Roelant meets ... Marijke Vos

Maandag, 6 september, 2021

Geschreven door: Marijke Vos
Artikel door: Roelant De By

 

Het uitkomen van het nieuwe boek van Marijke Vos, Wedden dat ik blijf, viel praktisch gelijk samen met de geboorte van haar dochter. Omdat Marijke feelgood boeken schrijft, ben ik extra benieuwd hoe de roze wolk van de pasgeboren baby ons interview doorspekt. Het gesprek vindt plaats bij haar thuis.

Marijke: ‘Feelgood is het leukste genre, helemaal om zelf te schrijven.’

Roelant: ‘Hoezo vind je dat het leukste?’

Wordt Vervolgd

Marijke: ‘Ik heb altijd in de hulpverlening gewerkt, best zware banen zijn dat. Op een gegeven moment ben ik begonnen met vrolijke verhalen te schrijven als tegenhanger van alle ellende die ik meemaakte overdag. Vrolijke blogs zeg maar. En dat is gebleven. Ik word er zelf ook vrolijk van. En als je lezers er eveneens vrolijk van worden, denk ik dat ik het leukste genre te pakken heb.’

Roelant: ‘Je schrijft in een luchtige stijl met veel humor.’

Marijke: ‘Dat is mijn doel ook, mensen laten lachen, even blij maken. En als ik dan lezers hoor zeggen hoe jammer ze het vinden dat ie uit is, denk ik: helemaal goed, dat is precies de bedoeling. Ik lees zelf ook graag om even uit de dagelijkse beslommeringen te zijn. Vrolijke boeken vind ik leuk.’

Roelant: ‘Wie is jouw grote voorbeeld in dit genre?’

Marijke: ‘Dat is Sophie Kinsella. Daar is het mee begonnen. Ik weet nog dat ik een boek van haar las en dacht: dit wil ik ook, dit wil ik ook kunnen. In Nederland ben ik fan van Chantal van Gastel. Toen ik begon met schrijven heb ik haar een aantal keren ontmoet en daar veel inspiratie van gekregen.’

Roelant: ‘Nu schrijft ze ook boeken samen met haar zus.’

Marijke: ‘Dat lijkt me geweldig!’

Roelant: ‘Zou jij graag met iemand anders samen een boek willen schrijven?’

Marijke: ‘Met Lisette Jonkman, daar hebben we het al over gehad. Maar toen kregen we allebei een kind, dus die plannen moesten we een beetje opschuiven. We hebben heel veel raakvlakken samen. Hoe leuk zou het wel niet zijn als in de toekomst onze kindjes met elkaar gaan spelen en wij samen schrijven. Alleen is het jammer dat ze nogal een eind uit de buurt woont.’

Roelant: ‘Jij zit hier in Brabant, kom je hier ook vandaan?’

Marijke: ‘Ja, hier in de buurt geboren en getogen. In Nijmegen gestudeerd, SPH, sociaal pedagogische hulpverlening. Toen even een uitstapje naar Eindhoven gemaakt, maar dat beviel niet zo. Nu weer terug in Uden en dat is heerlijk.’

Roelant: ‘De hulpverlening is totaal iets anders dan schrijven.’

Marijke: ‘Nou, er is wel een rode draad. Bij allebei gaat het om verhalen. Bij de hulpverlening heeft ook iedereen zijn verhaal, en mensen willen vertellen.’

 width=

Roelant: ‘Maar met al die bezuinigingen heb je toch nauwelijks tijd om naar die verhalen te luisteren.’

Marijke: [aarzelend] ‘Dat viel wel mee. Ik heb heel veel één op één begeleidingen gedaan, dus dan wás ik er ook voor die mensen, zeg maar. In het begin heb ik bij de GGZ op een groep gestaan. Dat heb ik vijf jaar gedaan, maar daarna vooral één op één. Dan heb je de ruimte om met mensen echt het gesprek aan te gaan. Ik was ook iemand die niet heel snel af ging sluiten. Ik voelde me erg betrokken. De rode draad zijn dus de verhalen. Ik kijk ook graag televisie, films en series. Allemaal verhalen.’

Roelant: ‘Jullie hebben een fijn huis hier, lekker rustig met een ommuurde tuin. Kindje of hond kunnen niet weglopen.’

Marijke: ‘De kat wel, maar die komt telkens terug. Vroeger dacht ik altijd als ik eenmaal schrijfster ben, dan neem ik een hond. Lekker wandelen en bij het schrijven ligt die aan mijn voeten. Maar nu hebben we al een poes en het is zielig voor haar als er opeens een hond bijkomt.’

Roelant: ‘In je boek Wedden dat ik blijf beschrijf je de overstap van Debby van een grote stad naar een dorp. In het begin wordt ze best raar aangekeken door sommigen.’

Marijke: ‘Omdat ik zelf uit een klein dorpje kom, weet ik hoe het daar aan toegaat. Ze kunnen erg de kat uit de boom kijken en een beetje wantrouwig zijn in het begin als je ‘van buiten’ komt. Voor mijn boek heb ik het iets uitvergroot.’

Roelant: ‘De humor in jouw boek is heerlijk. Zoals bij de scène waarin Debby de aantrekkelijke dierenarts tegenkomt en dan beschrijft dat de mensen uit het dorp erg behulpzaam zijn. Ik citeer: Erg behulpzaam, de mensen hier. En daar gaat het uiteraard om. Echt. Ik bedoel, het feit dat mijn maag een vreugdedansje doet telkens als hij lacht, heeft er verder niets mee te maken. Echt niet. Word je zelf snel verliefd?’

Marijke: ‘Ehm, nou ja, ik ben natuurlijk al heel lang samen… [lachend] Nee, ik denk niet dat ik heel snel verliefd wordt. Je kunt het natuurlijk leuk vinden om iemand te zien. Het is meer aantrekkingskracht die je voelt. Dat heb ik zelf ook. Maar echt verliefd is toch weer next level. Ik denk niet dat zoiets heel vaak voorkomt in je leven. Ook in het boek is ze niet meteen verliefd, maar er is wel die aantrekkingskracht.’

Roelant: ‘Je schrijft in je boek: Waar is de tijd gebleven dat een jongen een meisje nog gewoon om verkering vroeg? Dat was tenminste duidelijk?’

Marijke: ‘Ja, toch? Het is toch allemaal zo onduidelijk tegenwoordig. [lachend] Uit de tijd dat ik zelf aan het daten was, en ook van vriendinnen, weet ik nog dat wanneer je bijvoorbeeld vaker samen met iemand hebt afgesproken, je dan eigenlijk niet weet of je nu samen ‘iets’ hebt. Moet je dat dan vragen aan die jongen? Dat doe je niet, maar het blijft op die manier wel onduidelijk. Vroeger kreeg je een briefje in je hand gestopt met “Wil je verkering met me?” erop geschreven. En nu lijken de relaties meer langzaam te groeien. Dat kan soms heel verwarrend zijn.’

Roelant: ‘Misschien speelt de angst van de jongen om afgewezen te worden een rol?’

Marijke: ‘Hoe ouder je wordt hoe meer angst daar zit natuurlijk. Dat probeer ik in het boek ook te laten zien. Ze zijn begin dertig en hebben allemaal al iets meegemaakt met relaties waardoor ze terughoudend en voorzichtig zijn geworden.’

 width=

Roelant: ‘In je boek heb je het ook over wijn. Mensen die doen alsof ze er veel verstand van hebben, neem je een beetje in de maling. Hoe kom je aan deze interesse voor wijn?’

Marijke: ‘Nou, ik denk dat ik interesse heb in veel dingen. Je kunt gewoon een wijntje drinken, maar als daar dan een wereld van verhalen achter zit, wil ik daar meteen van alles van weten. Verschillende druivensoorten enzovoorts. Ik wil meer kunnen zeggen dan: ik vind rood lekker. Als je dan een keer zo’n wijnboerderij bezoekt en de sfeer daar opsnuift, word je aangestoken. Het is een interessante wereld.’

Roelant: ‘Als je er meer van weet, ga je er ook meer van genieten.’

Marijke: ‘Ja. Ik wil ook geen wijn meer drinken die ik niet lekker vind. In de kroeg zal ik nooit wijn bestellen. Maar als je mooi uit eten gaat en daar dan een wijnarrangement bij neemt, kan ik daar enorm van genieten. Het verschil dat je merkt als je de wijn los drinkt of samen met het daarop aangepaste eten is soms enorm.’

Roelant: ‘Ik lees in jouw boek dat Debby dol is op Fleetwood Mac. Die haalt ze twee keer aan. Ben jij ook een fan van Fleetwood Mac?’

Marijke: ‘Já, dat wilde ik altijd al een keertje in een boek verwerken. Het is een band waarvoor de aandacht een beetje uitsterft en dat is jammer. Twee jaar geleden heb ik ze nog live gezien bij een festival.’

Roelant: ‘Er is zelfs een slogan: Altijd trek in Fleetwood Mac.’

Marijke: ‘Nee! Die ken ik niet. Wat jammer. Anders had ik hem gebruikt. Het is heerlijke muziek, kun je altijd aanzetten. Ik hoop dat een aantal jonge lezers die muziek eens gaat opzoeken.’

Roelant: ‘Jouw voorliefde voor muziek blijkt ook uit de namen die Debby aan haar alpaca’s geeft: Elvis, Aretha, Frankie en Dolly.’

Marijke: ‘Die namen had ik al ruim van tevoren bedacht. Ik had ze al eerder dan het hele boek. Het zijn muziekiconen. Ik ben fan van die oude muziek.’

 width=

Roelant: ‘Hoe kwam je eigenlijk op die alpaca’s?’

Marijke: ‘Het zijn zulke lieve beesten. Er komen in Nederland steeds meer alpacaboerderijen. Er is er eentje hier niet ver vandaan. Daar ben ik veel naar toe geweest. Grappig is dat er nu ook veel lezers naar toe gaan. Die maken daar een foto met het boek. De eerste keer dat ik op zo’n alpacafarm kwam, ging ik er met een vriendin high-tea-en. Toen had ik nooit bedacht om daar een boek over te schrijven. Maar die eigenaresse had zo’n mooi verhaal over een weddenschap met haar zus dat ik dacht: hier moet ik iets mee, dit boek wil ik schrijven. Ik was nog bezig in mijn vorige boek Ik pleit voor jou, maar ik heb wel meteen een beginnetje gemaakt. Daarna natuurlijk eerst dat andere boek afgemaakt.’

Roelant: ‘Je rept met geen woord over Corona.’

Marijke: ‘Neeeee, laten we het daar maar niet over hebben, toch? Schuif die harde realiteit maar even op de achtergrond als je leest. Ik werd er wel op gewezen door de voorlezer van Ik pleit voor jou. Zij wees mij erop dat er mailtjes met data in stonden, middenin coronatijd. Dan konden er bepaalde dingen niet, zoals een vrijdagmiddag borrel of een congres. Op de valreep, vlak voordat het gedrukt werd, hebben we toen de jaartallen uit het boek verwijderd. Ik vond het heel alert van haar dat ze mij daarop gewezen had. Corona is tijdelijk, hoop ik. Daar wil ik het niet over hebben. Over vijf jaar moet het boek nog steeds gelezen worden. Dan zijn we de ellende hopelijk vergeten.’

Roelant: ‘Je laat je hoofdpersonen zeggen dat vier op de tien mannen vreemd gaat.’

Marijke: ‘Je merkt wel in je omgeving dat mensen uit elkaar gaan omdat ze een ander hebben, dus dat kan best kloppen. Maar ik ben geen voorstander van vreemdgaan in boeken. Ik wil graag een happy end. Ik vind het juist zo mooi dat ze erover praten en dat het gewoon goed komt. Als personages vreemdgaan in boeken zonder goede argumenten kan ik me daar echt aan storen.’

Roelant: ‘Wat is wél een goed argument?’ [we lachen uitgebreid]

Marijke: ‘Nee, er is eigenlijk nooit… Nou ik las een keer een boek waarin de vrouw relatieproblemen had en op vakantie ging. Daar trof ze iemand die ze aantrekkelijk vond. Dat hield ze in het begin af, omdat ze thuis nog van alles moest uitpraten en uitzoeken. Maar op een gegeven moment gaat ze toch vreemd met de gedachtegang: ach iedereen doet het, waarom ik niet? En dan laat ze zich gaan bij die man. Dat vond ik zó slap. Daar kon ik niet in mee. Ik was meteen klaar met dat boek. Goede argumenten zijn er eigenlijk nooit, maar ik moet als lezer wel mee kunnen gaan met het personage. Als deze dan echt zó ontzettend verliefd is geworden, kan ik me nog voorstellen dat het kan gebeuren. Maar ik moet me er wel in kunnen verplaatsen, ik moet wel meekunnen. Dat is gewoon heel belangrijk.’

Roelant: ‘Het is lastig voor een schrijver om je hoofdpersoon dingen te laten doen die niet wenselijk zijn, zeg maar, en dan toch de sympathie van de lezer kunt behouden.’

Marijke: ‘Dat is zeker moeilijk. Daar heb ik in dit boek ook mee geworsteld. In de driehoek van Debby, haar vriend Stijn en de dierenarts moest ik alle kanten op kunnen. Debby’s keuze moet een logische zijn, de lezers moeten hierin mee kunnen gaan. Dat was een heel gepuzzel, want ik vind het belangrijk dat het enigszins geloofwaardig is.’

Roelant: ‘Je hebt meegedaan aan een schrijfweek op Montesoffio met Marlen Visser. Ik ben je een keer tegen gekomen op een terugkomdag.’

Marijke: ‘Ja, dat was ontzettend leuk. Zal nu zo’n vier jaar geleden zijn. Heel weinig geschreven, maar een heel fijne week gehad. ’s-Ochtends de workshops en de rest van de tijd heerlijk ongegeneerd praten over schrijven en boeken. Lekker sparren met elkaar. Ook leuke contacten aan over gehouden.’

 width=

Roelant: ‘Hebben jouw zwangerschap en je prachtige baby een verandering in jouw schrijverschap teweeg gebracht? Een collega van jou heeft mij eens verteld dat ze na de zwangerschap niet meer aan enge verhalen kon denken en vreselijke thrillers kon schrijven, omdat ze alles lief en zacht bekeek als door een roze bril.’

Marijke: ‘Wat dat betreft heb ik geluk met mijn genre, de feelgood. Daar mag je alles door een roze bril bekijken. Wat wél anders is dan ik van tevoren dacht, is mijn ambitie om door te gaan met schrijven. Vóór de baby had ik gedacht dat mijn schrijven op een laag pitje zou komen te staan, maar niets is minder waar. Het is fantastisch dat het én-én is. Het is heerlijk om te genieten van de kleine, maar ik heb ook ongelooflijke zin om te schrijven. Als zij slaapt, stort ik me daar op. Voor Kobo originals ben ik gevraagd om een handleiding voor feelgoods te schrijven. Daar ben ik nu druk mee bezig. Ik denk dat de afwisseling tussen moeder zijn en iets voor jezelf doen het zo mooi maakt. Ik blijk toch ambitieuzer dan ik zelf had gedacht.’

Dank je wel voor dit gezellige gesprek, Marijke.

Roelant
Perfecte Buren

Eerder verschenen op Perfecte Buren.