Roelant meets ... Pauline Vijverberg

Dinsdag, 27 april, 2021

Geschreven door: Pauline Vijverberg
Artikel door: Roelant De By

 

Na een tip van Joop (voormalig lid van ons Perfecte Buren-team) kwam ik op het nieuwste boek van Pauline Vijverberg, De Achtste Zonnebloemen. Van Vincent van Gogh is bekend dat hij zeven schilderijen met zonnebloemen heeft geschilderd, maar in Zuid-Afrika kwam zo’n honderd jaar geleden een nieuw schilderij van hem boven water, dat eveneens een vaas met zonnebloemen laat zien. Is dit schilderij een echte van Gogh? En zo ja, waar is het dan gebleven? Pauline Vijverberg neemt de lezer aan de hand met een boeiende vertelling die heen en weer in de tijd gaat tussen Zuid-Afrika en Nederland tussen 1895 en 1952. De schrijfster woont zelf al meer dan twintig jaar in Zuid-Afrika waardoor je een prachtige kijk op het leven daar en toen krijgt voorgeschoteld. Via Skype heb ik een gesprek met haar. Op de achtergrond heeft ze een grote zonnebloem staan.

Roelant: ‘Hallo Pauline, hoe ben je ertoe gekomen om als Nederlandse naar Zuid-Afrika te emigreren? Vanwaar die liefde voor Zuid-Afrika?’

Pauline: [aarzelend] ‘Ja, dat is eigenlijk een beetje per ongeluk gegaan. Het is natuurlijk een prachtig land, maar vanwege het werk van mijn man zijn we hier in 2000 naartoe verhuisd en zouden hier een paar jaar blijven. Toen is zijn bedrijf veranderd en ook onze situatie. Het leek ons goed voor de school van de kinderen (we hebben er vier) om hier langer te blijven, dat ze op één plek zouden opgroeien. Als dochter van een diplomaat ben ik zelf als kind elke drie jaar verhuisd naar een ander land. Ik ben in Tokyo geboren, en via Berlijn en Bogota Colombia ben ik toen in Indonesië beland met mijn ouders, broer en zusje. Aan dat land heb ik de meeste herinneringen. Dat was gedurende mijn lagere schooltijd. Ik heb steeds uitstekend onderwijs gehad, ook in het Nederlands. Toen ik naar de middelbare school moest, leek het mijn ouders beter om me naar Nederland te laten gaan. Die school in Den Haag was voor mij voor wel een enorme omschakeling. Ik voelde me in het begin echt een vreemde eend in de bijt. Ik was een totale buitenstaander.’

Roelant: ‘Je laat een van die schoolmeisjes het volgende zeggen over je hoofdpersoon, Aafke: Ze doet zo raar omdat ze uit Afrika komt. Daar worden kinderen door wilde inboorlingen opgevoed.’

Pauline: ‘Ja, onbegrip en onwetendheid. In het begin had ik daar last van. Er heeft zelfs een meisje aan me gevraagd of ik tijgers in de tuin had toen ik in Indonesië woonde.’

 width=

Roelant: ‘Zoals ze over Nederland denken dat we hier allemaal op klompen lopen en in een molen wonen, zeg maar.’

Pauline: ‘Precies. Dat is eigenlijk hetzelfde. Terwijl op die leeftijd is het zó belangrijk dat je erbij hoort, dat je aansluiting vindt. Ik had ook van die romantische ideeën van op de fiets naar school met je tas achterop en een slinger vriendinnen om je heen. Regelrecht afkomstig van de meisjesboeken die ik gelezen had. De realiteit was anders: in m’n eentje, snelbinders achterop waar mijn tas nog wel eens tussendoor viel, altijd wind tegen, regen, noem maar op. Die zelfde cultuurovergang zeg maar, heb ik in mijn boek gebruikt voor Aafke toen die naar een Nederlandse kostschool ging. Later kreeg ik gelukkig vriendinnen en heb uiteindelijk een fijne schooltijd gehad, maar die overgang was erg moeilijk. Na de middelbare school ging ik rechten studeren in Leiden.’

Roelant: ‘Waarom ging je rechten studeren?’

Pauline: ‘Ik had het idealisme van een wereldverbeteraar. Ik wilde de mensenrechten kant op. Lekker breed ook dacht ik, daar kan ik alle kanten mee op. In Nederland heb ik twee jaar bij buitenlandse zaken gewerkt na mijn afstuderen. Eerst bij de mensenrechten coördinator en daarna bij asielzaken. Vervolgens ben ik met Chiel, mijn man die ik tijdens mijn studie ontmoet had, naar het buitenland vertrokken. Voor zijn werk moest hij dikwijls van standplaats veranderen. Dan blijkt zo’n rechtenstudie buiten Nederland toch niet veel mogelijkheden te bieden. Daar kon ik niks mee, maar schrijven kon ik gelukkig wel. En dat ben ik gaan doen. Eerst als journalistieke freelancer en daarna heb ik het creatieve pad gekozen. En dat vind ik ontzettend leuk. Ondertussen zitten we al twintig jaar hier in Zuid-Afrika. Kijk eens wat een uitzicht we hier in Kaapstad hebben.’ Pauline neemt de camera ter hand en loopt door de kamer naar het raam. Een werkelijk schitterend landschap zie ik voor me met heuvels en de zee daarachter.

Roelant: ‘Over Zuid-Afrika heb je enkele leuke quotes in je boek geschreven, ik citeer de entomoloog Jacobus uit jouw boek: Om van dit land te houden, moet je een avonturier zijn. Hij twijfelde eraan of hij wel zo’n waaghals was.’

Pauline: [lachend] Dat zijn woorden die ik in de mond van mijn karakters leg. En of dat nu mijn eigen woorden zijn… Die grens is altijd een beetje… onzichtbaar. Dat is tevens een van de grootste dilemma’s van het schrijven. Ik heb geschreven over mensen die echt geleefd hebben en heb me hun levens toegeëigend zonder toestemming te vragen. Dus of hij in het echt zo’n behoudend avonturier was? Dat heb ik van hem gemaakt.’

Roelant: ‘Dat is jouw goed recht als schrijver. Je hebt in jouw boek trouwens een mooie mix van mensen die echt bestaan hebben en mensen die jij erbij verzonnen hebt. Zoals Aafke, de dochter van deze entomoloog, die op zoek gaat naar het schilderij met de zonnebloemen dat ze zich herinnerd uit haar jeugd in Zuid-Afrika.’

Pauline: ‘Om een verhaal tot stand te krijgen, moet ik heel erg veel onderzoek doen. En voor mij stimuleert onderzoek de verbeelding. Zodra ik het hele overzicht heb van hoe alles gebeurd is, hoe de geschiedenis in elkaar zit, dan kan ik dat vervolgens weer los laten en me op het schrijven storten. Vergelijk het met een zwart-wit film waar je eerst alles schrapt tot de essentie en pas daarna ga je het weer inkleuren. Dus de details hoe iemand loopt of wat hun lievelingseten is, kan zomaar van mensen om mij heen afkomstig zijn. Stompies noemen ze dat hier. Kleine stukjes van verhalen, als je in een winkel staat of in een cafétje zit, al dat soort dingen kan ik allemaal gebruiken.’

 width=

Roelant: ‘De geschiedenis van Zuid-Afrika is voortdurend een borrelende vulkaan geweest.’

Pauline: ‘In een van de andere boeken die ik geschreven heb, over weesmeisjes die in de 17e eeuw hiernaar toe zijn gekomen, was er al sprake van “het zwarte gevaar”. Dat is zo’n term geworden. Dat broeinest is altijd al zo geweest.’

Roelant: ‘Maar als je dan niet een man hebt als Mandela, dan kan het makkelijk een bloedbad worden.’

Pauline: ‘Ja, hoe hij dat gedaan heeft… Hoe hij precies op het goede moment daar was, met zoveel rust. Dat is echt heel bijzonder. Mandela is hier gewoon een heilige.’

Roelant: ‘Op jouw site staat te lezen dat jouw voorliefde uitgaat naar sterke vrouwen in jouw verhalen.’

Pauline: ‘Niesje en Geesje, die model hebben gestaan voor Breitners kimono schilderijen, vind ik sterke vrouwen. Die vertrokken samen naar Zuid-Afrika toen ze 16 en 18 jaar oud waren. Dat is nogal een onderneming, zeker in die tijd. Er is geen enkele aanwijzing te vinden dat zij daar al familie en kennissen hadden zitten. Op de bonnefooi en zonder geld gingen ze het avontuur aan. In die tijd werd het vanuit Nederland gestimuleerd om naar het overzeese Koninkrijksdeel Zuid-Afrika te emigreren. De overtocht werd vaak betaald, maar dan nóg is het geen sinecure. Ook Aafke, die ik weliswaar verzonnen heb, vind ik een sterke vrouw. Zij is opgevoed door een inheemse Zuid-Afrikaanse, vertrekt naar Nederland en komt later, in 1952, weer terug naar Zuid-Afrika om voor haar zieke vader te zorgen én om het Van Gogh schilderij met de zonnebloemen te gaan zoeken, wat in haar jeugd daar in huis stond. Mijn intentie was om een licht, zonnig boek te schrijven. Mijn vorige boek ging over de concentratiekampen in Zuid-Afrika en over hoe die traumatische ervaringen generaties lang doorwerken.’

Roelant: ‘Jouw boek is erg boeiend. Je wordt als lezer ondergedompeld in een andere tijd, in een andere wereld en dat is gewoon heel erg fijn.’

Pauline: ‘Ik hou zelf ook het meest van dit soort boeken, dat je iets van de geschiedenis of de achtergrond leest, maar niet op een manier dat het een les wordt. De boeken van James Michener zijn daar een goed voorbeeld van. Je krijgt daar een goed beeld van de geschiedenis, maar op een manier dat je de levens van de mensen volgt en dat de geschiedenis slechts op de achtergrond meespeelt. Bijna terloops krijg je zo al die informatie binnen.’

Roelant: ‘Qua vorm heb je voor je boek gekozen voor korte hoofdstukken die kris kras door de tijd heen springen.’

Pauline: ‘Dat heb ik expres gedaan om de wat zwaardere stukken, zoals de Boerenoorlog, sneller te kunnen afwisselen met wat luchtiger stukken. In het leven gebeurt alles chronologisch, maar als auteur ben jij de baas. Oninteressante stukken, zoals een lange zeereis, sla je over. Ik wilde ook een compact boek schrijven. Aan het eind van mijn schrijfproces heb ik een maand in het Roland Holst huis in Bergen gezeten. Dat was fantastisch. Ik kon me daar volledig concentreren in dat prachtige huisje waar zoveel schrijvers vóór mij hadden gezeten. Een schitterende tuin hoorde daarbij. Ik had het gevoel dat ik gedragen werd door Roland Holst zelf, maar ook door alle andere schrijvers die daar gezeten hadden. En op die plek kreeg ik de ingeving hoe ik het moest doen met dat achtste schilderij. We kunnen nu niks verklappen natuurlijk, maar als je het gelezen hebt, begrijp je het meteen.’

 width=

Roelant: ‘Een prachtige, charmante oplossing heb je daarvoor gevonden. En wel eentje die zo maar waar zou kunnen zijn. Nu blijk je deze verzonnen te hebben! Ondertussen schrijf je prachtige bespiegelingen en vergelijkingen in je boek. Ik noem er eentje: Herinneringen zijn als medicijn. Teveel en je hart kan ervan stilstaan. Te weinig en je verliest je identiteit. Zonder herinneringen zit je gevangen tussen het verleden en het heden.’

Pauline: ‘Wetenschap en kunst zit heel dicht bij elkaar. Wat ik in dit boek gebruikt heb is de synesthesie. Dat is een neurologisch verschijnsel waarbij de zintuigen door elkaar lopen.’

Roelant: ‘Je beschrijft hoe Van Gogh voelde dat schilderen als muziek was.’

Pauline: ‘Heel veel kunstenaars hebben dit gehad. Dat zintuigelijke waarneming ook andere zintuigelijke indrukken oproept. Een bekende quote van de componist Wagner is: een klein beetje blauw erbij. Ook Van Gogh werd heel erg door muziek geïnspireerd. Hij moest soms een stukje op de piano horen of spelen om te zien welke kleur hij bedoelde. In de literatuurlijst achterin mijn boek heb ik ook het prachtige boek genoemd, Van Gogh en Muziek. Daar heeft iemand onderzoek gedaan naar de invloed van muziek op Vincent van Gogh. Maar ook van een kunstenaar als Kandinsky is bekend hoezeer muziek zijn schilderwerk heeft beïnvloed. Ik ben een kunstliefhebber. Voor mij zijn het de woorden en de taal waar ik mijn creativiteit mee uit.’

Roelant: ‘En wij als lezer zijn daar erg blij mee. Dank je wel, Pauline, voor dit fijne gesprek.’

Roelant
Perfecte Buren

Eerder verschenen op Perfecte Buren.