Roelant meets ... Hetty Kleinloog

Dinsdag, 31 augustus, 2021

Geschreven door: Hetty Kleinloog
Artikel door: Roelant De By

 

Na eerder drie romans en één novelle te hebben geschreven, trakteert Hetty Kleinloog de lezers ditmaal op een echte thriller, De zusjes‘. Uit de achterflap blijkt dit de eerste van een reeks te zijn. En wanneer je met deze eerste thriller meteen 4 sterren in de altijd zeer kritische VN-thrillergids krijgt, is er iets bijzonders aan de hand. Een mooie aanleiding om een uitgebreid interview met Hetty te hebben. Ons gesprek vindt plaats in haar woning, een gezellige etage in de Amsterdamse Jordaan.

Roelant: ‘Allereerst gefeliciteerd met de prachtige recensies die je overal krijgt. En volkomen terecht, want het is een erg goed boek. Op de omslag staat “Kauffmann & Kauffmann, bedrijfsrecherche. Een tak van sport waar we niet veel over lezen in het thriller genre.’

Hetty: ‘Een goede vriend van mij, Gerd Hoffmann, was eigenaar van Hoffmanns Bedrijfsrecherche. Hij heeft mij zoveel verhalen verteld uit de praktijk dat ik genoeg stof voor tien of misschien wel twintig boeken heb.’

Roelant: ‘Dat klinkt heel erg goed. Maar vertel eens, jij bent nog niet zo lang romans aan het schrijven. Jouw debuut, Volle Bloei, verscheen in 2018.’

Hetty: ‘Mijn romandebuut voor volwassenen bedoel je. Maar ik ben mijn hele leven al aan het schrijven. Na mijn middelbare schooltijd ben ik naar de theaterschool gegaan, hier in Amsterdam, richting docent drama. In die tijd was vooral hoe alles er uit zag van belang. L’art pour l’art. Dat soort dingen is altijd aan schommelingen onderhevig. Maar ik zat net in de tijd van alleen maar mooie plaatjes. Toen ik mijn diploma had gehaald, wilde ik toch iets van inhoud erbij. Daarom ben ik theologie gaan studeren daarna.’

 width=

Roelant: ‘Dat is een combi die je niet ziet aankomen.’

Hetty: [aarzelend] ’Nee, maar ik zocht heel erg naar inhoud. Het fascineerde me wat mensen geloven, wat ze niet zeker kunnen weten, dat spanningsveld. Het door de eeuwen heen zoeken naar godsbewijzen vind ik leuk. Ik heb die theologie opleiding niet afgemaakt, want het ging me niet om het diploma. Maar het heeft er wel toe geleid dat ik mijn hele leven op zoek ben naar een evenwicht in vorm en inhoud.’

Roelant: ‘Van theologie studies hoor je dat men begint met alles af te breken, om overal vraagtekens bij te zetten, en om daarna de boel weer op te bouwen.’

Hetty: ‘Nee, dat was bij die studie helemaal niet. Het was een HBO-studie, Levensbeschouwing, Kunst en Cultuur. Het was helemaal niet dogmatisch, maar meer filosofisch en dat vond ik juist heel leuk. Voor mij is die combi van theater en religie, van vorm en inhoud heel logisch. Op een gegeven manier komen die twee zaken altijd samen. Ook in mijn boeken. Daarin ben ik op zoek naar mooie verhaallijnen, spannende personages, maar tevens altijd naar iets van inhoud. Het zoeken daarnaar is belangrijk voor me.’

Roelant: ‘Je hebt lang in een vrouwentheatergroep gezeten, Mevrouw Jansen.’

Hetty: ‘Ja, daar heb ik met veel plezier naast theaterteksten ook liedjes voor geschreven. Daar heb ik heel veel kunnen experimenteren. Die groep richtte ik tijdens de theaterschool op. We moesten een afstudeervoorstelling maken, een eigen productie. Ik had een tekst gekozen van Klaus Mann. Dat stuk heette Anja en Esther.’

Roelant: [lachend] ‘Ook twee vrouwen.’

Hetty: ‘Ja, precies, ook twee vrouwen, maar geschreven door een man. Maar ik kon niks met dat stuk. Hoewel het wel een mooie tekst was, zat die me in de weg. Ik dacht : dan moet ik het zelf maar schrijven. En zo is het eigenlijk begonnen. Heel ad hoc wat vriendinnen bij elkaar geraapt om op de planken te kunnen zetten. En die groep heeft uiteindelijk 23 jaar bestaan. Ik weet nog dat ik een theatertje aan het zoeken was. Ik stond op een ladder en werd teruggebeld. Hoe heet jullie groep eigenlijk, vroegen ze. Ik had daar nog helemaal niet over nagedacht. Ik verzon ter plekke de naam Mevrouw Jansen. En vervolgens zat ik 23 jaar vast aan die naam. [we lachen uitgebreid] Maar die theatergroep is voor mij echt een laboratorium geweest om alles te ontdekken. Liedjes schrijven, dialogen. Na een tijdje deed ik schrijfauditie bij een soap. Via deze soap, Onderweg naar morgen, kwam ik in de televisie wereld terecht. En zo krijg je van alles te doen. Ik ben een echte veelvraat wat schrijven betreft.’

Roelant: ‘Dat is hartstikke leuk natuurlijk. Maar toen nog nooit een echt boek geschreven.’

Hetty: ‘Ik dacht vroeger dat ik dat niet kon. Toen ik twintig was, heb ik wel eens iets geprobeerd, maar dat was zó slecht dat ik het weggegooid heb en mijzelf beloofd heb om zoiets nooit meer te doen. [we lachen uitgebreid] Daar heb ik me bijna 40 jaar aan gehouden. Maar op een gegeven moment werkte ik voor Spangas, die jeugdserie. Er was een groot feest waar je aan lange tafels ging eten. Toen kwam er een vrouw naast me zitten. Zij stelde zich voor: ‘Ik ben Martine Schaap van Uitgeverij Ploegsma.’ Ik stelde me voor: ‘Ik ben Hetty en ik schrijf voor Spangas.’ ‘Jij moet van de week maar eens bij me op kantoor komen.’ Nou dat vond ik prima. En daar vroeg ze me of ik de Spangas jeugdroman wilde schrijven. Dat ben ik gaan doen en ontdekte ik dat ik het leuk vond en toch wel kon. Na Spangas heb ik nog even bij Goede Tijden, Slechte tijden gewerkt, maar op een gegeven moment ben ik daar mee gestopt en ben ik me helemaal op boeken schrijven gaan toeleggen. Dat heeft voordelen boven televisie. Het is helemaal van mijzelf, geen concessies. Geen tien kanalen die zich óók nog eens met de inhoud bemoeien. Bij schrijven voor televisie wordt het product vaak een gemiddelde van meningen. Het schrijven van een roman kan ik helemaal zelf doen. Alleen een redacteur en een uitgever kijken ernaar, maar dat is in geen verhouding met hoe er bij de televisie wordt gewerkt.’

 width=

Roelant: ‘Ik heb gelezen dat je er moeite mee hebt om thuis aan je boek te werken, dat je je liever terugtrekt op een stille plek zonder afleiding.’

Hetty: ‘Ik vind het heel lekker om het huis uit te zijn als ik schrijf, dat is waar. Maar ik begin het een beetje te leren. Ik heb daar [ze wijst in de richting van een andere kamer] mijn werkkamer en mijn computer waar alleen mijn manuscript op staat. Mijn laptop staat hier in de keuken op tafel waar ik alle andere dingen op doe. Hier ben ik aan het mailen, organiseren, noem maar op en dáár ben ik uitsluitend met mijn boek bezig. En dat werkt.’

Roelant: ‘Je woont hartje Amsterdam en wordt gewoon snel afgeleid. Er gebeurt altijd wel wat.’

Hetty: ‘Constant. En ik ben de buurvrouw die altijd thuis is en alle pakjes voor de hele buurt aanneemt. En voor een boek moet je je kunnen focussen. De structuur in een boek is heel belangrijk. Ik ben geen schrijver die zomaar begint en wel kijkt waar ze uitkomt. Als je dat doet moet je uiteindelijk heel veel schrappen, want er moet toch structuur in zitten. Dan denk ik er liever van tevoren goed over na.’

Roelant: ‘Je hebt het niet over films in je boek. Geen bijzondere interesse in?’

Hetty: ‘Nee, ik ga weinig naar de film.’

Roelant: ‘Dat dacht ik wel. Het viel me gewoon op. Soms zijn juist dingen die niét in een boek staan des te opvallender. Vooral omdat in jouw boek daar gemakkelijk een referentie naartoe gemaakt had kunnen worden. Je noemt wel de Mattheus Passion en je hebt het over schaken en grootmeesters.’

Hetty: ‘Wat leuk dat jou dit opvalt. Het is waar, ik heb er niet zoveel mee. Soms neem ik me eens voor om naar een film te gaan waar ik wat goeds over gehoord heb, maar dan zakt dat weer weg. Zo blijkt maar dat je een schrijver leert kennen door zijn boeken. Jouw opmerkingen zeggen wat over mij. De liefde voor de Mattheus Passion heb ik van mijn vader. Die ging er elk jaar naar toe. Als kind vroeg ik dan of ik mee mocht. Nee, zei hij steeds, jij bent nog te jong. Nou dan wordt zoiets heel aantrekkelijk. Dat heeft mijn vader heel goed gedaan. Want toen ik zestien was en eindelijk mee mocht, vond ik het geweldig. En dat is zo gebleven.’

Roelant: ‘Ben je protestant?’

Hetty: ‘Nee, op mijn tiende ben ik katholiek geworden. Als kind vond ik het allemaal prachtig! Was reuze fanatiek. Maar toen ik student was en de Paus in Nederland kwam en zich zo uitsprak tegen homo’s heb ik me weer uit laten schrijven. Maar ergens blijf ik toch wel dat katholieke meisje. Ik heb vijf jaar geleden de Maria Magdalena Passie geschreven. Die is opgevoerd in de Waalse kerk.’

Roelant: ‘Wat super leuk! Heel bijzonder. Jacob Slavenburg is in Nederland de grote kenner op dat gebied.’

Hetty: ‘Klopt. Die heeft ons toen ook erg geholpen met allerlei informatie over Maria Magdalena. Zou leuk zijn als deze Passie elk jaar zou worden opgevoerd.’

Roelant: ‘Wat me trof in een eerdere uitspaak van je is wat je zei over jouw grote fantasie. Voor een schrijver is zoiets heel handig, zei je, maar als mens geeft dat je meer angsten.’

Hetty: ‘Ja, soms zit mijn verbeeldingskracht me in de weg. Ik kan me altijd voorstellen wat er mis kan gaan. Toen de kinderen klein waren en ik met de auto over een spoorweg reed, dacht ik: wat moet ik doen als de auto opeens afslaat en er komt een trein aan? Moet ik eerst dat kind eruit halen, of moet ik juist die auto gaan duwen? Of als ik ergens in mijn eentje in een bos loop heb ik ook al honderd scenario’s van wat er allemaal mis kan gaan. Ik kan het bedenken en af en toe is dat lastig. Ik ben banger dan de gemiddelde mens. Dat is de vloek van de verbeeldingskracht.’

 width=

Roelant: ‘Ik moet opeens denken aan Karin Slaughter die datzelfde tegen me zei.’

Hetty: ‘Angst is de prijs van fantasie en verbeeldingskracht. Maar aan de andere kant is het erg fijn dat je dat kunt gebruiken bij het schrijven, met name bij thrillers.’

Roelant: ‘Je bent de oude Amerikaanse meesters aan het herlezen, vertelde je. Steinbeck, Hemingway.’

Hetty: ‘Oh, daar ben ik zó weg van. En daar word ik als schrijver ook nederig van. Die Hemingway, niet normaal zoals die man kon schrijven. In Voor wie de klok luidt komt de allerbeste seksscène voor die ik ooit gelezen heb. Meestal zijn seksscènes in boeken erg vervelend. Maar Hemingway beschrijft het zo beeldend en fysiek, zonder te expliciet te zijn. Ik ben een groot bewonderaar van hem. Hij benoemt geen enkele emotie. Dat is ook zo goed. Als iemand verliefd is, krijgt hij een brok in zijn keel. Of iemand die bang is, kan opeens niet meer spugen. En dat klopt want als je bang bent verlies je je speeksel en kan je niet meer spugen. Geen emotie benoemen, dat is het eigenlijk toch waar het om gaat. Alles vertellen in dialoog en in beeld. En dan kom ik ook weer terug op scenario. Want daar kun je alleen iets vertellen met dialoog en beeld. Ik ben helemaal terug naar the Great American Novels. Ook omdat daarin goed uitgewerkte personages zo belangrijk zijn. Personages, structuur en dialoog, daar gaat het om. Terwijl ik nu deel 2 aan het schrijven ben, lees ik Hemingway opnieuw. Dan besef ik me dat ik alle uitleg kan schrappen. Laat het zien, leg niets uit en onderschat de lezer niet. Dat is de gouden formule die ik me telkens weer in het hoofd prent.’

Dank je wel voor dit fijne gesprek, Hetty.

Roelant
Perfecte Buren

Eerder verschenen op Perfecte Buren.