Roelant meets... Charles den Tex - Boek van de maand

Donderdag, 28 april, 2022

Geschreven door: Charles den Tex
Artikel door: Roelant De By

 

Veelvuldig onderscheiden thrillerauteur Charles den Tex (hij won maar liefst drie keer de Gouden Strop) heeft zojuist een nieuwe thriller afgeleverd, De Repair Club. Een mooie aanleiding voor een gesprek. Dat vindt plaats in zijn woning in de Achterhoek. Als ik aan kom rijden, zie ik een prachtige haciënda, die me sterk doet denken aan het decor van een western. Een grote hond begroet me vriendelijk.

 width=

Roelant: ‘Wat een prachtig huis, Charles. Woon je hier al lang?’

Charles: ‘Nog niet zo lang. Anneloes, mijn vrouw, en ik zitten hier nu vijf jaar. Daarvoor heb ik lang in Den Haag gewoond. Samen met Roel Janssen en Tomas Ross vormden we ”De drie van Den Haag”. Daar heb ik altijd met plezier gewoond, maar er kwamen allerlei veranderingen in de buurt, enorme kantoorcomplexen werden er neergezet. Tegelijkertijd raakte ik mijn schrijfplek kwijt. Ik huurde buitenshuis een ruimte, terwijl mijn vrouw, die ook schrijft, dat thuis in een hoek van de eetkamer deed. We besloten dat het een mooi moment was om uit de Randstad te vertrekken. We hebben geen kinderen die je moet meewegen in je besluit. We kwamen al snel overeen dat de Achterhoek, waar Anneloes’ vader vandaan komt, een fijne plek zou kunnen zijn. Eerst hebben we ons flatje in Den Haag verkocht en zijn we wat gaan huren in de Achterhoek. Van daar uit hebben we rustig gezocht naar een plek die ons zou bevallen. Dat is dit huis geworden.’

Roelant: ‘Een super plek. De stijl van jullie huis met al dat hout doet me denken aan het decor van een western. Dan kom ik meteen op jouw boek. De opbouw ervan lijkt op een klassieke western. In het begin komen de boeven de rust verstoren in een vredig stadje, de helden halen hun wapens of oude skills van stal, kruisen de degens, en op het einde vindt de finale afrekening plaats. Dit keer niet van cowboys op de Sierra Nevada maar van spionnen in Dresden, voormalig Oost-Duitsland.’

Charles: ‘Toen ik had bedacht dat het slot in Dresden zou plaatsvinden, ben ik er naartoe gegaan. Het draait allemaal om geheimen. Ik wilde al heel erg lang een spionnenboek schrijven. Dat idee van een spion, zo iemand die een leven bouwt rondom geheimen, daar heb ik altijd van gedacht dat ik daar een keer een boek over moest schrijven. Door een samenloop van omstandigheden kwam ik op het idee van die repair club. Een soort dekmantel voor oude spionnen. Een soort Mission Impossible Team, maar dan oud. [we lachen beide] En dan zonder al die high tech rommel eromheen. Dat sprak mij enorm aan. Het is ook een mooie link tussen het oude spioneren en het moderne. Een van de quotes voorin mijn boek is van Jamie Bartlett. Deze Bartlett is een man die heel erg veel van internet weet. Maar hij schreef ergens: “We need more James Bonds and fewer Edward Snowdens”. Toen dacht ik, ja die begrijp ik. De hoeveelheid digitale informatie is zó groot geworden dat je alleen nog maar op abstract niveau kunt werken. Terwijl je bij heel veel van de dreiging en de gevaren verder zou kunnen komen als je spionnen á la James Bond had die persoonlijk diep in netwerken zitten. Je kunt de hele digitale wereld op zijn kop zetten, maar als wij bijvoorbeeld een mannetje in de buurt van Poetin hadden gehad dan zag het er heel anders uit.’

Roelant: ‘Je geeft aan dat alles verzonnen is in jouw boek, dat geeft je een enorme vrijheid, maar je baseert je wel op feiten of je stelt vragen, zoals over die financiering van terreurgroepen door de Nederlandse overheid.’

Charles: ‘Ja, ik denk dan waarom zit Rutte daar bovenop? En als hij geen antwoord geeft, dan verzin ik dat zelf wel.’

Roelant: ‘De verklaring die je in jouw boek geeft, zou zo maar kunnen. Ik vind het een geweldig boek, meteen een kandidaat voor mijn Boek van het Jaar. Grappig dat de hoofdpersonen mensen op leeftijd zijn. Je zegt zelf over ze: Met zijn pensioen verliest iemand wel zijn werk maar niet zijn capaciteiten.’

Charles: ‘Het is voor het eerst dat mijn hoofdpersonen dezelfde leeftijd hebben als ik. Dat vond ik wel aardig.’

 width=

Roelant: ‘Je bent pas laat begonnen met schrijven.’

Charles: ‘Ik schrijf nu bijna 30 jaar, dat vind ik best wel lang. Maar ik ben vrij laat begonnen, dat is waar. Ik wilde altijd wel schrijven, maar ik werkte heel hard. Ik was communicatie adviseur en alleen maar aan het werk. Toen het een beetje te gek werd, heb ik een sabbatical genomen. Na de eerste maand vrij begon ik me te vervelen. En toen bedacht ik me dat ik moest gaan doen wat ik al die tijd al wilde. Toen heb ik dat eerste boek geschreven.’

Roelant: ‘Heel goed dat eerst die verveling was gekomen.’

Charles: ‘Ja, en je moet de tijd hebben. Ik werkte 60-70 uur in de week. Vakantie nemen deed ik ook nauwelijks.’

Roelant: ‘Hoe vond Anneloes dat?’

Charles: ‘Die werkte ook zo hard. [we lachen] Na die eerste zes maanden was het nog niet af. Daar heb ik toen twee maanden aan vastgeplakt. En toen het af was, ben ik weer aan het werk gegaan. Maar daarna kwamen de aanpassingen. Ik heb het wel een keer of vijf, zes herschreven voordat Bert Bakker zei: nu gaan we het uitgeven. Daar was destijds Mai Spijker de baas en die zei: je denkt natuurlijk dat het om dit boek gaat, maar het gaat mij om je volgende boek. Voor dat tweede boek heb ik vervolgens drie maanden vrij genomen in de zomer. Dat werd eigenlijk de aanpak die ik sindsdien steeds heb gehad. Werken, werken, werken en dan voldoende op de bank om het een aantal maanden te kunnen uitzingen om een volgend boek te schrijven. En dat heb ik een flink tijdje zo gedaan.’

Roelant: ‘Logisch, want hoeveel schrijvers kunnen van hun boekopbrengsten leven in Nederland? Dat zijn er niet veel.’

Charles: ‘Met De Macht van Meneer Miller en Cel heb ik er een tijd van kunnen leven. Ook de filmrechten zijn ervan verkocht. Maar daarna is het niet meer zo groots gebleven.’

Roelant: ‘Het is nu drie jaar na jouw vorige boek, en dat was ook drie jaar na die daarvoor.’

Charles: ‘Dat zijn lange periodes. Maar ik heb in deze tijd twee boeken geschreven. Er is ook een ander boek dat net uit is. Maar dat is in het Engels en is geen thriller. En ik heb dat in eigen beheer uitgegeven.’

Roelant: ‘Oorspronkelijk in het Engels geschreven. Waarom? Vond je dat leuk?’

Charles: ‘Ik ben in Australië geboren en na de middelbare school ben ik naar London gegaan. Daar heb ik drie jaar gewoond. Toen ik daar woonde had ik een idee voor een boek. Op een typemachine ben ik begonnen en had toen iets van vijftien, twintig kantjes. Ook een schriftje met wat aantekeningen. Maar toen ging ik daar weg. Die aantekeningen heb ik altijd bewaard. Af en toe kwam ik ze weer tegen bij een verhuizing en dacht steeds wat een leuk idee, daar moet ik een keer iets mee doen. Maar dat was dus in het Engels. En ik weet inmiddels hoe onmogelijk het is om als Nederlandse schrijver een Engelse uitgever te vinden. En dan liet ik het weer liggen. Maar goed, toen kwam Corona en dacht ik: nu is het tijd om dat Engelse verhaal af te schrijven. Het is een boek geworden dat ik 45 jaar geleden niet had kunnen schrijven. En met de mogelijkheden van selfpub tegenwoordig is het er. Via Amazon.UK en met behulp van een paar freelancers voor de opmaak en de cover ligt het nu klaar als e-boek en als paperback, print on demand.’

Roelant: ‘En waar gaat dat boek over?’

Charles: ‘Het is een verhaal over een familie met twee zoons. Het is hun traditie dat de oudste zoon een dagboek bijhoudt. Dat gebeurt al vanaf begin 1400. Ze hebben zes eeuwen dagboeken in hun bezit. En dat is geheim. De vader wil zijn oudste zoon inwijden in die geheimen, maar deze wil zijn naam veranderen. Daardoor voldoet hij niet meer voor de vader en deze wendt zich tot de tweede zoon. Ondertussen spelen er allerlei verwikkelingen die worden afgewisseld met fragmenten uit die dagboeken.’

Roelant: ‘Je had er makkelijk een thriller van kunnen maken. Ergens is er een moord gepleegd, daarna een cover up, noem maar op.’

Charles: ‘Er zitten best wat thrillerelementjes in, maar het is veel meer een roman, een familie saga. Ik had er op een gegeven moment een plot in zitten, maar op aanraden van Anneloes heb ik dat er weer uit gehaald. Dat leidde teveel af.’

Roelant: ‘Ik heb even in jouw boekenkast gekeken, maar daar zie ik uitsluitend literatuur staan.’

Charles: ‘Toen ik Anneloes leerde kennen, ruim 40 jaar geleden, las ze uitsluitend literatuur. Maar ze werd al snel een enorme thrillerfan. De thrillers hebben we in de boekenkasten boven staan.’

 width=

Roelant: ‘Waarom ben je thrillers gaan schrijven?’

Charles: ‘Het begon met Desmond Bagley. Daarna las ik Raymond Chandler en Dashiell Hammett. Toen dacht ik meteen: dat vind ik leuk.’

Roelant: ‘Een opmerkelijk citaat in jouw boek is het volgende: ’Geen emotie. Het tonen van emotie is een vorm van egoïsme. En daar moet je voorzichtig mee zijn.’ Dat vind ik een moeilijke.’

Charles: ‘Nee, het tonen van emotie is zeggen: het gaat nu om mij. En emotie mag je nooit ter discussie stellen. Dus de ander mag niet meer zeggen dat het even niet om jou gaat. Het tonen van emotie is jezelf in het middelpunt zetten, zonder discussie toe te laten. Dat is meteen het lastige van emotie.’

Roelant: ‘In die zin kan ik me iets voorstellen. Op een begrafenis mag je nooit harder huilen dan de weduwe.’

Charles: ‘Nee! Want dat is egoïsme. Ik wil ermee aangeven dat de algemene mening dat het tonen van emotie altijd goed is, niet waar is. Hoe meer je je emotie uit, hoe meer het gaat om ikke, ikke ,ikke. Dat is lastig en voor een spion ronduit gevaarlijk. Want een spion mag nooit opvallen.’

Roelant: ‘Je schrijft: Desinformatie is een van de grootste problemen van deze tijd. Verwarring zaaien door middel van nepnieuws.’

Charles: ‘Ja, nu helemaal. In sommige landen worden mensen massaal verkeerd voorgelicht door de staatsmedia. Wij zijn echt in de minderheid. Democratische landen zijn sowieso in de minderheid in de wereld, maar democratische landen met een vrije pers zijn een nog kleinere minderheid. Tegenwoordig is het bon ton om iets te zeggen als “de staatsmedia in Nederland”. Je weet niet wat je zegt. Daar kan ik boos om worden. Je mag hier juist álles zeggen wat je wilt. Rusland en China, die hebben staatsmedia. Daar wordt alléén maar gezegd wat de staat wil. Dat hebben wij niet. Dat onze staat de publieke omroep financiert, wil niet zeggen dat de staat bepaalt wat er gezegd wordt.’

Roelant: ‘Vera, de vrouw van jouw hoofdpersoon John, is gelovig en gaat naar de kerk. Prachtig personage die pastoor trouwens. Maar dat brengt John in een lastig parket zeg je, want, ik citeer: praten over God is altijd gevoelig.’

Charles: ‘Dat is toch zo? Niet tussen gelovigen onderling, maar als ik met een vriend van me praat die heel gelovig is, gaat het goed tot we bij God komen. Want omdat ik zelf niet gelovig ben, kan ik alleen met hem praten als ik zijn idee van God accepteer. Als ik daar tegenin ga, krijgen we een discussie over God, en dat is zinloos. Mijn moeder was katholiek en mijn vader was niet gelovig. Zij hadden samen afgesproken dat hun kinderen katholiek zouden worden opgevoed tot ze meerderjarig waren, of tot ze niet meer wilden. En dan moest er ook geen dwang aan te pas komen verder.’

Roelant: ‘Een heel progressieve houding, een mooi compromis.’

Charles: ‘Zeker. Daardoor ben ik heel vrij opgevoed.’

Roelant: ‘Hoe groot was jullie gezin?’

Charles: ‘Ik heb drie broers en twee zussen. [ik schiet in de lach] Ja, mijn moeder was katholiek! Begin jaren vijftig zijn mijn ouders naar Australië gegaan. Daar zijn ze een jaar of acht gebleven totdat mijn vader een hoogleraarschap aangeboden kreeg bij zijn oude universiteit in Leiden. Hij was geoloog.

Roelant: ‘Je schijft, ik citeer: Zodra de geschiedenis een verhaal wordt, zit er een leugen in.’

Charles: ‘Het leven is geen verhaal. Als je daar een verhaal van maakt, ga je het mooier maken of dramatischer, weet ik veel. En dat is dan gelogen voor een deel. Maar het is een manier om het te onthouden. En het is ook leuker. Als je met iemand zit te praten en die gaat je vertellen wat hij gedaan heeft die dag, ga je je al snel vervelen. Dus ga je je toespitsen op wat er nu zo leuk aan was, of spannend. Die versie ga je dan vertellen. Daarom zeg ik als je de geschiedenis tot een verhaal gaat maken, is de leugen erin geslopen. Kom er dan maar weer eens achter waar het afwijkt.’

 width=

Roelant: ‘De menselijke geest is in zijn herinnering niet betrouwbaar. Dat blijkt ook uit de onderzoeken van Professor Wagenaar. Je zegt ook iets interessants over ogen. Ik citeer: Ogen misleiden.’

Charles: ‘Er is een onderzoek geweest in Amerika naar de kwaliteit van de rechters. Het ging om de kwaliteit van het oordeel van de rechter wanneer deze wel of niet de verdachte in de ogen kon kijken. Heel kort door de bocht bleek dat de kwaliteit van het oordeel beter was wanneer de rechters de verdachte niet in de ogen hadden gekeken. Omdat zonder dat oogcontact de rechter zich houdt aan de feiten. Zodra ze de verdachte in de ogen kijken, zien ze een mens en gaan ze er dingen bij bedenken. Toen dacht ik: dit is héél interessant. Want dat hele idee om iemand in zijn ziel te kijken, is sowieso fictie. Dat is dus misleidend. Na dat oogcontact tussen rechters en verdachten bleek een veel hoger recidief percentage dan zonder, omdat er een andere straf uit was gekomen.’

Roelant: ‘Bizar. Ik vind het geweldig dat je zulke dingen even terloops in je boek noemt.’

Charles: ‘Dat vind ik zelf ook. Er zit een heel onderzoek achter waarvan ik me even afvroeg of ik dat uit moest leggen. Maar ik heb daar niet voor gekozen. Laat dat maar aan de lezer over. Vroeger dacht ik ook altijd dat ik iemand in de ogen moet kijken. Ik vind het heel mooi dat wanneer zo’n aanname die als fundament in je leven werkt, opeens niet blijkt te kloppen. Het klopt in ieder geval niet zoals jij denkt dat het klopt. Wanneer je daar over na gaat denken, draai je het om. De beste oplichters kijken je aan. Daar trap je in vanwege de ogen.’

Roelant: ‘Je schrijft ook: Hij vertrouwde zijn gevoel, maar er is niets wat je zo in de luren kan laten leggen als je gevoel. Vrouwen zullen het daar niet snel mee eens zijn, denk ik.’

Charles: ‘Vrouwen worden heel vaak met hun gevoel in de luren gelegd door mannen. Kijk naar loverboys.’

Roelant: ‘Heel cynisch is jouw opmerking dat áls je ergens in moet geloven dat je dat dan beter in een God kunt doen dan in een partij. Je schrijft ergens dat Jouw land wordt geregeerd door iemand zonder ruggengraat of geloof.’

Charles: ‘Zo kijkt de Rus naar Nederland. Ons land wordt geregeerd door iemand die niet gelooft in God of in de grootheid van zijn land, iemand zonder idealen, zonder visie, niks. En dat is ook zo. De vraag is of dat erg is. Poetin heeft wel een visie en die moet je ook niet hebben. Maar het is wel typisch wat een Rus uit die categorie zal denken over ons land.’

Roelant: ‘Graag wil ik afsluiten met jouw citaat: Sociale media zijn een wapen, maar het grote gevaar is dat het volk denkt dat het hún wapen is.’

Dank je wel voor dit bijzonder boeiende gesprek, Charles.

Roelant
Perfecte Buren

Eerder verschenen op Perfecte Buren.