Satin Island

Woensdag, 20 januari, 2010

Geschreven door: Tom McCarthy
Artikel door: Marnix Verplancke

“Originaliteit is een mythe, we herhalen alleen het verleden”

Tom McCarthy, wiens twee laatste romans op de shortlist van de Booker Prize belandden, heeft alles aan ons kleine landje te danken. Boven de ontelbaar vele stemmen die hij in zijn romans ‘sampelt’ steekt er immers eentje met kop en schouder uit: die van Kuifje.

“In feite heb ik alles aan Hergé te danken”, zegt het Britse wonderkind Tom McCarthy, “Kuifje leerde me hoe ik verhalen kon vertellen en lezers op het verkeerde been zetten. En dan waren er ook de steeds terugkerende obsessies van Hergé: met kopies en vervalsingen, van schilderijen, maar ook van Jansen en Janssen; en met de geheime boodschappen die Kuifje over de radio hoort of uitzendt. Die deel ik met hem. Zijn werk is één grote puzzel en ik hou ervan erin rond te wroeten.” Dat deed McCarthy in Tintin and the Secret of Literature, waarin hij naging hoe Hergé zijn persoonlijk leven versleutelde in zijn Kuifje-verhalen.

Het is echter niet omwille van dat theoretische boek dat McCarthy de literatuurgeschiedenis in zal gaan maar wel omdat hij een reeks imposante, soms schimmige, maar ook onoverkomelijke romans heeft geschreven die graven naar de essentie van onze hedendaagse wereld en levenscondities. En ook die zijn schatplichtig aan Hergé. Men is Space bijvoorbeeld, de eerste roman die hij ooit schreef, maar de tweede die uitgegeven werd, draait rond een schilderij waarvan meerdere kopieën gemaakt worden, waardoor het echte nog moeilijk te vinden is en er serieuze vragen gesteld kunnen worden over wat authenticiteit voor ons betekent. Het is een rechtstreekse verwijzing naar Hergé’s Het gebroken oor.

In feite zou men zelfs kunnen zeggen dat McCarthy Hergé in Men in Space herhaalt, iets wat hij in zijn debuut Remainder deed met J.G. Ballards roman Crash. Remainder gaat immers over een man die door een ongeluk zijn geheugen kwijt is en een smak geld krijgt als schadeloosstelling. Het geld gebruikt hij om de weinige scènes die hij zich uit zijn verleden herinnert na te spelen, tot het verkeerd afloopt. “In feite bestaat originaliteit niet. Er is alleen herhaling,” zegt McCarthy hierover. “Ballard haalde zijn idee bij Beckett, die schatplichtig was aan Joyce, die weer aan Yeats, aan Vico en zo helemaal terug naar Cervantes’ Don Quichote waarin de hoofdpersoon ridderromans heropvoert. Alleen doet hij het helemaal verkeerd natuurlijk. Dat de in onze burgerlijke maatschappij zo op handen gedragen authenticiteit niet bestaat en dat we alleen maar het verleden herhalen vind ik een aantrekkelijk idee. Het concept authenticiteit is de conservatieve hoeksteen van het burgerlijke wereldbeeld, waarin het unieke individu zich tegenover de wereld plaatst. Volgens mij ziet de realiteit er anders uit en zijn we eerder een gefragmenteerde en gemediatiseerde reeks van herhalingen, wat aanleiding geeft tot een getraumatiseerde relatie met de wereld. Het trauma is dus de basis van ons menszijn.”

Boekenkrant

En welk trauma zit er achter uw herhaling?

McCarthy: (lacht) “Ik weet het niet. Ik hou gewoon van herhaling. Net als alle jongens deed ik iedere maandagochtend op de speelplaats de mooiste goal van het voorbije voetbalweekend nog eens over. Met mijn broertje speelde ik de spannendste scènes uit Star Wars na. Bekende scènes herhalen veroorzaakt gewoon een immens plezier. Dat is toch ook waar poëzie om draait: herhaling van geluid en ritme. Het hoeft dus niet te verbazen dat ik me als schrijver daardoor aangetrokken voel.

Is het ook geen manier om betekenis te geven aan de wereld?

McCarthy: “Wat mij interesseert is het trauma dat erachter steekt. Freud merkte dat zijn getraumatiseerde patiënten overgingen tot repetitief gedrag zonder te begrijpen waarom. Ze zaten erin vast. Op het einde van zijn carrière begon hij in te zien dat het trauma geen uitzondering is, maar eerder de regel. Hij heeft het dan over kwallen die hun traumatische relatie met de zon herhalen, waardoor fotosynthese als een traumatisch verschijnsel gezien kan worden. En hij zag het ook in schrijven. Mijn moeder vertelde me verhalen. Er was niet alleen de Odyssee of de Koopman van Venetië, maar er was ook Homerus of Shakespeare, en zij maakten deel uit van het verhaal, besefte ik toen al. Wanneer je een pen neemt en de Odyssee of de Koopman kopieert, word je Homerus of Shakespeare. Op mijn zevende zette ik dus Macbeth door Tom McCarthy op papier. En ook al wist ik dat het al eerder geschreven was, dat maakte niet uit. En ik had gelijk natuurlijk. Shakespeare deed dat ook. Ook hij vertelde bestaande verhalen na.”

Het vast zitten in een trauma is een constante in uw werk. Uw hoofdpersonages zijn altijd een soort autisten of geobsedeerden die vast zitten in de ruimte – zoals die kosmonaut in Men in Space – of in zichzelf.

McCarthy: “Kafka schreef dat we ons in een impasse rond de waarheid bevinden. Hij deed dat natuurlijk lang voor het tijdperk van de massaluchtvaart, maar het doet me denken aan mensen in een vliegtuig dat rondjes maakt boven het vliegveld en wacht op toestemming om te landen, wat trouwens het beeld is waarmee Remainder eindigt en Satin Island, mijn recentste roman, begint. Maar inderdaad, mijn personages zijn obsessionelen, maar het zijn geen freaks. Zij zijn geen uitzonderingen. Zij zijn als alle andere mensen. Het is zoals iemand in Remainder tegen het hoofdpersonage zegt: “Jij bent niet anders. Jij bent gewoon normaler dan alle anderen.” Hij is iemand die tien koffies na elkaar bestelt, zodat zijn klantenkaart vol is en hij de elfde gratis krijgt. Hij is de opgedreven versie van de consument die diep in ons allemaal verscholen zit. Wij kopen ook die koffies, maar in twee weken in plaats van in tien minuten. Hij is de ideale consument in onze kapitalistische consumptiemaatschappij.”

Deze kapitalistische consumptiemaatschappij staat centraal in Satin Island. Hoofdpersonage U – een doordenkertje – krijgt terwijl hij vast zit in de luchthaven van Turijn de boodschap dat zijn baas een contract heeft binnengehaald voor een groot project. Wat dit precies inhoudt kom je als lezer nooit te weten. U krijgt als bedrijfsantropoloog de opdracht een rapport te schrijven over de staat van de hedendaagse wereld. Hij moet alles in één enkel overzicht samenvatten, maar hij komt niet veel verder dan zijn persoonlijke obsessies: de dood van een parachutist wiens scherm niet openging, een ramp met een boorplatform waardoor miljoenen liters olie de oceaan in stromen, de kanker waarmee zijn collega worstelt en uiteindelijk ook zijn louter fysieke relatie met Madison. Het wereldwijde kapitalisme wordt inderdaad geleid door een onzichtbare hand, beseft U na een tijd. Het is zelfsturend, gezichtsloos en daardoor ook ongenaakbaar. McCarthy: “Op een bepaald moment slaat U om en wordt hij een anarchist, een wolf in schaapskleren die het systeem van binnenuit wil ondermijnen. In Star Wars heb je dat reusachtige ruimteschip: Death Star. Wanneer je je bom op dat ene punt in het midden tot ontploffing brengt, gaat het hele schip eraan. Dat punt wil U vinden, maar na een tijd realiseert hij zich dat het niet bestaat. De macht berust in een netwerk. Zelfs als je in de kamer geraakt in het midden van het labyrint, merk je dat de Minotaurus daar niet zit, want die Minotaurus is de totaliteit van het labyrint, en dat is grenzenloos.”

Madison beschrijft hoe ze in 2001 in Genua gearresteerd werd terwijl ze protesteerde tegen de G8. Ze werd naar een kamer gebracht waar ze allerhande poses diende aan te nemen. De betekenis ervan kwam ze nooit te weten. Ook hier ligt de ware betekenis in de volgende kamer?

McCarthy: “Dat is precies wat ik bedoel. Ik dacht aan David Lynch toen ik dat schreef. In zijn films gebeurt het vaak dat je tot in de controlekamer raakt en daar staat dan een intercom of een telefoon. Je realiseert je dat de persoon waarvan je dacht dat hij de misdadiger was, niet meer is dan iemand die ten dienste staat van het grotere netwerk. Ik dacht ook aan De 120 dagen van Sodom van De Sade. Dat is immers een heel hedendaagse tekst die iets zegt over georkestreerd geweld zoals we dat bijvoorbeeld gezien hebben in Abu Ghraib en Guantanamo. En hij gaat ook heel erg over de manier waarop verhalen verteld worden. In het boek huren vier mannen vier prostituees in en ontvoeren een heleboel tieners. Ze begeven zich allemaal samen naar een grote kamer. In iedere hoek neemt een man plaats. Een van de prostituees zit centraal, met rond haar de tieners, en zij vertelt verhalen. De spelregels zeggen dat elk van de mannen op ieder moment ‘stop,’ mag roepen, ‘dat is een goed stuk, dat doen we’. En dan wordt het gelezene nagespeeld, waarbij de tieners waardeloze figuranten zijn die zelfs gedood mogen worden. Dat is wat Madison meemaakt. Zij moet allerhande onbegrijpelijke poses aannemen, als was ze een figuur op een klassiek schilderij of zo. En ze ontdekt nooit wat erachter zit. Het enige wat gebeurt is dat haar opdrachtgever begint te huilen en in slaap valt. Ze heeft een jaren zestig idee van politiek. Ze wil protesteren en het systeem ondermijnen, en ze realiseert zich dat dit niet klopt met de hypermoderniteit van netwerken en gezichtsloos en centrumloos kapitalisme. Het maakt een cynicus van haar.’

Die zegt dat ieder protest en iedere opstand al ingecalculeerd is in het systeem.

McCarthy: “Dat heb ik van McKenzie Wark,de auteur van A Hacker Manifesto. Hij maakt het punt dat het niet de terroristen zijn die de kerncentrales laten ontploffen en niet de hackers die de financiële crises veroorzaken. Die rampen zijn ingecalculeerd in het systeem. Ik vind dat een beangstigende gedachte. De centrale vraag van Satin Island is wat subversie vandaag nog betekent. U heeft iets subversiefs. Hij is gevaarlijk. Zoals Dostojevski zegt op het einde van Aantekeningen uit het ondergrondse: ‘Hij is onder ons, hij zit in onze kantoren en hij is gevaarlijk. Wanneer het juiste commando komt, kan hij uitbarsten.’”

Hij moet alleen de juiste boodschap krijgen en deze weten te ontsleutelen? Nog zo’n constante in uw boeken: encryptie.

McCarthy: “Zeker in mijn derde roman, C, stond dat voorop. Die roman vloeide voort uit een project dat ik met de filosoof Simon Critchley (samen vormen zij sinds 1999 de International Necronautical Society nvdr.) in 2002 opzette voor het Institute of Contemporary Art in Londen. Ik was gefascineerd geraakt door Jean Cocteaus film Orfée, waarin korte lijnen poëzie herhaald worden over de radio. In de film worden ze uitgezonden door een dode dichter. Orpheus hoort ze op zijn radio, waardoor hij verleid wordt en binnengelokt in de onderwereld. Ik leerde dat Cocteau het idee voor die film haalde bij de Britse radiouitzendingen die voor het verzet in België, Frankrijk en Scandinavië waren bedoeld. Toen werden honderden zinnen uitgesproken op de radio. De grote meerderheid had geen enkele betekenis, maar af en toe zat er een zin tussen die een commando in beweging bracht, waarna er een treinlijn gesaboteerd werd of een brug opgeblazen. Het idee dat er ergens tussen alle betekenisloosheid een versleutelde boodschap zit, en dat een strofe poëzie tot een opgeblazen brug kan leiden, vind ik interessant.”

Is de hele wereld niet een grote versleuteling?

McCarthy: “Natuurlijk. En als je dit verder doordenkt kom je bij God uit. De Calvinisten dachten bijvoorbeeld dat de wereld Gods code was en dat het de taak was van de mens om die te decoderen. Hetzelfde zie je in het judaïsme met het idee dat wanneer we alle algoritmes zouden kunnen uitrekenen en alle namen van God zouden kennen we de ultieme verlichting zouden bereiken. Je zou kunnen zeggen dat U daar mee bezig is. Hij wil de ware betekenis van de wereld ontsleutelen via zijn computerscherm. Maar hij vindt die betekenis niet. Hij is als een Kafka-personage dat wacht en wacht tot het de code zal krijgen, maar dat gebeurt nooit.”

Want het wachten zelf is de betekenis?

McCarthy: “Dat weet je natuurlijk nooit. Misschien houdt U ons wel heel de tijd aan het lijntje. De grens tussen het genie en de bedrieger is hier heel dun. Nadat hij een paar weken nagedacht heeft over parachutes – niet omdat dit iets te maken heeft met zijn opdracht om de enige ware beschrijving van de huidige wereld te geven, maar gewoon omdat hij er persoonlijk iets mee heeft – vraagt zijn baas waarom de wand van zijn kantoortje vol foto’s van parachutes hangt. Dus verzint hij gewoon iets wat zo overtuigend is dat het nadien gebruikt wordt in de echte wereld. De vraag wat betekenisvol is en wat gebakken lucht blijft dus altijd open, zowel in het boek als in onze cultuur. Ik vind het idee van het open boek heel aantrekkelijk: het boek dat niet afsluit, maar een aantal mogelijkheden opwerpt en de weg wijst naar andere boeken. Dat is toch wat kunst verondersteld wordt te doen? Vragen opwerpen die alleen beantwoord kunnen worden met andere vragen. Als een boek antwoorden zou geven op de vragen die het opwerpt, waarom zou je het dan lezen?”

Omdat mensen soms antwoorden willen?

McCarthy: “Alle kunst is politiek, omdat het in de kunst is dat het publieke en het private en het goddelijke en het menselijke elkaar ontmoeten. Een kunstwerk moet echter geen antwoorden geven, want definitieve antwoorden bestaan niet. Dat weet zelfs de politicus. Ook die geeft geen antwoorden, maar reorganiseert de vragen. Toen Satin Island bijna af was, ontplofte opeens de Edward Snowden-zaak. Dit is precies waar mijn boek over gaat, realiseerde ik me meteen. Het idee dat niets neutraal is, dat wat we zien gemanipuleerd is en dat het belangrijk is wie beslist wat wij te zien krijgen, is een centrale vraag in het boek – en in onze maatschappij. Wat ik interessant vind aan de Snowden-affaire is dat ze van het politieke een literaire kwestie heeft gemaakt. Wie krijgt wat te lezen, is opeens de centrale vraag. Ze gaat over lezen en schrijven en het feit dat wanneer we over straat lopen met onze gsm in onze zak, we een spoor nalaten, een verhaal bij wijze van spreken, dat ergens opgeslagen wordt op een server die in de woestijn van Nevada staat of zo. De NSA heeft een kopie, maar die zal nooit bekeken worden omdat er gewoon te veel informatie is. Het boek van de wereld is te dik om ooit te lezen. Dat literatuur politiek is, klop dus in feite niet. Het is eerder zo dat het politieke literair is geworden.”

Maar gelukkig is er de humor, ook in uw boeken die filosofisch en tegelijkertijd ook heel grappig zijn.

McCarthy: “Op een bepaalde manier is komedie veel grimmiger dan tragedie. In een tragedie sterft de held tenminste en geeft hij zo een transcendente betekenis aan het leven. Dat heb je niet in een komedie. In Becketts Wachten op Godot willen de twee landlopers zich ten einde raad met hun riem ophangen, dan zullen ze tenminste nog eens een orgasme bereiken, denken ze. Tot ze beseffen dat hun broek zal afzakken wanneer ze er de riem uit halen en ze daardoor lelijk te kijk zullen staan. Hoe wanhopig kan het worden, denk je dan, en tezelfdertijd is dit ook heel grappig.”

Verschenen in De Morgen


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.