Roelant meets ... Marieke Damen

Vrijdag, 2 oktober, 2020

Geschreven door: Marieke Damen
Artikel door: Roelant De By

 

Onlangs had Roelant een heel toffe babbel met Marieke Damen. Gisteren bereikte ons het bericht dat Marieke met haar debuutthriller Stilleven op de shortlist van ‘De Bronzen Vleermuis’ staat. Namens het voltallige team van Perfecte Buren een dikke proficiat aan Marieke en Uitgeverij LetterRijn!

Eens in de zoveel tijd komt er een debuut uit waar ik bijzonder door verrast word. Stilleven van Marieke Damen is zo’n boek. Intrigerend en origineel. Het begint al met die opvallende cover: een ingezoomde foto van een meisjeshoofd met de wijsvinger tegen haar lippen, besmeurd met rode spetters. Bloed? Verf? En dan volgt er een uitermate boeiend en spannend verhaal over twee zussen. Kortom, hoog tijd om Marieke uit te nodigen voor een interview. We hebben afgesproken bij een wegrestaurant midden in het land. Marieke blijkt een ontzettend aardige en hartelijke vrouw, die ondanks haar Achterhoekse afkomst, praat zonder een zweempje accent en een heerlijk aanstekelijke lach heeft. Al snel komt het gesprek op een wederzijdse passie, het voetbal.

 width=

Trouw

Marieke: ‘Ik ben opgegroeid op een boerderij in de Achterhoek met twee oudere broers. Dat was altijd op het erf voetballen. Ik was echt een stoer meisje vroeger.’

Roelant: ‘Vroeger alleen maar?’

Marieke: [lachend] ‘Het zit er toch een beetje in, hè.’

Roelant: [lachend] ‘Dat denk ik ook. Ik zie die foto van jou met die Chippendale op schoot, die je op Facebook had gezet, nog voor me.’

Marieke: [schaterend] :’Sommige dingen moet je gewoon doen, toch? Als je de kans hebt. Dat was ook echt fantastisch. Eigenlijk heb ik best een leuk leven. Ik was toen in Amerika voor mijn werk. Mijn nichtje, Tanja, woont in Canada en besloot om een weekend over te komen naar mij in Las Vegas. Dat was geweldig. We hebben zó gelachen.’

Roelant: ‘Via het voetballen met je broers ging je op een club spelen?’

Marieke: ‘Ja, dat voetballen is heel belangrijk geweest in mijn jeugd. Zo’n team sport brengt je heel veel. Het heeft grote invloed op hoe je je ontwikkeld. Ik heb altijd geleerd dat je je team niet in de steek laat, klaar. Je leert ook dat je om moet gaan met allerlei soorten mensen. Ik heb zo’n twintig jaar gevoetbald. Na een paar jaar eruit te zijn geweest, toch weer begonnen in zo’n 35-plus dames team. Dat was meer lachen, gieren, brullen en veel zelfspot. Pas toen ik een nekhernia kreeg, moest ik stoppen met voetbal.’

Roelant: ‘Je woont in een klein dorpje in de Achterhoek. Heb je hier altijd gewoond?’

Marieke: ‘In dit zelfde dorpje ben ik opgegroeid, mijn ouders wonen er, net als mijn beide broers. Een jaar of zeven geleden ben ik hier teruggekeerd. Na mijn middelbare school wist ik echt niet wat ik wilde doen. Toen ben ik middelbare hotelschool gaan doen in Wageningen. Dat was niet zo’n succes, van de HAVO naar MBO hotelschool. Die opleiding vond ik helemaal niks. Ik heb dat ook niet afgemaakt. Na anderhalf jaar weer terug naar mijn ouders. Ik leefde erg van dag tot dag. Ik had niet echt een toekomstvisie voor mijzelf. Ik wist ook helemaal niet dat ik kon schrijven. Dat is pas later ontstaan. Omdat ik nog steeds niet wist wat ik wilde, ben ik begonnen met werken. Eerst allerlei horecabaantjes. Daarna bij een supermarkt waar ik me opgewerkt heb tot afdelingsmanager. Dat was hard werken, maar prima. Op een gegeven moment besefte ik dat ik dát niet mijn hele leven wilde gaan doen. Het is wel een beetje de rode draad in mijn leven. Dat ik iets bepaalds niet mijn hele leven wil doen. Behalve schrijven.’ [ze heft haar vinger op]

 width=

Roelant: ‘Nu lijk je op de cover van je eigen boek met die vinger omhoog!’

Marieke: [lachend] ‘Sorry, hoor. Toen ik zo’n vijf, zes jaar in die supermarkt gewerkt had, heb ik ontslag genomen. Mijn toenmalige relatie was ook net uitgegaan. Ik dacht, dit is een mooi moment om alléén naar het buitenland te gaan. Alles lag open voor me, ik was helemaal vrij. Ik ben toen vrijwilligerswerk gaan doen in Zuid-Afrika. Misschien zou ik dan ontdekken wat ik de rest van mijn leven wilde doen. Ik was toen midden twintig. Maar toen ik terugkwam, wist ik het nog steeds niet. Ik ben in Zuid-Afrika wel begonnen met schrijven. Totaal niet met het idee om dat mijn beroep te maken.’

Roelant: ‘Je begon een soort dagboek verslag?

Marieke: ‘Ja. Eens in de zoveel tijd gingen we naar een internetcafé om daar ons verhaal te doen.’

Roelant: ‘Wie is “wij”?’

Marieke: ‘Een groep meiden van dat vrijwilligerswerk. Ik was daar via een organisatie. En dan ontmoet je meteen veel mensen met wie je leuk kan optrekken. Toen ik terugkwam ben ik eerst voor mijzelf gaan werken. Ik was negen kilo aangekomen in Zuid-Afrika en ben met allerlei gezondheidsproducten begonnen. Herbalife heette dat. Je kon daarmee ook andere mensen helpen en adviseren en daarmee een consulente van dat merk worden. De verkoop beviel me wel eigenlijk. Na een jaar of vijf dat werk gedaan te hebben, solliciteerde ik voor een verkoopfunctie. Ik werd aangenomen bij een bedrijf dat animaties maakt en dergelijke. Daar heb ik acht jaar als accountmanager gewerkt, in de buitendienst. In die tijd ben ik naar Amsterdam verhuisd en heb mijn vriend leren kennen. We zaten op een schattig, maar piepklein huisje aan de gracht. Vervolgens werd ik zwanger en kregen we een zoontje. Dan wordt zo’n etage al snel te klein. Hij had zijn eigen babykamer, maar wij sliepen in de woonkamer, die je elke dag weer om moest bouwen. Dat hou je wel even vol, maar niet lang. Toen hij drie was, zijn we verhuisd naar de Achterhoek, terug naar mijn geboortedorp. Een heel leuke tijd gehad in Amsterdam. Ik heb me altijd afgevraagd wat ik het fijnste vind: dorp of stad. Ieder heeft zo zijn voordelen. Ik werk de laatste jaren als International Sales Manager voor een consumentenmerk voor smart producten. Daar moet ik veel voor reizen en dat vind ik heerlijk.’

Roelant: ‘Toen je terug was in de Achterhoek begon je pas echt met schrijven?’

Marieke: ‘Nee, eigenlijk klopt dat niet. Het is begonnen toen ik terugkwam van Zuid-Afrika. Naast de avonturen beschrijven die ik had meegemaakt, begon ik ook fictie te schrijven. Maar ik hield dat allemaal voor mijzelf. Ik heb wel een keer meegedaan met een radioprogramma van Marc de Hond, die onlangs overleden is. Ze zochten columnisten die hun column voorlazen op de radio. Daar ben ik aan mee gaan doen. Dat was een dagelijks gebeuren zodat ik steeds iets actueels uitzocht om over te schrijven. Dat werd heel goed ontvangen.

 width= De luisteraars konden dan stemmen of je mocht blijven of dat je plaats moest maken voor de volgende. Maar ik werd maar niet weggestemd. En dan is elke dag zo’n column schrijven best pittig. Op een gegeven moment ben ik er zelf mee gestopt. Toen mijn zoon werd geboren ontstond bij mij het idee om een kinderboek te schrijven. Iets van mij wat ik voor hem maak, dat altijd blijft. Zo is Saffie de Slang ontstaan. Het eerste deel speelt zich af in Amsterdam, het tweede deel in Barcelona. In eigen beheer uitgegeven. Die boeken zijn erg goed verkocht. Ook heb ik veel voorgelezen op scholen, met name in de Bijlmer. In de boekjes vertel ik terloops ook wat dingetjes over de stad waar het zich afspeelt. Zodoende is het ook leerzaam. Het was verbazingwekkend dat met name die kindertjes in de Bijlmer bijna niks van Amsterdam kenden. Die komen de wijk niet uit. Als je vroeg waar ze woonden zeiden ze de Bijlmer of de straat waar ze woonden, maar niet Amsterdam. Die link werd niet gelegd. Heel apart.

Rond die tijd, het zal 2013 geweest zijn, kwam er een schrijfwedstrijd langs waarvan ik voelde dat ik er aan mee moest doen. Het thema was Lef. Ik wist niks van schrijfregels. Dat zie je wel terug in die Saffie boekjes. Ik zat bij de beste 40 uit 1200 inzendingen. Die 40 kregen een dag aangeboden bij de uitgeverij. Daar kreeg je een eigen coach die je tips gaf om je verhaal nóg beter te maken. Aan de hand van die tips moest je het verhaal herschrijven. De beste tien zouden worden opgenomen in een bundel die in een oplage van 100.000 stuks bij het Kruidvat zou komen te liggen. Ik wilde per se bij die laatste tien zitten en dat is gelukt. Grootse presentatie van het boek bij restaurant Dauphine in Amsterdam, lezingen van Kluun en Marion Pauw. Was erg leuk allemaal. Dat smaakte naar meer. Aansluitend heb ik een masterclass gevolgd bij Marion Pauw. Ik ben doorgegaan met korte verhalen schrijven. Sommige werden gebundeld, sommige niet. Terwijl dat lekker ging kwam de gedachte bij me op hoe het zou zijn om een heel boek te schrijven. Toen schreef ik het korte verhaal Manuela, voor uitgeverij Letterrijn. Maar ik kreeg meteen het gevoel dat dít verhaal verder uitgewerkt zou moeten worden. Ik zag allerlei verhaallijnen. Toen wist ik het: dit gaat een boek worden.

Toen mijn korte verhaal in de bundel kwam, heb ik Theo [van Rijn, uitgever van Letterrijn] ontmoet en hem gezegd dat ik het verhaal verder wilde uitwerken tot een heel boek. Maar ja, dat was in 2015. Als je het klaar hebt, stuur je het maar op, zei Theo. Toen ik het af had, vond ik het eerst niet goed genoeg. Ben ik gaan herschrijven. In januari 2018 vond ik het manuscript zelf goed genoeg om het door een onafhankelijk iemand te laten lezen. Toen heb ik het naar Maria Genova gestuurd. Die heeft mij erg goede tips gegeven. Wéér herschrijven en uiteindelijk opgestuurd naar Theo. Maar in eerste instantie wees hij het af. Ik dacht wat moet ik nou! Zoveel werk erin gestopt en nu is het nóg niet goed. Gesprek gehad met Theo die me vertelde dat zoals het boek nu was, het nét niet goed genoeg was om uit te geven, maar dat met wat aanpassingen dat wel zou kunnen. Ik vol goede moed weer aan de slag, maar toen kreeg ik een nekhernia. Teveel in dezelfde houding achter dat beeldscherm. Maandenlang uitgeschakeld. Daarna langzaam met het werk begonnen, maar geen energie om aan mijn manuscript te werken. Ik heb vervolgens heel 2019 uitgetrokken om langzaamaan mijn manuscript aan te passen. Eind van dat jaar was het klaar en in mei van dit jaar is mijn boek uitgekomen.’

 width=

Roelant: ‘Een lange weg, maar wel eentje met een prachtig resultaat. Naast dat het erg spannend is, staan er ook mooie zinnen en bespiegelingen in. Ik citeer: ‘Als ik hardop zou uitspreken wat ik voelde, dan was het voor altijd zo. Woorden bleven in de lucht zweven als ze eenmaal waren gezegd en je kon ze nooit meer terugnemen.’

Marieke: ‘Ik vind het mooi dat je dat zinnetje eruit haalt. [aarzelend] Als je in dat creatieve proces zit… net als wat mijn personage Monica met schilderen heeft, heb ik met schrijven. Dan komen dergelijke zinnen opeens bij je binnen. Ik kan dat niet uitleggen. Dat gaat vanzelf. In het dagelijks leven gebeurt dat niet. Je moet echt gaan zitten en de rust hebben. En gewoon gaan schrijven. Ik geloof niet in dingen als geen inspiratie hebben of iets dergelijks. Gewoon zitten en schrijven ook al lijkt het op dat moment iets doms. De volgende dag kijk je er opnieuw naar en kun je er van alles aan veranderen zodat het toch iets goeds kan worden.’

Roelant: ‘Een andere quote uit je boek is deze: …niemand vraagt mij of mama dood is, dus ik hoef er ook niet om te liegen,’ zei ze. Zo simpel was het dus als niemand om je gaf.’

Marieke: ‘Naar hè.’

Roelant: ‘Nu moet ik meteen denken aan dat je de opbrengst van dit boek schenkt aan een goed doel. Namelijk om minder bedeelde kinderen in een kindertehuis een dagje uit te schenken. Hoe komt het dat je je daar zo betrokken bij voelt?’

Marieke: ‘Er is niet iets speciaals gebeurd of zo, dat niet. Maar als kind ben ik me bewust geweest van het feit dat ik heel dankbaar moet zijn, dat ik zo bevoorrecht ben. Stel dat ik in Afrika zou zijn geboren, hoe zag mijn leven er dan uit? Er is zoveel problematiek in de wereld, maar in Nederland net zo. Er is zoveel ellende, je moet ergens beginnen. Voor de kinderen die zo’n leven hebben gehad en uit huis zijn geplaatst, wil ik graag iets doen. Omdat je je persoonlijkheid vormt in je jeugd, je karakter, je zienswijze op de wereld kan het niet anders dan dat je een nare start in het leven met je meedraagt. Dan lijkt het me een goed idee als je iets krijgt, een gezellig uitje, totaal zonder tegenprestatie. Hoe gaaf is het dan als je een kleine bijdrage kunt leveren door die kinderen een leuke ervaring te geven. Die kinderen zijn niet gewend dat volwassenen belangeloos iets voor ze doen. Ik hoop dat zo’n positieve ervaring zich gaat settelen in hun hersenen.’

Roelant: ‘Als slotvraag, naar aanleiding van je boek, brandt dit op mijn lippen: nature or nurture? Oftewel, is het erfelijkheid, zijn het de genen die bepalen hoe een kind zich vormt en ontwikkelt of zijn het de omstandigheden en de opvoeding?’

Marieke: ‘Mijn conclusie is wel dat het in allebei zit. Het is niet zwart-wit.’

Dank je wel voor dit bijzonder gezellige en interessante interview, Marieke.

Roelant
Perfecte Buren

Eerder verschenen op Perfecte Buren.