Roelant meets... Marlies Slegers

Vrijdag, 9 oktober, 2020

Geschreven door: Marlies Slegers
Artikel door: Roelant De By

 

Aan de bijzonder interessante serie van young adults bij Uitgeverij Kluitman heeft Marlies Slegers een nieuw boek toegevoegd: Grenzeloos. De boeken in deze serie behandelen belangrijke thema’s waar de jeugd zich mee bezig houdt. Zo ook dit boek van Marlies Slegers, Grenzeloos, dat als onder titel meekrijgt: Waar trek jij de lijn? Een interessante vraagstelling, die nieuwsgierig maakt. Het is tijd voor een gesprek om daar nader op in te gaan. We hebben afgesproken in een grote brasserie in haar woonplaats. Marlies blijkt een ontzettend aardige, knappe vrouw te zijn.

 width=
Marlies Slegers

Roelant: ‘Wat leuk, dit nieuwe korte verhaal in de Kluitman reeks.’

Marlies: ‘Ja. Ik heb er al een eerder gedaan. Sweet sixteen. Die is anderhalf, twee jaar geleden uitgekomen. Dat ging over een vlogster die gestalkt wordt. Ik hou heel erg van boeken voor jongeren. Ik hou van hun belevingswereld. Ik duik daar dan in. Ik heb zelf ook drie kinderen. Die zijn inmiddels de puberleeftijd wel voorbij, 25, 22 en 19 zijn ze. Maar de belevingswereld van pubers vind ik wel heel interessant. Ze zijn altijd online bezig. Ook met vloggers en dergelijke. Dat inspireerde me om Sweet Sixteen te schrijven. Wat er dan gebeurd als dat allemaal fout gaat en zo’n vlogster wordt gestalkt en achtervolgd door iemand die het niet goed met haar voorheeft. En deze novelle, Grenzeloos, behandelt ook een heftig thema. Het gaat over een meisje dat verkracht wordt.’

TijdvoorTijdschriften

Roelant: ‘Daarnaast komen thema’s als sexting ook naar voren. Dat filmpje dat door de hele school gaat.’

Marlies: ‘Ja, maar sexting is een thema waar ik in één van mijn andere boeken al over heb geschreven. Onder mijn huid was daar de titel van. Dat boek heb ik geschreven omdat mijn eigen dochter daar op dertienjarige leeftijd slachtoffer van geworden is. In de lezingen die ik op scholen geef, vertel ik daar uitgebreid over, omdat ik weet hoe heftig zoiets kan zijn. Voor mijn nieuwe boek moest ik heel erg nadenken. Hoe zorg ik ervoor dat jongeren dit boek gaan lezen?’

Roelant: ‘De doelgroep van die Kluitman serie is de weinig lezende jeugd. Een lastig te bereiken groep lijkt me.’

Marlies: [lachend] ‘De bedoeling van ál mijn boeken is dat ze gelezen worden. Maar die Kluitman serie is echt bedoeld om het ontlezen van de jeugd tegen te gaan. Als die een dik boek zien, denken ze meteen: laat maar. Vandaar deze dunne, mooi uitgevoerde boekjes met spannende thema’s, of spannende thrillers met veel actie. Hopelijk ontdekken ze dan dat lezen wél leuk is en gaan ze daarmee door. En dit thema kwam in mijn hoofd toen ik enkele jaren geleden na een schoolbezoek, waar ik een lezing over sexting had gegeven, de mediathecaresse naar me toe kwam en vertelde over een incident dat op die school had plaats gevonden. Drie meisjes waren over hun grenzen gegaan met een paar jongens, hadden eigenlijk aangifte willen doen, maar onder druk van mede-leerlingen dat niet durfden. Ze werden bestookt met argumenten als: het was niet zo bedoeld, ze waren toch zelf meegegaan, enz.’

Roelant: ‘En dat zoenen vond ze wel leuk. Dat beschrijf je heel mooi en subtiel in je boek. Wanneer die jongen verder wil gaan, wil ze dat eigenlijk niet. Wat ik erg sterk in jouw boek vind, is dat je meisjes wil laten zien dat zij zelf mogen  width=bepalen waar ze hun grens willen leggen. Ook al zijn ze dronken en vinden ze die jongen leuk.’

Marlies: ‘Ja, klopt. Op deze school was dat ook. Die meisjes waren meegegaan naar een parkeerplekje. Ik vond dat zo’n heftig verhaal dat ik daar een boek over wilde gaan schrijven. Maar niemand gaat daarover willen praten. Ze houden allemaal hun mond. Ik vond dat vrij heftig. Er is dus een grens die jongens of meisjes overgaan. En “nee” is blijkbaar niet altijd nee in die generatie. Ik wilde dat goed beschrijven.’

Roelant: ‘In onze generatie wel?’

Marlies: [lachend] ‘Ik weet het niet. Maar als je kijkt naar mijn hoofdpersoon, ze vindt het leuk met die jongen. Ze vindt het spannend en stoer. De jongen is een paar jaar ouder. Terwijl ze het eigenlijk niet wil, gaat hij toch verder. Ze heeft drank op en voelt zich er nu bij horen. Pas achteraf gaat ze denken of ze alles wat er gebeurde wel goed vond.’

Roelant: ‘Die jongen verweert zich door te zeggen dat zij hem niet weg heeft geduwd en tot het eind van het feest is gebleven. En op een later tijdstip haar fiets op ging halen. Het is erg goed van je om er niet zo’n duidelijk goed-fout verhaal te maken, want zo gaat het in het echt natuurlijk ook. Dat maakt dat veel meisjes gedeeltelijk de schuld bij zichzelf gaan leggen en zich schamen. Dat heb je mooi beschreven.’

Marlies: ‘Ik hoop dat dit boek gesprekken op gaat leveren. Bijvoorbeeld in de klas dat de leerkracht de discussie kan starten. Wie heeft er nou gelijk in deze zaak? Aanvankelijk had ik de verkrachting wat grafischer beschreven, was het overduidelijk een verkrachting. Maar in samenspraak met de redactrice vond ik dat het er dan te dik op lag. De discussie erover voeren is belangrijker dan een duidelijke zondebok aan te wijzen. Het subtiele, bijna grijze gebied is juist heel interessant.’

Roelant: ‘Dat is zeer goed gelukt. Zelfs als je ze bezig laat zijn, laat je haar zich afvragen of ze het nu wel of niet wil.’

Marlies: ‘Dank je. Ik denk dat dat voor die leeftijd zo werkt. Die meisjes zijn dubbel want ze zijn ook nieuwsgierig. Ze gaan op allerlei fronten zo makkelijk over hun grenzen heen. In filmpjes en clips worden meisjes vaak geseksualiseerd. Dat was in de jaren ’80 zo, maar dat is nog steeds. Heel veel meisjes hebben het idee dat ze verder moeten gaan, dat dat van hen verwacht wordt. Anders hoor ik er niet bij, vindt hij me niet meer leuk, vinden mijn vriendinnen me suf. Dat was een van de drijfveren achter het boek. Ik laat zien dat iemand het wel leuk kan vinden, maar dat er een grens moet zijn. Ik hoop echt die gesprekken daarover op gang te brengen. Heel vaak merk je dat meisjes geen aangifte gaan doen, omdat ze denken dat ze het over zichzelf hebben afgeroepen. Ik was dronken, ik heb hem niet van me af geduwd, ik had dat korte rokje aan, ik sloeg hem niet, ik ben niet weggerend enzovoorts. Maar het is bekend dat er in gevaarlijke situaties een drietal reacties kunnen optreden: fight, freeze or run, vechten, verstijven of wegrennen. Het blijkt dat meisjes heel vaak in de freeze modus terecht komen in zo’n situatie. Ik heb expres mijn hoofdpersoon ook dronken laten worden, zodat je daar ook discussie over kunt hebben. Mag het dan wel of niet als iemand dronken is? Of als ik iemand drogeer?’

Roelant: ‘Als we even terug gaan naar je persoonlijke situatie. Je bent een echte Brabantse?’

Marlies: ‘Ik ben wel geboren in Breda, maar toen ik acht was zijn we naar Indonesië verhuisd. Mijn vader werkte daar. Op mijn zeventiende zijn we weer terug naar Nederland gekomen.’

Roelant: Ik hoor helemaal geen zachte G.’

Marlies: [lachend] ’Ik kan het wel, hoor.’

Roelant: ‘Hoe was het om die belangrijke jeugdjaren in Indonesië te wonen?’

Marlies: ‘Fantastisch. Geweldige tijd gehad daar. Ik heb één broer, acht jaar jonger. Die heeft het minder bewust meegemaakt. Voor mij zijn het ‘forming years’ geweest. Daardoor voel ik me heel erg thuis in een internationale expat community. Toen ik terug in Nederland kwam, heeft het zeker tien jaar geduurd voordat ik me weer prettig voelde hier.’

Roelant: ‘Tien jaar! Zo.’ width=

Marlies: ‘Ik moest zo wennen aan alles hier. Hoe mensen met elkaar omgingen, hoe het hier op school aan toe ging. Ik zal nooit mijn eerste dag hier op de middelbare school vergeten. In Indonesië zat ik eigenlijk al in mijn eindexamenjaar, maar omdat het programma daar zo anders was, ging ik hier terug naar de vijfde. Halverwege het schooljaar stroomde ik in. Die eerste dag ben ik huilend naar huis gegaan. Ik wist niet wat me overkwam. Het was een les Nederlands en de leraar die voor de klas stond was aan het vertellen, en niemand luisterde. Dat was verbijsterend. In Indonesië hadden we diep respect voor onze leerkrachten, maar ook een goede band daarmee. En deze wat oudere man was stoïcijns aan het doorvertellen. Niemand had er enige aandacht voor. Ze zaten gedraaid in hun stoel, gooiden propjes door de klas heen. Ik vond dat heel erg. Ik heb me twee jaar als een soort muurbloem opgesteld op die school. Zo van, kijk niet naar mij, zie mij niet. Vreselijk. Ik mengde niet, ik kwam er niet in thuis. Eigenlijk pas toen ik daarna ging studeren, commerciële economie, lukte het me om me een beetje te mengen.’

Roelant: ‘Commerciële economie?’

Marlies: ‘Ja, ik wist echt niet wat ik wilde gaan doen. Omdat ik in Indonesië had gezeten, had ik nooit open dagen bezocht. Op een gegeven moment heb ik maar gekozen voor een HBO opleiding die ik in Breda kon gaan volgen. Ik wilde ook niet echt weg thuis, ik was al te vaak verhuisd en er speelde van alles in die periode. Mijn moeder had problemen met alcohol en mijn vader was veel van huis. We hebben het later allemaal uitgesproken, maar het heeft mijn jeugd wel voor een groot deel getekend.’

Roelant: ‘Ook een mooi onderwerp voor een boek: hoe overleeft een puber een alcoholistische moeder?’

Marlies: ‘Ik heb al veel boeken geschreven, maar dat is zeker iets wat in de toekomst een keer aan bod zal gaan komen. Mijn band met mijn moeder was eigenlijk heel goed, behalve als ze gedronken had. Dan ging het fout tussen ons. Ik heb het er wel met haar over gehad, of ze het goed zou vinden als ik er een boek over zou schrijven. Dat vond ze goed.’  width=

Roelant: ‘Als ze nee had gezegd, had je het dan niet gedaan?’

Marlies: [aarzelend] ‘Dat is lastig. Dan denk ik dat ik dat deels wel gerespecteerd had. Ze is inmiddels overleden. Ik spreek regelmatig met andere schrijvers en dan hebben we het er wel eens over. Mag je schrijven over wat je privé meemaakt, ook als dat een ander zou raken? Verreweg de meeste schrijvers zeggen dat dat mag. Dat is je literaire vrijheid. Toch wil ik daar wel voorzichtig mee omgaan. Ik heb zelfs een boek geschreven over mijn scheiding, die vorig jaar werd uitgesproken. Die scheiding zag ik niet aankomen, net zo min als de midlifecrisis waar mijn ex-partner opeens in terecht bleek te zijn gekomen. Ik kende het hele begrip nauwelijks, tot iemand me een artikel stuurde over de verborgen depressie bij mannen- oftewel de heftige midlifecrisis. Alles viel op zijn plek, maar daarmee kon ik ons huwelijk niet in mijn eentje redden. Ik beet me vast in het onderwerp midlifecrisis, want ik wilde onze relatie zo graag redden. Ik las er enorm veel Engelstalige boeken over, want in Nederland was hier veel minder aandacht voor dan in het buitenland. Er lijkt een universele factor in die midlifecrisis te zitten en het verloopt vaak via hetzelfde patroon. Er gebeuren zoveel bizarre dingen in dat proces. Het is een ontzettend zware periode geweest. Daar schreef ik over. De verbijstering, het verdriet, de hoop, de rouw. Dat boek heeft heel veel losgemaakt bij de lezers. Ik krijg bijna iedere week reacties van (voornamelijk) vrouwen hierop. ‘Dit is precies mijn verhaal’ schrijven ze me. De herkenning is voor vrouwen zo belangrijk. Daar bedanken lezers me vaak voor. Ik had gewild dat dit boek er niet had hoeven komen, dat er een ‘ze leefden nog lang en gelukkig’ was geweest, maar nu het er is, ben ik dankbaar voor hoe het anderen helpt. Dat ze er kracht uithalen en zeggen: als jij er zo sterk uit kunt komen, dan kan ik dat ook. Het heelt twee kanten op. Tegelijkertijd was het lastig. Mag ik dat boek wel schrijven? Maar het was zo’n grote innerlijke noodzaak om dat boek wél te schrijven. Ik wil juist wel vertellen hoe bizar, pijnlijk en ingrijpend een midlifecrisis is. Graag zou ik meer bewustwording in de maatschappij krijgen om met z’n allen beter naar zo’n fase in het leven te kijken. En om mensen in midlifecrisis te helpen, in plaats van toe te kijken hoe ze hun leven weggooien.

Iedereen heeft last van een midlifecrisis. Iedereen vraagt zich wel eens af: is dit het nou? Daar is niets mis mee. Maar bij een klein percentage mensen is het extreem. Het is overigens niet zo dat het alleen mannen overkomt, ook vrouwen kunnen het ondervinden. Ik heb tijdens mijn schrijfproces wel aan mijn kinderen gevraagd of ze het goed vonden dat ik over dit onderwerp ging schrijven. En ik heb duidelijk gesteld dat dit mijn verhaal is, niet zijn verhaal. Zijn verhaal is net zo legitiem. Ik heb zelfs mijn toen-nog-man het manuscript opgestuurd. Ik wilde hem de kans geven het te lezen voordat ik het contract met de uitgever zou tekenen. Ik wilde ook zeker geen venijnig boek schrijven, want hij was mijn grote liefde. Dus hij moest de kans krijgen er iets van te vinden of het zelfs tegen te houden met goede argumenten. Ik wilde hem daarin niet buitenspel zetten. Het leek me ook fair dat hij dat recht had, maar hij maakte er geen gebruik van.
Dus om antwoord te geven of je over iets heel persoonlijks kunt schrijven dan is het antwoord: ja. In al mijn boeken zit wel iets persoonlijks, hoe futiel ook. Grenzeloos gaat dan weliswaar niet over iets dat ik persoonlijk heb meegemaakt, maar wel geschreven nadat ik het verhaal over die meisjes had gehoord, die geen aangifte durfden te doen.’

 width=
Marlies & Roelant

Roelant: Ik moet opeens aan een quote van Ernest Hemingway denken:

The good parts of a book may be something a writer is lucky enough to overhear or they may be the wrack of his whole damned life.

Dank je wel, Marlies voor dit bijzonder boeiende gesprek.

Roelant
Perfecte Buren

Eerder verschenen op Perfecte Buren.