Roelant meets ... Gert-Jan van den Bemd

Maandag, 28 oktober, 2019

Geschreven door: Gert-Jan van den Bemd
Artikel door: Roelant De By

De locatie van ons gesprek is een bijzondere, aangezien Gert-Jan naast schrijver ook beeldend kunstenaar is. Tegelijkertijd met het uitkomen van zijn nieuwste roman, Na de Val, heeft hij een tentoonstelling ingericht met tekeningen en schilderijen die hij maakte naar aanleiding van dat boek. Ook Sofie, het hoofdpersonage, is voortdurend aan het tekenen. Zo zitten wij midden tussen allerlei prachtige toepasselijke kunstwerken. Een geweldig decor voor een gesprek.

Roelant: ‘In je boek laat je Sofie slechts enkele maanden op de Kunstacademie rondlopen. Heb je zelf daar ook zo kort op gezeten?’

Gert-Jan: ‘Nee, ik heb zelf de opleiding afgemaakt. Sofie heeft altijd getekend. Als ze naar de academie gaat, houdt ze erg vast aan haar eigen gewoonte en manier van tekenen. Ze is nogal eigenwijs, terwijl je op een academie juist wordt uitgedaagd om het anders te doen. Waar je zelf heel tevreden over bent, moet je eigenlijk loslaten. Dat gaat met veel frictie gepaard. Je wil eigenlijk niet veranderen. Je hebt talent, denk je, anders word je niet toegelaten. Ik kan het heus wel, zeg je tegen jezelf. Maar de docenten proberen je eerst af te breken, waardoor je je zelfvertrouwen verliest. In de rest van die vier jaar moet je dat dan weer opbouwen.’

Roelant: ‘Dat klinkt net als bij de toneelschool.’

Foodlog

Gert-Jan: ‘Precies. Ik denk dat je bij alle creatieve beroepen eerst je zelfvertrouwen moet verliezen om het daarna weer terug te vinden. Je moet ook leren twijfelen. Die twijfel en onzekerheid moet je toelaten. Sofie durfde dat niet aan. En kon dat ook niet. Vandaar dat ze na enkele maanden al is weggestuurd. Ze is daarna wel door blijven tekenen, maar niet gaan vernieuwen. Zoals een van haar docenten tegen haar zei: wat je nu maakt, zal je over tien jaar nog steeds maken. Sofie vlucht in een horecabaan, omdat ze daar toch al werkte. Ze is geen hoogvlieger; het past wel bij haar om een beetje de makkelijke weg te kiezen.’

 width=

Roelant: ‘Waarom heb je gekozen voor een vrouwelijk hoofdpersoon?’

Gert-Jan: ‘Dat diende zich vanzelf aan. Als schrijver vind ik het sowieso een uitdaging om me te verplaatsen in andere personen. Zeker, bij een vrouw is dat niet eenvoudig, maar dat vind ik juist interessant. De hoofdpersoon van De verkeerde Vriend, mijn eerste boek, is een man van veertig. Dat is makkelijker, hoewel het een man betreft zonder ambities, een man die niet vooruit te branden is. Dat staat mijlenver van mijzelf af. Maar ik vond dat wel heel leuk om zo’n ontzettende druiloor als hoofdpersoon te nemen. Voor sommige lezers misschien wat lastig, zo’n antiheld die zich niet ontwikkelt tot held, maar dat neem ik op de koop toe. Zoals zoveel mensen gaat hij problemen uit de weg. Ik laat hem dan wel even iets heldhaftigs doen, maar uiteindelijk valt hij weer terug in zijn patroon. Compleet tegen de regels van de roman, maar in dit geval wel passend.’

Roelant: ‘Komt dit overeen met jouw visie op de mensheid?’

Gert-Jan: ‘Voor een groot gedeelte wel, ja. Ik denk dat veel mensen redelijk laf zijn. Laf en passief. Kijk hoe mensen omspringen met wereldleiders die niet bekwaam zijn. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat een Trump zo lang door kan gaan en zoveel schade aanricht? Kijk hoe hij mensen tegen elkaar op zet, hoe hij met de natuur omgaat. De economie is nummer één. Alles draait om productie. Ondertussen gaat dat land naar de mallemiezen. We zien dat allemaal en toch is niemand in staat om dat tegen te gaan. Dat vind ik onvoorstelbaar. Okay zolang je gezond bent en werk hebt, heb je misschien wat meer koopkracht gekregen, maar ben je niet gezond of raak je je baan kwijt, dan val je uit de boot. Je gaat down-the-drain, belandt in het afvoerputje. Een vriendin van me is pas in Amerika geweest. Ze is erg geschrokken over hoe het de mensen vergaat die het niet redden. Er is veel armoede en de verschillen tussen arm en rijk worden steeds groter. Dus mijn beeld van de mensheid is niet zo positief. Het is gelukkig niet zo dat ik sikkeneurig rondloop. Ik probeer altijd de positieve zaken eruit te filteren.’

Roelant: ‘Je bent hier in Breda geboren? Ik hoor helemaal geen zuidelijke tongval.’

Gert-Jan: ‘Klopt, ik ben hier geboren, maar ik werk al meer dan 30 jaar bij het Erasmus MC in Rotterdam. Dat helpt wel, denk ik. Het Erasmus MC is een enorm bedrijf waar zo’n 14.000 mensen werken. Na mijn studie klinische chemie heb ik daar 20 jaar als wetenschapper gewerkt, ik heb als endocrinoloog (hormoon deskundige) voornamelijk onderzoek naar kanker en osteoporose verricht. Als ontspanning heb ik een fotografie-opleiding gevolgd. Toen merkte ik dat mijn creatieve kant steeds belangrijker werd. Ik ben naar de kunstacademie gegaan, deeltijd, ’s avonds en in het weekend. Daar ben ik in 2007 afgestudeerd. Daarna wilde ik parttime gaan werken, maar als onderzoeker kun je dan niet meedraaien aan de top. Toen ben ik met de raad van bestuur gaan praten. Ik kwam als geroepen. Op dat moment zochten ze iemand die een koffietafelboek wilde maken, met foto’s die een overzicht gaven van 40 jaar medische faculteit Rotterdam. Mijn wetenschappelijke kennis en kunstzinnige achtergrond kwamen daarbij goed van pas. Het was een flinke klus, want er was nog geen voorwerk verricht. Het boek was maar net op tijd klaar voor de viering van het jubileum, de inkt was bij wijze van spreken nog nat, maar het is wel heel mooi geworden. Het hoofd van de afdeling communicatie waar het fotoboek-project onder viel, bood me daarna een baan als wetenschapsjournalist aan. Dat kon wél parttime. Ik moest goed nadenken, want daarna was een terugkeer naar de wetenschap vrijwel uitgesloten. De ontwikkelingen gaan te snel, die kun je niet bijhouden als je er niet meer in zit. Toch heb ik het aanbod geaccepteerd. Soms mis ik het laboratoriumwerk nog wel, de speurtocht naar ingewikkelde processen… Wat komt er uit de experimenten, hoe interpreteer je de resultaten? Wat betekent dat voor patiënten? Maar de papierwinkel, de bureaucratie, het regelen van onderzoeksgelden en dergelijke is verschrikkelijk. Ik ben blij dat ik dáár vanaf ben. In mijn journalistieke baan schrijf ik over wetenschap in lekentaal. Ik interview artsen en wetenschappers over nieuwe ontwikkelingen in de geneeskunde. Die worden gepubliceerd in magazines en op digitale sites. Dat doe ik drie dagen per week. Verder ben ik auteur van fictie en beeldend kunstenaar. Een ideale combinatie. Als journalist kom ik overal binnen. Heel erg leuk, want dat geeft mij telkens weer nieuwe inspiratie voor mijn creatieve uitingen.’

 width=

Roelant: ‘Je begon met het schrijven van korte verhalen?’

Gert-Jan: ‘Klopt. Om mijzelf op de kaart zetten, ben ik mee gaan doen met verhalenwedstrijden. Ik won regelmatig, helaas leverde dat nog geen contract bij een uitgever op. Tot ik in 2016 de Aspe award won, genoemd naar de Vlaamse thrillerschrijver Pieter Aspe. Toen kwam ik in contact met uitgeverij Angèle (onderdeel van de Standaard Uitgeverij), waar ik nu al twee boeken bij heb uitgegeven. Ik schrijf geen thrillers, het zijn romans met een spannend element erin. Dat vonden ze gelukkig geen probleem bij de uitgeverij.’

Roelant: ‘Het is mooi, zelfs literair geschreven, vind ik. Genieten van de taal.’

Gert-Jan: ‘Dat is ook mijn doel, maar de toon is licht, niet zwaarmoedig. Ik gebruik geen ingewikkelde woorden. Voor lezers vanaf een jaar of zestien zullen mijn boeken goed te lezen zijn. Je moet er wel over nadenken, het gaat een beetje in je hoofd zitten, maar ik wil de lat bewust niet al te hoog leggen. Ik bewonder schrijvers die in staat zijn om met weinig woorden een hele wereld te scheppen.’

Roelant: ‘Ik denk meteen aan Hemingway, die je ook noemt in je boek, Na de Val.

Gert-Jan: ‘Ja, hij is een goed voorbeeld. Het is een cliché, maar het is wel waar: schrijven is schrappen. Willem Elsschot is ook zo’n voorbeeld, net als Philippe Claudel. Met ogenschijnlijk simpel taalgebruik kunnen zij een hele wereld creëren, die ook nog lang in je hoofd blijft zitten. Simpel schrijven lijkt niet zo ingewikkeld, maar dat het ook beklijft, dát is de kunst. Levi Weemoedt en Patricia Highsmith doen dat ook heel goed. Als ik van lezers hoor dat ze op straat mensen zijn tegengekomen die ze doen denken aan een personage uit een van mijn boeken, vind ik dat een compliment. Dan merk je dat mijn personages nog een tijdje doorleven in hun hoofd.’

Dank je wel voor dit bijzonder interessante interview.

Roelant
Vliegende reporter voor Perfecte Buren

Lees HIER de recensie van ‘Na de val’

Eerder verschenen op Perfecte Buren.