Roelant meets ... Kasper van Beek

Woensdag, 10 juni, 2020

Geschreven door: Kasper van Beek
Artikel door: Roelant De By

 

Onder een stralende blauwe hemel, met een heerlijk glaasje wijn had Roelant een tête-à-tête met Kasper van Beek.

Twee jaar na zijn debuut Vogelvrij, dat op de shortlist voor de Gouden Strop stond, komt auteur Kasper van Beek, met een nieuw boek. De honger is de suggestieve titel. In deze tijd van Corona ontmoeten we elkaar in Naarden-vesting op een bankje in de open lucht met gepaste afstand en zelf verzorgde catering.

 width=

Kasper: ‘Ik kom uit Amsterdam, heb daar altijd gewoond in de rivierenbuurt. Mijn ouders wonen nog steeds in mijn ouderlijk huis. Drie jaar geleden heb ik de kans gekregen om daar in de buurt iets te huren. Nu mijn vriendin en ik twee kleine kindjes hebben, hoeft mijn vader maar een klein blokje te lopen om te komen oppassen. Dat is heel fijn. Het voelt ook heel vertrouwd, zo in je oude buurt. En als je dan je verhaal daar voor een groot gedeelte laat afspelen, is dat in een wereld die je goed kent. Omdat het gegeven van mijn nieuwe boek, De honger, vrij bizar is, helpt het mij om het realistisch te maken, om het zich te laten afspelen op straten en plekken die ik goed ken en voor me zie. Dan komt het voor mijn gevoel wat meer tot leven. En als ik dat zelf duidelijk voor me kan zien, hoop ik dat anderen het ook kunnen.’

Roelant: ‘Je schrijft heel beeldend, heel filmisch zou ik zeggen. Dat is misschien logisch gezien je dagelijkse werk in de tv en film wereld.’

Kasper: ‘In het begin moest ik even omschakelen, had ik het over scènes in plaats van hoofdstukken. Ik zat echt helemaal in het filmjargon. Maar het is echt een andere manier van schrijven, een script of een boek. Ik ben nu bijvoorbeeld ook een thriller serie aan het schrijven voor Videoland. Daar is het een en al “show, don’t tell”. In een boek kun je echt in iemands hoofd kruipen, in iemands belevingswereld. Iemand kan daar naar je kijken en glimlachen, maar ondertussen de naarste dingen denken. Dat intrigeert me heel erg. Plus dat je in een boek je fantasie de vrije loop kunt laten. In het dagelijks leven zit ik behoorlijk vast met begrotingen, budgetten, wat kan er wel, wat kan er niet. In de Nederlandse filmwereld heb je soms dat je uitgaat van een helikopter achtervolging, maar uiteindelijk uitkomt op een achtervolging op de fiets. In een boek kun je al die praktische gedachten loslaten.

 width= In Vogelvrij maakte ik een road trip naar Finland, dat sprak mij heel beeldend aan. In De honger ben ik iets dichter bij huis gebleven, Amsterdam en Limburg. Maar daar kan ook genoeg gruwelijks gebeuren. Het boek leunt natuurlijk ook heel erg op een eindtwist. Wat is er gebeurd? Ik vind het erg leuk om op zo’n manier te werken. Het begin van het schrijfproces is eigenlijk het leukst. Wat ik aan het doen ben, is de meest bizarre vragen opwerpen in mijn hoofd, wat als? En als ik daar een heel groot vraagteken voor krijg, een bizarre situatie, dan ga ik vervolgens proberen om daar een zo realistisch mogelijk antwoord op te vinden. Dat is voor mij het meest intrigerende. Soms loop je daar helemaal in vast en schiet je uit de bocht, en kan je het niet meer uitleggen. Je moet wel het einde kennen, weten waar je naartoe gaat. En dan drop je her en der wat puzzelstukken, die als het goed is allemaal toe bouwen naar de onthulling aan het einde. Wanneer ben je als mens het kwetsbaarst? Als je niet weet dat er op je gejaagd wordt terwijl je bekeken wordt. Ik zit hier met jou nu eenmaal anders dan wanneer ik hier met mijn vader of met mijn vriendin zou zitten. Je bent altijd bezig met een bepaalde beleefdheid, met een bepaalde omgangsvorm, toch? Als je thuis bent, doe je niet alleen je jas uit, maar zet je ook je masker af als het ware. En als je dan merkt dat iemand jou en jouw gezinsleden een jaar lang heeft gevolgd en alles heeft vastgelegd, krijg je daar wel een heel naar gevoel van op zijn minst.’

Roelant: ‘Het heeft iets van Big Brother, maar het gaat veel verder als in jouw boek bijvoorbeeld het favoriete standje van de dochter des huizes uit de doeken wordt gedaan. Dit is sexting in het kwadraat.’

Kasper: ‘Dat is het fijne van een boek: je kunt het lekker uitvergroten. Maar ik probeer wel al die bizarre dingen die ik verzin te staven aan de realiteit. Ik heb een goed contact met een rechercheur uit Amsterdam die ik altijd kan raadplegen. Die had iets dergelijks, wat ik in mijn boek beschrijf, nog nooit meegemaakt. Er zijn camera’s geplaatst, maar er is niets gestolen. Er is natuurlijk ingebroken, zonder toestemming, en alles is gefilmd. Maar vervolgens gebeurt er nog niks met al dat beeldmateriaal. Er is geen privacy schending zolang het niet naar buiten wordt gebracht. Die rechercheur zat echt te puzzelen. Dat is een goed teken, dacht ik meteen. Dat het écht zou kunnen, maar dat het nog nooit is gebeurd.’

Roelant: ‘Huisvredebreuk is strafbaar.’

Kasper: ‘Dat wel, ja, maar het voelt natuurlijk veel zwaarder dan dat alleen. Een jaar lang zijn alle geheime en intieme momenten vastgelegd en bekeken. Eigenlijk zijn ze jou ontstolen. Een tijd geleden is mijn laptop gestolen. Dat is op zich al erg vervelend, maar het feit dat iemand door jouw vakantie foto’s zit te scrollen is eigenlijk veel erger. Dat naakte gevoel is veel vervelender dan het geld dat je kwijt bent. Dat vond ik een interessant gegeven. Daar ben ik vervolgens mee gaan spelen. In een situatie als de mijne, werkend en twee kleine kindjes, is het sprokkelen qua tijd, maar omdat ik het zo leuk vind om te doen, vind ik dat niet erg. Jouw beoordeling die je voorin het boek hebt gezet, jouw compliment moet ik eerder zeggen, doet me erg goed. Ik wil het liefst iets schrijven wat ik zelf zou willen lezen. Dat probeer ik altijd te bewaken. Dan heb je in ieder geval heel veel plezier gehad aan het schrijfproces. Als andere mensen dat kunnen waarderen, is dat alleen maar mooi.’

Roelant: ‘Toen je eerste boek uitkwam, kreeg dat helemaal niet zoveel ruchtbaarheid. Bij toeval heb ik het gekocht en was razend enthousiast. Nu met je tweede boek sta je zelfs met een interview in De Telegraaf.’

Kasper: ‘Als debuterend schrijver is dat altijd lastig. Hoewel ik bij mijn debuut ook aandacht van De Telegraaf en Het Parool heb gekregen, moet je eigenlijk wat meer boeken onder je riem hebben om echt op te vallen. Het is niet een heel grote showbizz wereld waar je in zit als auteur. Je moet vechten voor je plek en je moet het verdienen. Maar dat vind ik ook wel eerlijk. Het is een uitdaging die ik graag aanga.’

Roelant: ‘Wat voor opleiding heb je gevolgd?’

Kasper: ‘Middelbare school naar het Vossius (gymnasium), vlak bij het Vondelpark. Diploma in 2004. Toen ben ik een soort oriëntatiejaar op de Universiteit gaan doen. Het aantrekkelijke daarvan was dat je dan een half jaar in Amerika kon studeren. Daar ben ik naast Amerikaanse literatuur en geschiedenis ook film gaan studeren. Ik wilde ervaren hoe het was om op zo’n campus te leven. Ik zat midden in de Rocky Mountains, Montana; echt in red-neck country. Daar had de UvA een uitwisseling mee. De filmschool stond vrij hoog aangeschreven. Een dergelijke filmschool in Los Angeles kostte 30.000 dollar en dat hadden we thuis niet. Maar op deze manier kon ik toch zes maanden op de campus leven en me op films maken storten. Dat was een geweldige ervaring, die ik ook gebruikt heb voor mijn debuut Vogelvrij. Toen ik weer terug in Amsterdam kwam, ben ik begonnen met de studie Media en Cultuur aan de UvA. Dat voelde voor mij als een veel te bedachte studie, heel erg geforceerd.’  width=

Roelant: ‘Maar je was net in Amerika geweest! Je was veel te verwend!’

Kasper: [lachend] ‘Dat ook, maar als er de hele tijd bij de colleges geroepen wordt dat wanneer je films wilt maken je dan hier niet op de goede plek zit… Toen ben ik daarmee gestopt. Ik heb toen gereageerd op een krantenartikel van Dick Maas. Ik ben zijn productie assistent geweest bij de film Moordwijven. Van daaruit groeide ik door naar een productie assistentschap van een televisie serie van een half jaar, Voetbalvrouwen was dat. Die was van NL film. Vervolgens twee jaar full time bij een commercial productie huis gewerkt. Daar een beetje opgeklommen tot productie manager van commercials. Maar toen begon toch het schrijven en het creatieve bij mij te prikkelen. Ik was 24 jaar. Mijn grote droom was altijd om de film academie te gaan doen. Maar steeds nét niet aangenomen. Twee keer op de reserve lijst gezet. Maar bij stom toeval belden ze me op met de boodschap dat ze op de film academie een nieuwe richting gingen opzetten (Creatieve Productie) waarvan ze dachten dat ik daar erg geschikt voor zou zijn. Toen ben ik alsnog 4 jaar naar de film academie gegaan.’

Roelant: ‘Hoe was dat, die film academie?’

Kasper: ‘Eén grote speeltuin was dat. Dat is de beste omschrijving. Je mag experimenteren, films kijken, zelf draaien, noem maar op. Het was ook fijn om het studentenleven vier jaar lang te beleven. In mijn eindexamen jaar zocht ik sponsoring voor mijn eindfilm die ik ook zelf schreef. Daar kwam ik opnieuw bij NL film uit. Die hebben mij toen gesponsord. Ik ben vervolgens, samen met een vriend, een eigen productie maatschappij begonnen. Daarnaast leuke content gemaakt, onder meer een politie serie met Thomas Acda en het eerste seizoen Rundfunk. Omdat we ons wilden verbreden zijn we drie jaar geleden een samenwerking aangegaan met NL film. Dat blijkt een terugkerende factor in mijn leven. We maken nu heel veel verschillende content, waaronder een grote serie die we nu aan het draaien zijn. Maar door die Corona ligt dat nu stil.’

Roelant: ‘Hoe kwam je, als debutant, terecht bij een gerenommeerde uitgeverij als Cargo?’

Kasper: ‘Ik had een filmscript wat niet te verwezenlijken was. Een beetje post-apocalyptische wereld. Mijn vriendin zei dat ik het als boek moest omschrijven. Op de film academie hebben we ooit les gehad van Thomas Ross. Die zit bij Cargo. Vervolgens heb ik het in boekvorm geschreven en opgestuurd naar Cargo. Ik kreeg als reactie terug dat ze het interessant vonden en een heel tof verhaal, maar dat het niet paste in hun portfolio. Het was een beetje in het Young Adult- fantasy genre. Ik werd wel uitgenodigd voor een gesprek. Daar vertelde ik ze dat ik ook met een thriller bezig was. Toen gingen ze meteen rechtop zitten. Zo is het begonnen en ben ik herenigd met Thomas Ross. Het is heel fijn om samen met hem en met Chris Kooi, mijn redacteur, te sparren.’

Roelant: ‘Je had het al even over het belang van locaties. Hoe bepaal je die?’

Kasper: ‘Soms springen adressen of plekken zomaar in mij op, zoals betondorp of de Joubertstraat. Ook bepaalde nummering in mijn boeken kan een speciale betekenis hebben. Geboortedata van mijn kinderen, trouwdag van mijn ouders of neem bijvoorbeeld het nummer van de kamer in het ziekenhuis in De honger. Dat is hetzelfde als het kamernummer van het hotel in The Shining waar je niet in mag. Als groot filmliefhebber stop ik graag dat soort grapjes in mijn boeken. Zal waarschijnlijk bijna niemand opvallen, maar voor mijzelf zijn die inside jokes erg leuk.’

Roelant: ‘Jouw eerste boek, Vogelvrij, is al vertaald in het Duits en het Tsjechisch. Voor een debuut is dat opmerkelijk.’

Kasper: ‘Ja, daar ben ik ook erg blij mee. Hopelijk gaat dat ook gebeuren met De honger.

Roelant: ‘Tot slot wil ik iets vragen over de titels van jouw boeken, Vogelvrij en De honger. Waarom deze titels?’

 width=Kasper: ‘Vogelvrij slaat op de situatie waarin mijn hoofdpersoon zich bevindt als er aan alle kanten op hem gejaagd wordt. In eerste instantie had ik voor dit verhaal, waar ik al vanaf mijn negentiende mee rondloop, de titel Vogelvlucht. Maar dat klinkt totaal niet thrillerachtig. In samenspraak met de uitgeverij komt deze er dan uit. Hoezo? Vind je hem niet goed?’

Roelant: ‘De titel dekt de lading van het boek zeer goed, maar hij beklijft niet. Je vergeet ‘m te snel. Kan ook aan mij liggen, hoor. En bij De honger heb je tot op vlak voor het einde van het boek geen idee waar de titel op slaat. Je verwacht iets van hongersnood, letterlijke honger, terwijl het boek gaat over een onbedwingbare neiging; craving zou je in het Engels zeggen.’

Kasper: ‘Doordat het De honger is, vind ik de titel wel oproepen tot vragen, honger waarnaar dan? Ik vind ‘m wel prikkelend. Een titel blijft altijd heel moeilijk. Het grootste probleem is dat er al zoveel boeken bestaan die een titel hebben waar je aan zit te denken. Op een gegeven moment ben je heel goede titels aan het verzinnen, maar dan blijken die al lang te bestaan wanneer je ze gaat googelen.’

Roelant: ‘Je hebt in ieder geval opnieuw een erg goed boek geschreven, Kasper. Dank je wel voor dit gezellige gesprek.’

Roelant
Perfecte Buren

Eerder verschenen op Perfecte Buren.