Roelant meets... Zora del Buono

Donderdag, 7 april, 2022

Geschreven door: Zora del Buono
Artikel door: Roelant De By

 

In Duitsland was het boek, De Maarschalk, een regelrechte sensatie. Anderhalf jaar later is er nu de Nederlandse vertaling in een prachtige uitgave van uitgeverij Meulenhoff. In het boek wordt de periode 1919 tot 1948 van Zuid-Europa beschreven aan de hand van een familie saga. En wel de familie van Zora del Buono. De gelijknamige auteur is haar kleindochter. Ik ontmoet haar in het Ambassade hotel te Amsterdam. De voertaal is Duits met wat Engelse en Nederlandse woorden ertussen.

Roelant: ‘Wat een prachtig boek is dit. En als ik het goed begrijp, is alles waar gebeurd?’

Zora: ‘Bijna alles is waar gebeurd, zo veel mogelijk zeg maar. Er zijn een paar dingetjes die ik veranderd heb, zoals bij de moord. Sommige personen uit die tijd heb ik bewust weggelaten. Maar verder klopt alles, zelfs de passages met maarschalk Tito. Toen ik nog een kind was, voelde ik al dat ik het verhaal over hem moest vertellen. Bij de research is later de moordzaak erbij gekomen, die ik in dit verhaal perfect kon verwerken. Mijn grootvader zei altijd dat hij het leven van Tito gered had, maar dat klopt natuurlijk niet letterlijk. Als medicus en specialist van röntgenfoto’s had hij Tito onderzocht en behoed voor operaties die Russische artsen wilden doen. Die Russen zouden hem omgebracht hebben. Dus het is meer dat hij Tito behoed heeft voor een vroegtijdige dood. Nu in deze tijd zie je dat gedrag van de Russen opnieuw.’

Pf
 width=
@Josia Brüggen

Roelant: ‘Dat is heel actueel. U laat Tito in uw boek zeggen dat je uit moet kijken met de Russen.’

Zora: ‘Hij had een vooruitziende blik. Heden ten dage vergiftigen ze nog steeds hun vijanden. In Syrië hebben ze zenuwgas ingezet voor de tegenstanders van Assad. In Berlijn houden we ons hart vast voor de oorlog in Oekraïne. Dat is zó dichtbij…’

Roelant: ‘Omdat er veel kleindochters van Zora del Buono bestaan die allemaal Zora heetten, is het de lezer niet meteen duidelijk welke van de kleindochters uzelf bent. Tegen het einde wordt dat pas helder. Het eind vind ik echt ontroerend, u alleen met uw moeder. U heeft geen verdere zusjes of broertjes meer gehad?’

Zora: ‘Nee, als mijn vader wat langer geleefd zou hebben ongetwijfeld wel. Hij stierf toen ik één jaar oud was. Mijn moeder moest zich gedurende lange tijd herstellen van de shock van zijn dood. Maar dat maakte haar tegelijk ook zó zelfstandig dat ze zich niet meer wilde binden. Zoals het ging, bleven mijn moeder en ik alleen achter.’

Roelant: ‘Locaties zijn belangrijk in uw boek.’

Zora: ‘Ik ben dol op een microkosmos. Dat huis in Bari, waar een groot gedeelte van mijn boek zich afspeelt, of dat Homo eiland vind ik fascinerend. Ook ziekenhuizen en dergelijke, zoiets besloten, daar hou ik van. Wat gebeurt er allemaal in die afgesloten ruimtes? En om dan met een vergrootglas naar die kleine wereld te kijken.’

 width=
@Josia Brüggen

Roelant: ‘Ook het communisme speelt een belangrijke rol in uw boek. Wat ik me afvraag is waarom uw grootmoeder communist was? Ze was getrouwd met een beroemd medicus, had een groot huis, noem maar op. U beschrijft dat ze op een gegeven moment zelfs wapens gesmokkeld heeft voor de Partizanen. Wat was haar drijfveer?’

Zora: [ze neemt even een pauze om haar gedachten te formuleren] ‘Ze had een diep gevoel voor rechtvaardigheid. En in die tijd waren er veel mensen met communistische sympathieën. Er was zo’n enorme ongelijkheid, zo kon het niet langer dachten velen. Ze kwam uit een arm gezin. Samen met haar man was ze welgesteld, maar niet superrijk. En ze hadden net de Eerste Wereldoorlog achter de rug. Ze hoopten op een betere wereld. En het communisme leek een oplossing voor een betere wereld.’

Roelant: ‘U schrijft in uw boek dat haar man het geweldig vond om met haar over politiek te praten. Dat was met vrouwen nauwelijks mogelijk destijds.’

Zora: ‘Dat was heel belangrijk. Ze was liever een man geweest, omdat alleen mannen serieus werden genomen. Buiten Pepca, mijn lievelingstante, had ze geen vriendinnen. Ze wilde heel graag serieus genomen worden. Door politiek actief te zijn, werd ze dat ook. Jammer dat ze niet, net als haar man en hun drie zonen, medicijnen had gestudeerd. Ze had daar zeker de capaciteiten voor. Maar in die tijd heerste de opvatting: Una signora, non labora. Een dame werkt niet.’

Roelant: ‘U schrijft zelfs dat vrouwen die niet vóór de communisten zijn, dom zijn. Want niemand anders komt op voor de zaak van de vrouw.’

Zora: ‘Ja, helaas was dat zo. Als je naar de voormalige DDR kijkt dan zie je dat vrouwen daar alle kansen kregen om te studeren, om zich te ontwikkelen en om te werken. Helaas bleven de huishoudelijke taken ook nog steeds op hun schouders hangen. Dat veranderde niet.’ [we lachen beide]

 width=
@Josia Brüggen

Roelant: ‘Verderop in het boek laat u een van de zonen bij zichzelf denken dat, ik citeer: Hij zijn moeder zal moeten vertellen dat haar voorstelling van een blije, egalitaire communistische maatschappij tot het rijk van de sprookjes behoort.’

Zora: [meewarig] ‘Dat is zo treurig. Als je je leven lang gevochten hebt, zoveel voor de partij gedaan hebt, en dan tenslotte dat inzicht krijgt. Dat is frustrerend. En dan wordt ze zelfs uit de partij gezet. Ik heb thuis de brief waarin haar dat wordt medegedeeld. Vanaf 1948-49 wilde de partij geen intellectuelen en rijken meer in hun midden, alleen nog het proletariaat. Je had destijds in Italië wel tien verschillende communistische partijen, die het onderling niet eens waren. Mijn oma hoorde bij de Titoïsten, terwijl anderen Stalinisten waren. Tito zocht wat meer toenadering naar het Westen, wat de Stalinisten juist afkeurden. Ik denk dat ze daardoor uiteindelijk uit de partij is gezet.’

Roelant: ‘Tito heeft Joegoslavië bij elkaar gehouden. Na zijn dood viel dat uiteen.’

Zora: ‘Ja, maar met heel veel onderdrukking en repressie. Hij had ook van die heropvoedingskampen voor andersdenkenden. Maar we weten toch hoe dat werkt? De Russen hebben ook dat soort kampen in Siberië. Een soort concentratiekampen zijn dat, verschrikkelijk. En nu die oorlog in Oekraïne… We leven in een angstige tijd. Ik ben opgehouden om ‘s avonds de krant te lezen, omdat ik er anders niet van kan slapen.’

Roelant: ‘Gelukkig kunnen we even ontsnappen aan de dagelijkse realiteit met het lezen van een mooi boek, zoals het uwe. Een erg leuke passage in het boek is wanneer Zora denkt dat haar man vreemd gaat met een barones. Ik moet iets doen tegen die vrouw, had Zora gedacht, en ze werd zwanger. De macht van de moeder tegen de macht van de maîtresse.’

Zora: [lachend] ‘In elke lezing die ik geef in Duitsland lees ik dat fragment voor. Telkens met groot succes. Maar ik denk dat het waar is. [op fluistertoon] Dat doen veel vrouwen, zelfs vandaag de dag nog, dat ze kinderen krijgen om hun man aan zich te binden.

 width=
@Josia Brüggen

Roelant: ‘U bent zelf nooit getrouwd?’

Zora: ‘Nee, nooit geweest. Dat wilde ik niet. Ik ken mijn moeder als vrije, onafhankelijke vrouw en dat was mijn realiteit, mijn voorbeeld. Een vader-moeder-kind gezin was mij vreemd. Ik woon met een grote groep mensen bij elkaar in een grote woning. Dat is heel gezellig. Ik heb architectuur gestudeerd en heb in Berlijn na de val van de muur carrière gemaakt. Tijdens een stage van mijn studie heb ik in de jaren ’80 een half jaar in Amsterdam gewoond. Vandaar dat ik nog wat woordjes Nederlands ken. Heel erg leuk om hier weer even terug te zijn. Als architect zit je altijd tussen de bouwer en de opdrachtgever in. Alles moet snel en goedkoop. En degenen die uiteindelijk moeten inleveren, zijn de bouwvakkers. Als kleindochter van een communiste vind ik dat geen goede zaak.’

Roelant: ‘Maar in de wereld van de architectuur gaat alles op aanbesteding, toch? Opdrachtgevers vragen verschillende offertes op.’

Zora: ‘En dan nemen ze de goedkoopste. Dat is toch niet de beste manier? Hoe vaak gebeurt het niet dat zo’n aannemer het voor de afgesproken prijs niet voor elkaar krijgt? Ofwel moet de prijs aangepast worden, ofwel ze gaan failliet. Kijk naar de aanbesteding van het vliegveld bij Berlijn. Je wist van tevoren dat ze het voor dát geld nooit voor elkaar zouden krijgen. Dan komen er naheffingen. Vervolgens klopt het tijdplan niet meer. En dat heeft tot gevolg dat de volgorde van levering, van beton en noem maar op, in de knoop komt. En dan zit je echt in de problemen, moet je op alles zitten wachten en gaat het zoveel méér kosten. Dat komt ervan als ze alleen maar kijken naar wat het goedkoopste is. Kies toch voor een realistisch plan zou ik zeggen. Op een gegeven moment had ik er geen zin meer in en heb wat afstand van die wereld genomen. Ik ben me gaan toeleggen op het tijdschrift Mare [de zee], wat ik mede heb opgericht. En ik ben boeken gaan schrijven. De Maarschalk is mijn zevende boek.’

Roelant: ‘Een opmerkelijke zin in uw boek is deze: Vrouwen logen meer dan mannen, omdat hun de macht werd ontzegd en ze moesten compenseren. Dat deden ze door te liegen.’

Zora: ‘Weet je, veel van die gedachten zijn mijn eigen gedachten. [hard lachend] Ik moet verzinnen wat mijn oma gedacht zou kunnen hebben. En ons beider naam is Zora. Zodoende heb ik aardig wat van mijn eigen gedachten op haar geprojecteerd.’

 width=
@Josia Brüggen

Roelant: ‘Voelt u zich een communist?’

Zora: ‘Niet meer. Het grondbeginsel dat iedereen meer gelijkheid heeft, is leuk. Maar wat natuurlijk niet goed is, is dat totalitaire. Een beetje socialisme is prima, zorg dragen voor anderen, voor mensen die minder hebben of kunnen. Kijk maar naar Amerika waar geen sociaal vangnet is. Als je daar buiten de boot valt, ben je verloren. Bij ons in Duitsland, of zeg maar West-Europa, is dat niet zo. Dan krijg je hulp. Natuurlijk zou dat allemaal beter kunnen, maar er wordt wél naar je omgekeken. Dat vind ik goed. Dat gevoel voor rechtvaardigheid zal ik wel van mijn grootmoeder meegekregen hebben.’

Dank je wel, Zora, voor dit bijzonder interessante interview.

Roelant
Perfecte Buren

Eerder verschenen op Perfecte Buren.