Roelant meets ... M.J. Arlidge

Vrijdag, 28 juni, 2019

Geschreven door: M.J. Arlidge
Artikel door: Roelant De By







Voor de promotie van zijn nieuwste boek, Kom
je Spelen
, is Matt Arlidge enkele dagen in Nederland. Een mooie gelegenheid om hem even te spreken. De locatie is het Ambassade hotel waar zijn uitgever, de Boekerij, alles perfect georganiseerd heeft voor het interview. Matt is een aimabele man die graag en veel lacht. Eerst gaan we met de fotograaf naar buiten waar een paar mooie plaatjes met een typisch Amsterdamse achtergrond worden geschoten. Weer terug naar binnen, begin ik Matt te vragen waarom hij in hemelsnaam deze standalone geschreven heeft. Zijn hoofdpersonage uit al zijn vorige boeken, Helen Grace, is immers onlangs uitgeroepen tot populairste boekpersonage van thrillerboeken.
Roelant: ‘In
een eerder interview heb je aangegeven dat je “iets anders” wilde schrijven met een andere hoofdpersoon en op een andere locatie om te bewijzen dat je dat kon? Waarom moest je dat bewijzen?’
Matt:
[lachend] ‘Dat is gedeeltelijk waar. Ik vind het heerlijk om die crime-serie te schrijven, maar na zo’n zeven of acht Helens dacht ik gewoon dat dat grappig zou zijn om iets totaal anders te doen. Meer mythologisch getint, zoals bijvoorbeeld het Icarus verhaal.’
[noot Roelant: Icarus is een figuur uit de Griekse mythologie die ervan droomde om zelf te kunnen vliegen. Met zelfgemaakte vleugels van veren en was vloog hij in de richting van de zon. Omdat het steeds warmer werd naarmate hij dichter bij de zon kwam, smolt de was die de veren bij elkaar hield en stortte hij neer. Kassandra is een ander figuur uit de Griekse mythologie; zij had voorspellende gaven, de ziener. Daarop is Kassie uit Arlidge’ boek gebaseerd.]







‘Bij zulke verhalen is er altijd iets wat de hoofdpersoon per se NIET moet doen. Deze keer was het niet “het naar de zon vliegen”, maar weten hoe en wanneer je doodgaat. Dat element wilde ik erin brengen. Het is een idee waar ik al een tijd mee rond liep. Zo’n tien, vijftien jaar spookte dit verhaal al in mijn hoofd. Ik vroeg me af of ik er een filmscript van moest maken, of een TV serie, of een boek. Om het verhaal in Chicago te laten afspelen, compleet met typisch Amerikaanse woorden en uitdrukkingen, vond ik een uitdaging voor mij als Brit.’
Roelant:
‘Voor ons Nederlanders vallen die typisch Amerikaanse uitdrukkingen grotendeels weg in de vertaling. Omdat dan het verschil niet zo duidelijk overkomt, blijf ik het gevoel hebben dat jouw verhaal ook “gewoon” in de UK plaats had kunnen vinden. Vandaar waarom Amerika?’
Matt: ‘De belangrijkste reden was dat ik bepaalde scènes voor ogen had die in Amerika een veel grotere impact zouden hebben dan wanneer zoiets in de UK zou gebeuren. Bijvoorbeeld die scène waarin Kassie geblinddoekt de snelweg oversteekt. Bij ons zijn de wegen betrekkelijk smal, in tegenstelling
tot die immense snelwegen bij Los Angeles of Chicago met 
die enorme vrachtwagens. Ik visualiseer dat dan en merk dat zoiets in Amerika een veel grotere impact zou hebben. Ik denk altijd in filmbeelden.’

Roelant: ‘Ik
zie meteen die film met Michael Douglas, Falling Down, voor me waar hij in de file staand helemaal doordraait, gewoon de auto uitstapt en wegloopt.’
Matt: ‘Ja,
precies. Die enorme grootte van het land en de steden is echt een verschil. Steden als Chicago hebben we niet in Engeland. Niet alleen qua grootte, maar ook qua moordpercentage. Het particulier vuurwapenbezit in de USA is gigantisch, in tegenstelling tot in de UK. Ook een belangrijk verschil waarom ik mijn verhaal in de Amerika wilde situeren. Toen ik mijn research deed, ben ik een week in Chicago geweest. Het aantal moorden dat alleen die week al voorbijkwam, was enorm. Het is daar niet eens meer “groot nieuws”. Ergens als derde of vierde item achterin, nergens op de voorpagina. Als je naar de geschiedenis van die stad kijkt, merk je dat de werkgelegenheid die er vroeger was, grotendeels verdwenen is. Enorme groepen mensen hebben
geen werk, hebben niks te doen. En dan zijn daar al die verlaten fabriekshallen die staan te verkommeren. Dat zijn ideale plekken, niet alleen voor daklozen maar ook voor allerlei criminelen. De drugsbendes hebben hele gebieden overgenomen. Het is beangstigend. Het lijkt wel Gotham City [van Batman].’
Roelant: ‘Je
huidskleur is ook van belang in zo’n stad, of je werk hebt, of dat je crimineel bent. In jouw boek noem je dat totaal niet.’
Matt: [aarzelend] ‘In de oorspronkelijke versie stond dat er wel wat
meer in. Maar mijn redacteurs vroegen me of ik echt wel die richting in wou gaan. Racisme is een gevoelig onderwerp. Mensen worden achterdochtig als een witte, Britse schrijver het over rassen heeft in de USA. Een van de politieagenten was in een eerdere versie een echte racist. Aangezien ik dat eigenlijk niet nodig had voor mijn verhaal, heb ik die passages eruit gehaald. Niet zonder slag of stoot, want ik dacht als ik wel een 14-jarig Pools meisje kan opvoeren, waarom dan niet een racist? Maar het is beter zo, want ik wil dat de aandacht naar het verhaal gaat en niet naar randzaken. In Chicago ben ik op stap geweest met een criminoloog en een sociaalwerker. We hebben aftandse buurten bezocht, de plaatselijke gevangenis, en tal van andere plaatsen waar je ’s nachts niet wilt zijn. Dat was erg fascinerend. Ik vind het heerlijk om naar Amerika te gaan; ik hou van dat land, maar ik ben blij dat ik er niet woon. Ondanks alles wat er
momenteel gaande is in Europa, is het hier een gemeenschap die relatief liberaal en progressief is. Het systeem in Amerika is toch wel heel
doorgedraaid en pervers.’
Roelant: ‘Je
hebt het over iemand (Kassie) die, wanneer ze een ander mens in de ogen kijkt, kan voorspellen wanneer en hoe deze dood gaat. Ik moet meteen aan The Dead Zone van
Stephen King denken.’
Matt:
‘Natuurlijk, erg goede film. Boek heb ik niet gelezen. De ogen zijn de ramen van de ziel zeggen ze wel. Ik vond het mooi om het op die manier te doen. Het riskante van bovennatuurlijke krachten in een boek te zetten, zijn de regels waaraan dat moet voldoen. Anders kunnen ze ook de moordenaar zien of wat dan ook. En Kassie probeert met man en macht een moord die ze “ziet’ te voorkomen. Zo hoopt ze voor zichzelf te bewijzen dat ze het eigenlijk toch mis heeft. Want het is niet alleen maar een gave, het is tevens een vloek.’
Roelant:
‘Een interessante gedachte bij dat gegeven is dat er sprake is van predestinatie. Alles is voorbestemd, ook wanneer en hoe je doodgaat. Dat is een Protestantse gedachte, echt Calvinistisch.’
Matt: ‘Ik
ben niet Calvinistisch maar ik vind het idee wel fascinerend; dat alles gebeurt zoals het bedoeld is om te gebeuren. Alles wat we doen is totaal nutteloos, omdat het van tevoren al vaststaat. Beetje beangstigend idee ook. Maar het is een leuke gedachte om mee te spelen. Het idee dat zo’n gave erfelijk kan zijn, is ook grappig. Ik geloof zelf nergens in. Ik ben een echte nihilist. Beelden die bij me opkwamen waren die van Carrie [van Stephen King] met haar bijzondere gave en haar zeer gelovige moeder. Stephen King heeft veel geschreven over mensen met een speciale gave. Zoals dat jongetje in The
Shining
. Van alle boeken die over iets bovennatuurlijks gaan, is dat wel het beste boek. Hij voelt dat er iets gaat gebeuren, maar weet niet precies wat. Het einde van de film, in dat doolhof, staat niet in het boek, maar is wel een fantastisch slot. Die verfilming is weergaloos. Er zijn maar een paar films waar ik echt helemaal ondersteboven van ben. Psycho
is een ander voorbeeld daarvan.’
Roelant: ‘Je
bent heel erg geïnteresseerd in films.’
Matt: ‘Ik verdeel mijn tijd in het schrijven van boeken en in het
schrijven voor TV en film. Ik ben dol op films. Die film met Bruce Willis, The Sixth Sense, was een belangrijke inspiratiebron voor mijn laatste boek, Kom
je Spelen
. De psycholoog en diens relatie met het getroebleerde kind. Ik zag het boek voor me, opgedeeld in drie stukken, elk met een lekkere cliffhanger. Ik heb best vaak een pitch over dat boek gegeven [noot Roelant: een pitch is een korte uiteenzetting waar het boek over gaat en 
wat het bijzonder en aantrekkelijk maakt zodat bijvoorbeeld een (buitenlandse) uitgever dat boek zal gaan aanschaffen en vertalen] waar elke keer een heftige reactie kwam als ik Kassie tegen haar psycholoog liet zeggen dat deze haar zou gaan vermoorden. In mijn boek probeert Kassie continu om haar visioenen niet uit te laten komen. Ze gaat mensen
waarschuwen, zelfs stalken om ze te beschermen. Om voor 
zichzelf haar ongelijk te bewijzen. Maar of dat allemaal lukt is de vraag.’









Roelant: ‘Je
citeert een bekende quote van Shakespeare uit Hamlet: “There’s more between heaven and earth than meets the eye”’
Matt:
[lachend] ‘Dat was zo toepasselijk op dit boek. En áls je dan pikt, doe dat dan
van de beste, hahaha.’
Roelant:
‘Henning Mankell?’
Matt: ‘Ja,
de TV-serie die de BBC maakte met zijn boeken waren absoluut fantastisch. Ik heb in het verleden heel veel geschreven, maar niet altijd crime fiction. Ik ben dat nog steeds aan het leren, zeg maar. Als je dan die Wallander ziet, wat hem allemaal gebeurd, welke tegenslagen hij ondervindt, dat is bijna ongelooflijk. En hij blijft maar doorgaan. Dat grenst aan heldendom. Pak zoveel stenen als je kunt en gooi die. Daar heb ik veel van geleerd. Ik hou erg van personages die vervloekt zijn. Helen is dat natuurlijk, maar Kassie minstens zo veel. Ze zit opgescheept met die gave die ze helemaal niet wil hebben. Ik ben dol op dat gegeven.’
Roelant: ‘Is
er een groot verschil tussen Amerika en de UK in de manier waarop de mensen met hun problemen omgaan?’
Matt: ‘Zeer
zeker. Bij ons in Engeland wordt er gewoon heel veel onder het tapijt geschoven: niet aan denken, gewoon doorgaan met je leven, is het credo. Terwijl in de USA voor elk probleem wel iemand te vinden is: bel dit
nummer of ga naar die en die psychiater. Er bestaat een enorme service-industrie. Ook zijn er overal pillen voor.’
Roelant: ‘Op
een gegeven moment beschrijf je dat de psycholoog zich zit te bedrinken aan een bar en pijnlijk constateert dat hij een schim is van zijn vader. Hoe is jouw relatie met je vader?’
Matt: ‘Oh,
tja… Hij is er nog steeds. Op een bepaalde manier is hij altijd een grote bron van inspiratie voor mij geweest. Het is best een complex figuur. Hij is strafrechtadvocaat. Als kind was ik enorm onder de indruk van sommige grote strafzaken, moordzaken, waar hij dan een belangrijke rol in speelde. Hij moest de jury overhalen om te veroordelen of juist niet. Dat was zeer indrukwekkend. Hij straalde autoriteit uit en was uiterst charmant. Hij was een goede advocaat, maar hij was vooral gewiekst in het bespelen van de jury. Hij maakte grapjes, soms ook ten kostte van de rechter. Dat viel altijd erg goed bij de juryleden. Daar heb ik van geleerd dat het bewijs slechts een onderdeel is bij een veroordeling.’
Roelant: ‘In het begin van je boek vertel je dat Jacob, de advocaat, een geoefend leugenaar is.’
Matt: ‘Hahaha,
ja. De cliënt zegt altijd dat hij onschuldig is tegen zijn advocaat. De advocaat gaat dan een andere versie van de gebeurtenissen construeren, waarvan hij zelf best wel weet dat die niet de waarheid is. Maar het zou eventueel kunnen. Als advocaat moet je goed kunnen liegen, ja. Dat
zinnetje vond ik leuk om in mijn boek te zetten. Met een knipoog naar mijn vader.’
Dank je wel,
Matt, voor dit fijne interview.
Roelant de By
Vliegende reporter De Perfecte Buren

Lees HIER de recensie van ‘Kom je spelen’

Scènes

Eerder verschenen op Perfecte Buren.