Roelant meets ... Tess Gerritsen

Dinsdag, 14 januari, 2020

Geschreven door: Tess Gerritsen
Artikel door: Roelant De By

 

 

De wereldberoemde Amerikaanse auteur Tess Gerritsen kwam naar Europa voor een kort bezoek aan Nederland en België. Vlak voordat zij de Antwerpse boekenbeurs zou gaan bezoeken om haar nieuwste boek Schaduw van de Nacht te presenteren, kreeg ik van de Belgische tak van OverAmstel -The House of Books de kans om haar te spreken in het Antwerpse kantoor van deze uitgever. Zij lijkt sprekend op de achterflap foto van haar boek; ze heeft een jonge, stralende uitstraling. Als ze hoort dat ik naast mijn 4-daagse werkweek de vijfde dag besteed aan interviews met schrijvers, reageert ze erg enthousiast.

Tess: ‘Het is erg fijn om naast je werk iets heel anders te doen. Je moet jezelf blijven ontwikkelen en nieuwe informatie vergaren om nieuwe dingen te kunnen doen.’

Awater

Roelant: ‘U bent uw carrière begonnen als dokter. Na uw opleiding heeft u niet zo heel lang gepraktiseerd voor u zich geheel ging toeleggen op schrijven. Hoe komt die switch?’

Tess: ‘Ik kom uit een Chinees-Amerikaanse familie. Hoewel ik al vanaf mijn zevende wist dat ik schrijfster wilde worden, moest ik van mijn ouders een beroep kiezen waarin ik in mijn eigen onderhoud kon voorzien. Als schrijver heb je dan niet zulke goede vooruitzichten. Je moet je voorstellen dat in onze gemeenschap, de Chinese, de wil van de ouders bepalend is. Ze waren immigranten en heel praktisch van aard. Pas toen ik na een jaar of vijf als dokter gewerkt te hebben met zwangerschapsverlof ging, ben ik mijn eerste boek gaan schrijven. Ik had werkelijk geen idee dat het zo’n succes zou worden.’

Roelant: ‘U heeft meer dan 30 miljoen boeken verkocht, vertaald in 40 talen, dat is enorm succesvol.’

Tess: ‘Het is ongelooflijk. Als mensen mij vragen hoe ik dat nou precies doe, moet ik antwoorden dat ik geen idee heb. Ik vertel mijn verhalen en er zit gewoon veel geluk bij. Om een uitgever en een fantastische literair agent te vinden die echt in jou gelooft, moet je geluk hebben. Mijn literair agent heb ik al sinds 1985 en geen van ons beide wil met pensioen.’

Roelant: ‘Ik ontkom er niet aan om de vergelijking met toneelschrijver Tjechov te maken. Hij was zelf ook dokter net als u. In zijn toneelstukken geeft hij niet hoog op van de medische stand. Er zit altijd een dokter in zijn stukken die steevast een cynische alcoholicus is.’

Tess: ‘In fictie moet je altijd je personages interessant maken. Vaak leg je dan een last op hun schouder, je geeft ze een rugzakje mee zeg maar. Dat wordt snel een trucje. Maar in het echt zijn de meeste mensen gewoontjes. In mijn boeken is de dokter meestal ok. Maar het hangt ervan af natuurlijk. In dit laatste boek is hij echt de perfecte man, knap, attent, begripvol enz. Maar ja, als je in fictie iemand tegenkomt die perfect lijkt te zijn, moet je oppassen. De meest perfecte mannen zijn natuurlijk ook de meest gevaarlijke, hahaha. Ik wou mijn hoofdpersoon een keus geven. Aan de ene kant heb je de mysterieuze, beetje angstaanjagende geest, die de ideale minnaar is. Terwijl je aan de andere kant een perfecte man hebt, die alles mee heeft, maar haar seksueel niet opwindt. Vrouwen zien zich constant voor die keuze staan: ga ik voor de “bad-boy” die zeer opwindend is, of kies ik voor de stabiele gezinsman die voor me zal zorgen, maar niet zo spannend is. Kijk, uiteindelijk blijkt die opwindende man bijna altijd de verkeerde keus te zijn. Als een man een ondeugend type is, zal hij dat blijven, ook als je met hem getrouwd bent. Met die keus heb ik zitten spelen in het verhaal. Naast het spannende aspect en het psychologische vond ik die keuze een heel leuk onderdeel van mijn verhaal. Het is ook een mooie parallel met het normale leven. Voor mannen is het best een opgave. Hoe zorg ik ervoor dat die vrouw waarvan ik hou bij me blijft. Want reken maar dat er heel veel vrouwen zijn die voor de opwinding kiezen.

 
 

Roelant: ‘U bent met een collega-dokter getrouwd.’

Tess: ‘Ik heb geluk gehad. Maar hij is een Nederlander, dat helpt, hahaha. Ik was 24 toen ik trouwde.

Roelant: ‘U heeft twee zonen.’

Tess: ‘En ook twee kleinkinderen van drie en zes jaar. Helaas wonen ze op flinke afstand van ons, zo’n tien uur rijden. De USA is zó groot. Mijn jongste zoon woont gelukkig dichterbij. Hij heeft een heel leuke vriendin. Ik kan niet wachten tot ze besluiten om te gaan trouwen en een gezin te stichten. Ik ben dol op babysitten. (Ook al ben ik na afloop uitgeput).’

Roelant: ‘U schrijft dat u nooit memoires zult schrijven omdat uw eigen leven zo saai is.’

Tess: ‘Dat is helemaal waar! Al het opwindende in mijn leven is verzonnen, fictief. Ik heb zulke geweldige avonturen beleefd, maar alleen in mijn hoofd. Het enige opwindende is gerelateerd aan mijn boeken en de research die ik daarvoor doe. Stephen King zei eens: het geheim van een succesvol auteur is een goed en rustig huwelijk, een stabiele relatie. De energie en tijd die er in gaat zitten om op anderen verliefd te worden, kun je niet besteden aan je boek. Stephen King heeft zó gelijk. Ik zou niet kunnen schrijven met zoveel onrust. Ik hou van een rustig leven.’

Roelant: ‘U schrijft nog steeds met pen en papier?’

Tess: ‘Inderdaad, dat doe ik nog steeds. De eerste versie in ieder geval. Als ik typ dan ben ik tegelijkertijd bezig met redigeren. En dat wil ik niet doen in mijn eerste versie. Ik wil mijn flow niet verstoren. Als mijn verhaal af is, ga ik het zelf uittypen. Ik kan heel snel typen, 120 aanslagen per minuut.’

Roelant: ‘Wanneer je met de hand schrijft, wordt het tempo verlaagd. Je gedachten gaan immers veel sneller dan je ze kunt opschrijven.’

Tess: ‘Klopt, maar ik heb het gevoel dat de taal er daardoor beter uitkomt. Alsof ik mijzelf een wat meer poëtisch taalgebruik toesta. Ik begin gewoonlijk ’s ochtends om negen uur met schrijven. Dan schrijf ik zo’n vier pagina’s per dag, dat zijn om en nabij de 1000 woorden. Daar ben ik dan tot in de middag mee bezig. Dan ben ik moe. Ik schrijf dus niet heel erg snel. Een eerste versie kost me gemiddeld zes à zeven maanden. Als ik die eerste versie uitgetypt heb, schrik ik altijd enorm. Dit is vreselijk denk ik dan. Maar vervolgens komen de revisie en redactie ronden. Na drie-vier versies is het alweer een stuk beter. Daar ben ik dan ook een half jaar mee bezig. Pas dan krijgen mijn agent en mijn man mijn manuscript te lezen. Ondanks dat ik het al zoveel keren gedaan heb, een boek schrijven, wordt het maar niet gemakkelijker. Na twaalf delen van mijn crime serie, die ook jaren als tv serie te zien is geweest, werd ik een beetje moe van het strakke keurslijf van een reeks. Je hebt de onderzoeker en de serial killer. Wanneer deze laatste eindelijk een fout maakt, kan hij worden gepakt. Ik had gewoon zin in iets anders. Vandaar dat ik nu een stand alone heb geschreven die me heel veel plezier gaf bij het schrijven ervan. Dit was wel een stuk buiten mijn comfort zone. Met name het seksuele gedeelte was moeilijk. Ik weet dat crime lezers niet van seks houden. Ze willen dolgraag lezen over bloed en ingewanden en allerlei vreselijke dingen, maar niet over seks. Terwijl dat toch iets is wat het menselijke ras veel doet. Het voelde voor mij dan ook ongemakkelijk om dat op te schrijven.’

 
 
 

Roelant: ‘Uw hoofdpersoon, Ada, verlangt enorm naar seks.’

Tess: ‘Maar ze heeft ook een psychologische drang om gestraft te worden. Dus de schaamte en haar schuldgevoelens zijn hier erg belangrijk. Ik voelde me alsof ik me op een slap koord bevond. Hoe ver kan ik gaan? Wanneer ga ik over de top? Maar ondertussen was het ook heel erg leuk om te doen. Iedereen vroeg me: wat voor een research heb jij voor dít boek gedaan? [gelach alom] Verder is het verhaal een soort Gothic novel, vergelijkbaar met een Jane Eyre of Rebecca. Vrouw, huis en man. Dat heb ik als basis gebruikt. Met dit verschil dat de man een geest is en de vrouw niet onschuldig.’

Roelant: ‘U heeft gezegd dat écht succes zich vertaalt in betaald worden voor iets wat je dolgraag wilt doen. Dat komt heel erg Amerikaans op mij over.’

Tess: [na een aarzeling] ‘We willen allemaal graag doen wat we zouden willen, maar mensen zien dat pas als iets dat waarde heeft als iemand je ervoor betaalt.’

Roelant: ‘In Nederland, maar natuurlijk overal ter wereld, zijn er schrijvers die er nauwelijks iets mee verdienen, maar toch algemeen gerespecteerd worden door lezers en critici.’

Tess: ‘Natuurlijk komt er geluk bij kijken. Maar je moet niet vergeten dat wij in Amerika erg op onszelf aangewezen zijn. Er is geen sociaal vangnet zoals dat er is in Europa. Als er daar bij jou iets misgaat, verlies je je huis, alles. Je moet jezelf kunnen onderhouden, want niemand anders doet het voor je. Vandaar dat we hier geld als graadmeter van succes beschouwen. Het is een harde maatschappij. Dat zorgt ook voor veel stress in dit land. Mensen durven vaak niet te kiezen voor een carrière in de kunsten. Kijk naar al die serveersters in Los Angeles; allemaal wannabe actrices of scriptschrijvers.’

Roelant: ‘Ik moet meteen aan die film en musical denken, Sunset Boulevard.’

Tess: ‘Zeker! Een aantal van mijn vrienden is scriptschrijver. En het is een complete jungle. Heel veel hebben last van een burn-out en zitten in therapie. Ze ondervinden zo’n enorme machteloosheid. Misschien zijn ze wel de beste in hun vak, maar ze hebben altijd te maken met iemand boven hen. Deze bepaalt of ze een kans krijgen of niet.’

Roelant: ‘U heeft gezegd dat elke levensfase een uitdaging is.’

Tess: ‘Jazeker. Maar ik ben blij dat ik geen jong iemand meer ben. Het is moeilijk voor de jeugd in deze tijd. Kijk naar de werkgelegenheid, het milieu. Onze generatie heeft het niet goed gedaan wat betreft deze zaken. En nu zitten onze kinderen en kleinkinderen met de gebakken peren. We hebben zelfs een meisje van 16 nodig om ons wakker te schudden, Greta Thunberg. Over dit soort zaken kan ik me erg opwinden. Ik heb ook antropologie gestudeerd en ben zeer geïnteresseerd in oude culturen. Momenteel ben ik, naast mijn schrijfwerk, samen met mijn zoon een film aan het maken. Pig heet deze. We vragen ons hierin af waarom sommige culturen geen varkensvlees eten, zoals de Joden en de Moslims. In China is het zo’n beetje de belangrijkste voedselbron. Hoe komt het dat bepaalde volkeren op een gegeven moment gingen zeggen dat ze vlees van dit of dat beest niet meer gingen eten? Al die geleerden en religieuze leiders die we vragen hierover stelden, hebben allemaal een andere verklaring. Dat is fascinerend. Met gezondheid heeft het niets te maken. Een andere logische reden lijkt ook niet op te gaan. De aanname die uiteindelijk het meeste hout lijkt te snijden, is dat bepaalde volkeren dit zijn gaan doen om zich te onderscheiden van anderen. Dit is wie ik ben, wie wij zijn, en daardoor zijn we anders dan andere mensen. Dit is een deel van onze identiteit. We hebben ook uitgebreid met mensen gepraat die varkens als huisdier houden. Mijn zoon en ik zijn de film nu aan het afronden. De laatste montage dingetjes, muziek erbij, een tekenaar inschakelen. We stoppen er stukjes animatie tussen.’

 

Roelant: ‘U schrijft heel liefdevol over koken in uw boek. Houdt u van koken?’

Tess: ‘Oh ja, ik ben dol op koken. Het is gewoon therapeutisch om groente te snijden of in een risotto pan te roeren. Daarnaast was mijn vader kok. Eten is erg belangrijk voor me, daarom liet ik mijn hoofdpersoon schrijver van kookboeken als beroep hebben.’

Roelant: ‘Ze is tevens dol op wijn, u ook?’

Tess: ‘Ik hou zeker van wijn, maar niet in de mate waarop mijn hoofdpersoon drinkt, hahaha. Maar zij is een vrouw, alleen in dat grote huis, en neemt een glas. Daarna nog een. Op een gegeven moment tel je de glazen niet meer, dan zie je alleen de lege flessen staan.’

Roelant: ‘U speelt viool en piano.’

Tess: ‘Ja, ik heb Chinese ouders. Een instrument bespelen hoort gewoon bij de opvoeding in hun beleving. Er is een groot verschil in opvoeden van kinderen van Amerikaanse ouders of van Chinees-Amerikaanse ouders. Chinese ouders zijn bijzonder veeleisend. Je moet altijd thuiskomen van school met de beste cijfers. Je moet muzieklessen nemen en thuis oefenen. Ze verwachten veel van hun kinderen. Het gevolg van zo’n opvoeding is wel dat die kinderen een goede opleiding krijgen en echt iets bereiken in hun carrière. Heel veel gaan er in de wetenschap.’

Roelant: ‘Vanwaar de grote prestatiedrang van die ouders?’

Tess: ‘Gedurende decennia heerst het gedachtegoed bij Chinese ouders dat wanneer je hard studeert, je vooruit kunt in het leven. Dat zag je in de kleine dorpjes op het platteland van China al. Wanneer je als kind slaagde voor het nationale examen, was je verzekerd van een goede vervolgopleiding en een goede baan, ongeacht waar je vandaan kwam. Waar bij Chinese ouders de nadruk ligt op da het nóg ietsje beter kan (you’re not good enough), is de teneur van Amerikaanse ouders er eerder een van: you’re so great, you’re wonderfull. Dat geeft deze kinderen een vals soort zelfvertrouwen. Terwijl die andere kinderen een veel lager zelfvertrouwen hebben waardoor ze nog harder zullen gaan werken. Maar ik praat over eerste generatie Chinees-Amerikaanse ouders. Na enkele generaties is dat verschil weg. Ik was zelf al veel relaxter met mijn kinderen dan mijn ouders met mij.’

 
 
 
 

Roelant: ‘Een laatste vraag betreft de geest. Die is zeer realistisch neergezet. Gelooft u in geesten?’

Tess: ‘Ik zelf niet, maar mijn moeder deed dat wel, zoals zoveel Chinezen. Die hield ook allerlei seances bij ons thuis waar ze met een groepje vriendinnen met overledenen gingen praten. In mijn boek hou ik het in het midden of de geest echt bestaat. Dat mag ieder voor zich uitmaken.’

Dank u wel voor dit bijzonder interessante gesprek.

Roelant
Perfecte Buren

 

Eerder verschenen op Perfecte Buren.


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.