Soms zou ik de wind willen zijn

Vrijdag, 4 maart, 2022

Geschreven door: Franco Faggiani
Artikel door: Jan Koster

Goede intenties maar uitwerking valt niet mee

[Recensie] In zijn nieuwste roman Soms zou ik de wind willen zijn blijft Franco Faggiani dicht bij huis. In 2016 was er in Midden-Italië een zware aardbeving met enkele honderden slachtoffers en veel materiële schade. Faggiani kent het gebied goed. In Amatrice, een van de zwaarst getroffen plaatsen, woonden bekenden van hem. Deze gebeurtenis en deze plaats vormt het decor van deze roman.

De centrale persoon in Soms zou ik de wind willen zijn is Francesca Capodiferro. Haar achternaam zou je kunnen vertalen als ‘ijzeren kop’ of ‘ijzeren baas’ en dat karakteriseert haar ook. Zij leidt een brandweerteam en heeft geologie gestudeerd. Aan het begin krijgt ze een bijzondere opdracht die in haar straatje past, en wel het registreren van de gevolgen van kleine aardschokken in het berglandschap rond Amatrice.

Dan volgt de grote klap, een aardbeving met de kracht van 6,2 op de schaal van Richter. Zij daalt af naar het dorp en neemt gelijk het heft in handen. In afwachting van hulptroepen stelt zij een team samen van inwoners en bezoekers met als enig doel zo veel mogelijk overlevenden te vinden en waar nodig te verzorgen.

Al snel wordt duidelijk hoe enorm de ravage is, het aantal slachtoffers is relatief groot. Als de hulpverlening eenmaal op stoom is wordt Francesca naar haar basis teruggeroepen. Niet gek, want na een week doorstampen is zij uitgeput, hoewel zij daar zelf anders over denkt. Francesca neemt een kleine vakantie maar besteedt die aan een zoektocht naar overlevenden en vermisten in de omliggende dorpen.

Wordt Vervolgd

Het decor geeft alle ruimte aan Faggiani om datgene te doen waar hij goed in is: natuurbeschrijvingen. Die zijn beter te verteren dan de dialogen, die niet erg sprankelen.

“’Alleen koffie, gewoon espresso?’
‘Ja, een normale espresso graag’
‘En verder niets?’
‘Verder niets.’”

Zucht. Verder heeft hij bij vlagen wel erg veel bijvoeglijke naamwoorden nodig om zijn verhaal te doen. Een selectie uit een willekeurige pagina: ‘formeel lachje’, ‘verontwaardigd gezicht’, ‘charmante glimlach’, ‘knokige hand’, ‘demonstratief serveerde’, ‘steelse blik’, ‘goedkeurend knikje’. En zo gaat het maar door. Afgezien van de natuurbeschrijvingen is Faggiani bepaald geen stilistisch wonderkind.

Soms zou ik de wind willen zijn telt 238 pagina’s, niet veel, maar genoeg om een allegaartje aan thematiek de revue te laten passeren. Voorspelbaar is de strijd die Francesca moet leveren om zich als vrouw staande te houden in een machocultuur die de brandweergemeenschap is. Dat lukt haar goed, overtuigend zelfs.
De goede inborst van Francesca komt ook tot uiting in de liefde die zij voelt voor haar viervoetige makkers. Haar heldhaftige gedrag, haar koppigheid en doorzettingsvermogen is bewonderenswaardig. Je zou dit boek kunnen lezen als een terechte ode aan brandweerlieden en andere hulpverleners.

Als het daarbij zou zijn gebleven dan zou Soms zou ik de wind willen zijn een acceptabel boek zijn. Helaas kiest Faggiani ervoor om het te laten eindigen als een zoetsappige liefdesroman. Het is niet alleen Francesca die de ware vindt, voorspelbaar in zijn onvoorspelbaarheid, hetzelfde overkomt ook haar moeder die ineens opduikt in het verhaal. Dat zij erin slaagt om het onrecht dat haar partner in het verleden is aangedaan ook nog even recht te zetten is te veel van het goede. Het zal ongetwijfeld harten sneller doen kloppen, maar van de in de eerste helft opgebouwde goodwill blijft daardoor helaas niet veel meer over.

Eerder verschenen op JKleest