Roelant meets... Roos Hanemaaijer

Woensdag, 11 november, 2020

Geschreven door: Roos Hanemaaijer
Artikel door: Roelant De By

 

 width=
Roos Hanemaaijer

Enkele dagen voor mijn gesprek met Roos Hanemaaijer – auteur van Geen weg meer terug – zie ik haar in de Linda, geraadpleegd en diverse keren geciteerd als specialiste op het onderwerp: “Het taboe op seks na de bevalling”. Roos is opgeleid tot bekkenbodem fysiotherapeut en vanwege haar deskundigheid over dat onderwerp heeft de redactie van de Linda haar gevraagd.

Roos: ‘Wat leuk. Dat is wel heel toevallig, ja, dat precies nú dat artikel is verschenen. Ik had het zelf nog niet gezien. Ik wist dat het eraan zat te komen. Ik was wel heel blij dat ze daar een stuk over deden. Als bekkenbodem fysiotherapeute heb je dagelijks te maken met de naweeën van een bevalling. Als zo’n kindje erdoorheen is gegaan, kunnen er heel veel klachten ontstaan, bijvoorbeeld incontinentie. Zij zochten iemand die iets kon vertellen over het herstel van het seksleven na de bevalling. Want dat dat niet altijd even gemakkelijk gaat, is zo duidelijk als wat. Bij sommigen wel hoor, maar ik ken ook heel veel verhalen van cliënten waarvan ik dacht, phoe…. ‘

Roelant: ‘Je schrijft in jouw boek, Geen weg meer terug, daar ook iets over, vrij in het begin al toen de hoofdpersoon ging bevallen. Ik citeer: ‘Echt niet dat Tom mocht meekijken hoe haar onderkant voor altijd veranderde’

Nederlandse Natuurkundige Vereniging

Roos: [lachend] ‘Ja, maar dat is ook een… hoe zeg je dat? Een werkdefect zeg maar. Dat je natuurlijk zo goed weet wat er kan gebeuren en gebeurt en al die verhalen. Kijk, dit boek is voor het grootste gedeelte mijn eigen verhaal, maar hier en daar wat veranderd en aangevuld met ervaringen van anderen. Maar deze ontboezeming is echt van mijzelf. Bij mijn bevalling had ik dat van tevoren met mijn man afgesproken. Jij gaat niet kijken, er staan allemaal professionals om me heen. Jij gaat achter me staan en me steunen. En als de baby geboren is, zie je die vanzelf wel. Weet je, ieder mens is daar anders in. Sommige filmen het zelfs. Dat is prima, iedereen moet doen wat ze willen. Maar ik wou toch een beetje mysterie overhouden rondom dat.’ [we lachen beide hartelijk]

Roelant: ‘Maar verder gaat het helemaal niet over seks in je boek, in tegenstelling tot dat Linda artikel.’

Roos: ‘Nee, dat klopt. Ik heb eh… Laat ik het zo zeggen. Voor mij zijn werk en privé twee verschillende werelden. Dat is ook eigenlijk waarom ik dat boek geschreven heb. Het gaat natuurlijk heel erg over mijn leven, wat ík heb meegemaakt. Het grappige is dat ik dit boek geschreven heb toen ik dacht dat ik er vanaf was en dat alles verder goed zou gaan. Dat was helaas niet zo. Ik heb twee jaar geleden een terugval gehad. Toen bleek dat de onderliggende oorzaak een dwangmatige persoonlijkheidsstoornis was. Als ik het boek nu teruglees kan ik mij voorstellen dat een recensent vertelde dat deze de liefde en de diepgang daarin miste. Maar daar was ik ook niet mee bezig. Ik was alleen maar bezig met: ik moet perfect zijn, en ik moet overleven. Al die diepere gevoelens kon ik niet voelen, want die liet ik ook niet toe.’

Roelant: ‘Het lijkt allemaal buitenkant dan.’

 width=Roos: ‘Ja. Ik zal je nog sterker vertellen. Dit artikel in de Linda heb ik gedaan toen ik nog werkte. Ik ben nu gestopt als fysiotherapeut, omdat het voor mijn gezondheid helemaal niet goed was om dat werk te doen. Ik ben me nu aan het omscholen om helemaal het onderwijs in te gaan. Voorheen deed ik een combinatie van fysiotherapeut en onderwijs. Dat onderwijs ging altijd supergoed. Fysiotherapie vind ik nog steeds een onwijs mooi vak en ik voel nog heel veel passie over wat je met je patiënten doet. Alleen voor mij is het vak niet handig opgezet. Het tijdsbestek waarin je daadwerkelijk contact met de patiënt hebt, wordt steeds kleiner. Je moet allerlei vragenlijsten invullen voor de zorgverzekeraars. Je moet verslagleggingen schrijven, noem maar op. Dat gaat ten koste van het contact met de patiënten. En dat is voor mij juist hetgeen waar ik mijn plezier uithaal. Toen bedacht ik me dat ik een duidelijke keus moest gaan maken. Vandaar mijn ommezwaai naar uitsluitend onderwijs.’

Roelant: ‘De fysiotherapeuten hebben de slag verloren van de zorgverzekeraars. Het gevolg daarvan is dat ze nu aan ze overgeleverd zijn. Een vreselijke situatie met al die bureaucratie tot gevolg.’

Roos: ‘Ik ben zó klaar met die contracten. Ik wil gewoon doen waar ik goed in ben en mensen daarmee helpen, klaar. Ik heb zelfs even overwogen om verder te gaan zonder zorgcontract, maar dat is voor mij niet haalbaar. Het grote nadeel is dan dat mensen met weinig geld niet meer kunnen komen en ik vind dat fysiotherapie voor iedereen toegankelijk moet zijn. Dat is de andere kant ervan.’

Roelant: ‘Anna, de hoofdpersoon in jouw boek, is geen fysiotherapeute, maar zit wel in de zorg.’

Roos: ‘Ik wilde dat niet één-op-één overbrengen naar het boek. Net als de sport waar Anna zo druk mee bezig is als coach. De sport waar ik zelf op hoog niveau mee bezig ben geweest was voltige. [Dat is acrobatiek op een bewegend paard] Ik heb dat eerst jarenlang zelf gedaan, met veel succes, en daarna trainde ik jonge talenten tot aan grote internationale toernooien toe. Maar in het boek zie je wel dat Anna, de hoofdpersoon, heel erg bezig is met overleven en de schijn hooghouden zeg maar. Ik deed dat ook. En het verschil tussen die wereld en mijn eigen belevingswereld was gigantisch groot. Dat verschil wordt nu steeds kleiner, omdat ik dichter bij mijzelf kom en voor mijzelf kies, en onderweg ook mensen vind die hetzelfde hebben meegemaakt. Dat maakt het makkelijker om over te praten. Ik heb op Hogescholen gewerkt en op Masteropleidingen waar je heel veel hoogopgeleide mensen tegenkomt. Die zijn bezig met intellectuele dingen. Daar zit de focus op. Daar kun je niet echt met elkaar praten over wat je zelf hebt meegemaakt. Dan heb je het over patiënten die zoiets meemaken, en hoe je zo’n patiënt kan helpen. Maar als collega… Het feit dat je het zelf hebt meegemaakt…. Ik ben er zelfs eens op aangesproken dat ik het er maar niet over moest hebben omdat anders patiënten niet meer bij mij zouden komen. Dat ze denken dat je je werk niet aankunt. Maar als iemand zijn been gebroken heeft, zal nooit iemand vragen of die zijn werk nog wel aankan. Maar bij dit soort dingen nog steeds wel. Dat vind ik wel jammer. Ten eerste hoort niemand weer aan het werk te gaan als ze nog niet voldoende hersteld zijn, of je nu je been brak of een depressie had. Ik zou nooit gaan werken als ik het idee had dat ik daar een patiënt niet goed kon helpen. Ten tweede is mijn ervaring met andere mensen die psychische dingen hebben meegemaakt, dat het juist heel sterke, bijzondere mensen zijn. Ze snappen soms juist wat anderen nodig hebben omdat ze zelf wat hebben meegemaakt. Dat heb ik in mijn werk ook gemerkt. Dat ik na die moeilijke periodes een betere fysiotherapeut geworden ben. Alleen voor mijzelf was het niet goed. Ik kon de mensen goed helpen en kon goed naar ze luisteren, maar ik kon het niet volhouden, omdat het in een bepaald tempo moest, wat niet bij mij paste als persoon.’

Roelant: ‘Even een citaat uit je boek:

‘Hoe had ze weer zo kunnen falen? Kon ze dan echt niets goed doen? …. Ze had altijd al geweten dat ze een mislukking was. Ze was lui, te lomp, te laks en vooral een grote zeur.’

Roos: ‘….. ja. Maar dat zijn beelden die je vanuit je kindertijd al meeneemt. En dan voelt dat zó echt. Daar moet heel veel tegenover gezet worden…’

Roelant: ‘Hoe was je kindertijd? Was je enig kind?’

Roos: ‘Nee, ik heb een broer. Mijn kindertijd is voor mij nog wel een gevoelig onderwerp. Kijk, dit is míjn verhaal, iets waar ík mee worstel. Ik heb er heel erg moeite mee als het wordt afgedaan dat alles aan mijn kindertijd lag, dat mijn ouders het niet goed zouden hebben gedaan. Dat is te makkelijk. Maar het heeft wel invloed.’

Roelant: ‘Het is een veelgehoorde klacht dat, met name vrouwen, zoveel ballen tegelijk in de lucht moeten houden. Carrière, leuk werk, goede moeder, perfecte echtgenote en dat allemaal tegelijkertijd.’

Roos: ‘En je staat onder een vergrootglas. Vroeger wist niemand wat er achter de voordeur gebeurde. Dat doen we natuurlijk deels zelf doordat alles op social media gedeeld wordt, maar alles wordt nu ook gezien. Dat is een groot verschil.’

Roelant: ‘En dan heb je de schoonmoeder!’

Roos: [lachend] ‘Ik wil wel even zeggen dat ik een heel lieve schoonmoeder heb.’

Roelant: ‘Maar het is heel goed dat je dit wel in je boek zo hebt neergezet, want het is iets dat heel veel mensen zullen herkennen; die schoonmoeder die zich overal mee bemoeit, hoe goed bedoeld ook.’

Roos: ‘Dat klopt, al heb ik niet alles precies neergezet zoals het in werkelijkheid is gebeurd, met name om mijn omgeving te beschermen. Kijk, het is leuk dat ík mijn verhaal wil delen, maar ik kan niet voor iemand anders beslissen of zij dat ook willen. Wat ik lastig vind, is dat iedereen om mij heen alles met de beste intenties heeft gedaan, ook al pakte sommige dingen verkeerd uit. Maar ik zei ook niets. Net als Anna in het boek. Die zegt ook niks. Daarom neem ik niemand iets kwalijk. ‘Eigen’ staat toch dichterbij dan aangetrouwd. Voor Tom is zijn moeder zijn grote steun en toeverlaat. Voor Anna ligt dat iets anders. Zij wil haar schoonmoeder vooral niet teleurstellen. Een van de grote angsten die je hebt als schoondochter is dat je schoonmoeder tegen haar zoon zegt, nou die vrouw van jou… Als ik jou was… En dat was voor mij ook zo. Je wilt het liefste dat iedereen goed met elkaar omgaat en dat iedereen blij is.’

 width=Roelant: ‘Maar pas toen Anna in jouw boek dat soort gedachten overboord had gezet en zichzelf meer accepteerde, ging het beter met haar.’

Roos: ‘Ja, het ging beter met haar, maar je ziet wel wat het oplevert in de omgeving. Want je bent altijd op een bepaalde manier geweest, en ineens ga je veranderen. Ik heb vooral geleerd dat je het natuurlijk zelf moet doen, maar je hoeft het niet alleen te doen. Ik ben ondertussen bezig aan een nieuw boek, een soort tweede deel, maar dan vanuit Tom, haar man. Want het is belangrijk dat de mensen om je, in dit geval Anna, heen goed op zichzelf letten. Ze moeten er wel zijn en ook niet weggaan als jij er zo doorheen zit. Maar het is niet goed dat ze altijd maar klaar staan om te helpen en alles opzij zetten om dat te doen. Ten eerste houden ze dat niet vol. En ten tweede geef je ook aan degene die ziek is een verkeerd signaal. Namelijk dat deze ook steeds voor de ander klaar moet staan. Ik heb het meeste geleerd van mensen die hun eigen grenzen bewaakten, maar er wel gewoon waren voor mij. Als ziek iemand denk je dan: maar zo wil ik het ook! En hoe dat dan bij elk specifiek geval gaat, is gewoon heel verschillend. Een zelfhulpboek voor depressie, daar geloof ik gewoon niet in. Erover praten is belangrijk, ideeën opdoen van anderen. Standaard oplossingen als lekker naar buiten gaan, sporten, gezond eten, op tijd rust nemen en voldoende uitdaging hebben, wist ik wel. Maar het doen is een tweede.’

Roelant: ‘Helpt het dan als iemand je bij de hand neemt en het samen met je doet?’

Roos: ‘Soms helpt dat. Maar soms helpt het ook als iemand zegt: dan doe je dat vandaag toch even lekker niet. Want als je depressief bent, mag je geen “baal-dag” meer hebben voor je gevoel. Want de hele dag op de bank hangen, of niet uit je bed komen, of Netflixen, dat wordt gezien als slecht. Maar als ik naar mijzelf kijk had ik dat af en toe nodig en nog steeds. Er was heel veel gebeurd, heel veel emoties, dan had ik tijd nodig om dat te verwerken. Enerzijds kan ik dat verwerken door een wandeling te maken, maar anderzijds wilde ik ook gewoon mijn hoofd even “uit” zetten en TV kijken. Ik denk dat als je dat een paar uur doet, is dat niet zo erg, maar doe je dat een week achter elkaar , ja dan wordt het een probleem.’

Roelant: ‘En ambitie, hoe kijk er daar tegenaan?’

Roos: ‘Uhm.. ambitie als het gaat om iets wat je passie is, vind ik heel erg goed. Maar ambitie zoals bij Anna: niet goed. [we lachen beide] Ambitie hangt voor mij samen met motivatie. Als je dat niet hebt, ga je het ook niet redden. Als ik niet echt gedreven was om mijn verhaal te delen, was het me ook nooit gelukt. Ik wil graag het goede voorbeeld geven en mensen laten zien dat depressie niet iets is om je voor te schamen. Belangrijk is het om erover te kunnen praten. Je bent ziek en je hebt hulp nodig. Zo simpel is het.’

 width=
Roos & Roelant

Dank je wel voor dit boeiende en openhartige gesprek.

Roelant
Perfecte Buren

PS: later vandaag volgt er nog een leuke winactie waarbij je dit boek kunt winnen.

Eerder verschenen op Perfecte Buren.