jaar gedaan. Ondertussen getrouwd, twee
kinderen gekregen. Het is aan een kennis bij de politie, die ook in zijn vrije
tijd thrillers schreef, te danken dat ik serieus werk begon te maken van het
schrijven. Hij was zó enthousiast dat hij me aanspoorde om het aan een uitgever
aan te bieden. De rest is geschiedenis.’
Merci
Bernard Minier voor dit uitgebreide interview.




Roelant
de By – vliegende reporter van De Perfecte Buren (die dit keer met de trein is
gegaan)

Lees HIER de recensie van ‘Schemering’
Lees HIER de recensie van ‘Weerzin’

Eerder verschenen op Perfecte Buren.

Schrijven Magazine

Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.