Turis

Woensdag, 17 februari, 2016

Geschreven door: Ozcan Akyol
Artikel door: Marnix Verplancke

‘Onze generatie moet tonen wat ze kan’

De uit Turkse ouders geboren Nederlandse schrijver Özcan Akyol rekent in zijn tweede roman af met zijn immer drinkende en gewelddadige vader. Of dat was toch de bedoeling, want al schrijvende ontdekte hij uiteindelijk meer over zijn moeder en over zichzelf dan over zijn vader. Een gesprek over de verlammende werking van de angst, je familie en de Amsterdamse literaire grachtengordel.

Eind 2012 donderde Özcan Akyol de Nederlandse literaire wereld binnen met Eus, een autobiografisch geïnspireerde roman waarin hij vertelde hoe moeilijk het was om je als migrantenjongen in het Deventer van de jaren 1990 en 2000 te ontworstelen aan je afkomst. Verteller Eus ging deel uitmaken van een misdaadbende, belandde in de gevangenis en leerde daar schrijven. In geen tijd gingen er tienduizenden exemplaren over de toonbank en werden de filmrechten verkocht. Akyol werd een literaire beroemdheid die niet bang was om een koe een koe te noemen, en daardoor ook een gewilde praatshowgast.

Zijn nieuwste roman heet Turis. Turis is de vader van Eus, en dus ook de vader van Akyol, een eikel eerste klas die vijf dagen per week dronken is en zijn gezin terroriseert. Parallel daarmee vertelt Akyol het verhaal van de relatie tussen Eus en Tess. Zij is smoor op hem, maar hij is haar meermaals ontrouw en houdt in feite geen rekening met haar. In hoeverre is Eus de zoon van zijn vader, ga je je na verloop van tijd afvragen, en zal die whisky zwelgende jongeman niet net zo eindigen als Turis?

De vonk voor Turis is een waar gebeurde anekdote. “Op een dag kwam ik de woonkamer in en trof ik mijn moeder die naar een Turkse tv-paragnoste belde met de vraag of het waar was dat mijn vader nog een vrouw had, bij wie hij ook kinderen had verwekt,” vertelt Akyol. “Ik vond dat een merkwaardig tafereel. Ik vroeg me meteen af hoe mijn vader zo geworden kon zijn. Wat was er gebeurd in zijn leven dat hij zo’n gewetenloze barbaar was geworden die maling had aan alles en iedereen en alleen maar aan zichzelf dacht. Ik ben met mensen gaan praten die hem al lang kenden en kwam erachter dat hij in feite een banaal en ongelaagd man was. Af en toe kom je een kind tegen waarvan je denkt dat het gewoon een klier is. Zo was mijn vader ook. Hij was slecht nieuws voor iedereen die met hem te maken kreeg. Hij gooide stenen naar de kippen waarvan de familie moest leven, stookte vuurtjes en kneep in de borsten van de meisjes. Hoe meer ik hoorde hoe groter het mysterie werd: waarom had mijn moeder zich ingelaten met iemand die zo aantoonbaar slecht was en niet in staat bleek om liefde te geven?”

Boekenkrant

Omdat je als Turkse vrouw van die generatie geen andere keuze had?

Akyol: “Mijn ouders komen uit een heel andere periode en uit een ander milieu. Het zijn analfabete boeren en herders, niet eens zo religieus, maar wel heel conservatief. Weggaan bij je man kreeg je niet verkocht aan je bekrompen sociale omgeving of aan de familie in het thuisland. Je bleef bij je man, wat er ook gebeurde. Vandaar dat mijn vader zich alles kon permitteren. En zo ben ik ook verwekt, niet uit liefde of berekening. Er werd niet naar me verlangd. Zo deed je dat gewoon: je trouwde en kreeg kinderen. Ik kan daar geen begrip voor opbrengen en slaag er niet meer in mij daarmee te verzoenen. Ik denk dat wij een overdreven grote waarde hechten aan familie terwijl de onderlinge verschillen gewoon onoverbrugbaar zijn. Uiteindelijk levert zo’n familieband louter ellende op en heb je het recht je af te vragen waarom je elkaar nog ziet.”

En zie je je ouders nog?

Akyol: “Mijn vader heb ik al tien jaar niet mee gezien. Mijn moeder zie ik een keer per maand, eerder uit compassie. Als iemand zou beslissen dat ik haar nooit meer hoef te zien, vind ik dat ook prima. Onze emotionele vervreemding is immens. Mijn ouders begrijpen niet wat ik doe, mijn boeken, columns of tv-optredens. Ze kunnen niet lezen en ze kijken alleen Turkse tv.”

Ben je bang om als je vader te worden? De manier waarop de verteller met Tess omgaat in het boek verraadt eenzelfde zelfzuchtigheid.

Akyol: “Ik ben daar inderdaad wel bang voor, maar er is een belangrijk verschil. Mijn vader heeft totaal geen zelfinzicht. Hij is overtuigd van wat hij doet en verongelijkt wanneer anderen hem daarop aanspreken. Ik ben me daarentegen maar al te goed bewust van wat ik doe. Ik kan me beheersen en mijn gedrag veranderen. Hij is nu 75 en ik ben 31. Hoe ik in de toekomst zal evolueren weet ik natuurlijk niet. Ik ben genetisch bezwaard zou je kunnen zeggen, maar ik hoop dat ik mezelf meester blijf.”

Op een bepaald moment wordt je moeder aan de balie van een ziekenhuis berispt omdat ze geen Nederlands spreekt. Is de Nederlandse maatschappij wat dat betreft intoleranter geworden?

Akyol: “Ongetwijfeld. De tijden zijn veranderd. Toen de eerste gastarbeiders hier aankwamen werden zij op hun wenken bediend. Er werden koffiehuizen, moskeeën, voetbalverenigingen en allerlei andere stichtingen gesubsidieerd. De Nederlandse overheid speelde dus een kwalijke rol in het isoleren van mensen. Er werd die migranten ingelepeld dat ze hun eigen identiteit hadden waar ze zich heel erg aan dienden vast te houden. We mogen ook niet vergeten dat die eerste migranten geen dokters, ingenieurs of advocaten waren, maar mensen uit de onderklasse. Zij arriveerden hier uit een praktisch ongeletterde omgeving en aanzagen alles hier in Nederland als een bedreiging. Daardoor klampten ze zich angstvallig vast aan hun verleden in het bergdorp, en aan hun religie, omdat ze niets anders hadden. In tussentijd maakten de Turkse en Marokkaanse maatschappij een razendsnelle evolutie door. Zij moderniseerden en kregen een meer liberale kijk op de wereld die aan die migranten volstrekt voorbijging.”

Vandaar het motto van je boek: “Angst, ik ben niet bang voor jou”?

Akyol: “Angst was een constante in mijn leven: angst om lief te hebben, om verdriet te hebben, om dingen te ondernemen of nieuwe zaken te ontdekken. Die is me van in mijn jeugd ingepeperd door mijn ouders, en dan vooral door mijn moeder. Ik wou afrekenen met die manier van denken.”

Je legt de schuld voor veel maatschappelijke problemen met allochtonen dus bij de overheid?

Akyol: “Niet helemaal, maar wel voor een groot deel. Wij werden hier achterlijk gehouden. In de lagere school kreeg ik Turkse taallessen, zodat ik niet zou vervreemden van mijn cultuur. En dat terwijl we niet eens goed Nederlands praatten. Dat is heel raar, zeker wanneer je naar veel migranten van de eerste generatie kijkt die amper Nederlands spreken en dus uitgesloten zijn uit de Nederlandse maatschappij. Ik geef echter niet alleen de overheid de schuld. Ook de migranten die na verloop van tijd doorhadden dat ze niet terug zouden gaan naar hun geboorteland hebben boter op het hoofd. Zij hadden zelf initiatief moeten nemen om Nederlands te leren. Bij de recentste Turkse verkiezingen mochten de Nederlandse Turken meestemmen. 70% koos voor de partij van Erdogan, wat dus betekent dat die mensen voor de dictatuur en tegen de persvrijheid zijn. Dat zegt veel over hun isolement.”

Voel je jezelf een Nederlands of een Turks schrijver?

Akyol: “Een Nederlands natuurlijk. Ik ben in Nederland geboren en ik schijf in het Nederlands. Alleen zie ik er net iets anders uit. Ik kan me amper verstaanbaar maken in het Turks en ik kan het lezen als ik mijn best doe. Dat is alles. Soms krijg ik wel eens naar mijn hoofd geslingerd dat ik terug moet naar mijn eigen land, maar dat kan natuurlijk niet. Dit is mijn land. Turkije is het land van mijn ouders, waar ik wel eens op vakantie ben geweest. Bovendien wil ik niet louter gezien worden als afkomstig uit een migrantenmilieu. Ik kom ook uit een arbeidersmilieu, en daar ben ik trots op. Misschien behoor ik tot een pechgeneratie, of een tussengeneratie die de weg moet plaveien voor iedereen die na ons komt. Zodat ook zij hun verhalen kunnen vertellen.”

Wat denk je van Nadia Ezzeroili die onlangs in De Volkskrant schreef dat ze niet langer een Nederlandse wil zijn?

Akyol: “Ik ken Nadia, we zaten samen in de opleiding journalistiek. Ik deel haar bezorgdheid en haar analyse, maar ik ben het niet eens met haar oplossing. Wij zijn deel van deze samenleving. Verdwijnen is geen optie. Ik zou nergens anders kunnen functioneren dan in Nederland. Zeggen dat je opeens geen Nederlander meer bent kan dus niet. We moeten gewoon tonen dat we Nederlanders zijn, door te schrijven, les te geven of als advocaat een rechtszaak te pleiten. We moeten niet kankeren, we moeten tonen tot wat we in staat zijn zodat de volgende generaties zich daaraan kunnen optrekken. Natuurlijk gaat dat gepaard met problemen. Je mag niet verwachten dat alles vanzelf gaat. Dat vergt generaties. Ik ben wat dat betreft optimistischer dan Nadia, of geduldiger. Ik denk dat het uiteindelijk allemaal wel goed komt.”

Bekijkt de modale Nederlander jouw generatie met een mengeling van afkeer, onwetendheid en desinteresse, net zoals de familie van Tess de verteller bekijkt?

Akyol: “Ja, maar die gevoelens zijn wederzijds. Ik zag hetzelfde bij mijn ouders. Zij zijn ook niet geïnteresseerd in andere mensen. En daar zie ik een taak weggelegd voor mezelf. Door middel van mijn boeken kan ik die nieuwsgierigheid misschien wel aanwakkeren en die vooringenomenheid wegnemen. Je zou het een bijvangst kunnen noemen voor mij als schrijver, want daar is het mij niet echt om te doen natuurlijk. Voor mij draait het altijd om literatuur, stijl, humor en verwondering.”

Hoe staat literair Nederland tegenover een schrijver als jij?

Akyol: “Ik heb meer schrijversvijanden dan schrijversvrienden, en dat vind ik goed. Dat betekent dat ik mijn eigen weg ga en authentiek blijf. Ik voel de neiging niet om me aan te sluiten bij een groep en misschien wordt die groep daardoor wel zenuwachtig. Ik voel het ongemak, zeker bij de oudere generatie schrijvers. Zij weten niet hoe ze me moeten duiden. En ik ben veel te veel recht voor de raap denk ik. Vorig jaar ben ik niet naar het Boekenbal geweest. Als je twee of drie jaar geen boek hebt gepubliceerd heb je daar niets te zoeken vind ik. Maar je ziet daar wel mensen rond paraderen die al vijf of zes jaar niets meer gepresteerd hebben. Ik stap dan op hen af en vraag wanneer er nog eens iets van hen uitkomt, en dat vinden ze niet leuk.”

“Goede relaties worden in deze kringen niet beleefd, maar uit een soort overlevingsdrang gesimuleerd,” schrijft u.

Akyol: “Inderdaad, en daar kan ik niet mee overweg. Ik zeg waar het op staat en als iemand iets heeft geschreven wat mij niet ligt zal ik hem of haar dat ook zeggen. Dat is de directheid van de straat die heel diep in mezelf en mijn boeken zit. Al weet ik ook wel dat ik niet zomaar de hele tijd kan lopen roepen wat ik denk. Wil je in Nederland iets te zeggen hebben in de literatuur, dan moet je in Amsterdam wonen. Ik heb het een jaar geprobeerd en ik ben teruggekeerd naar Deventer. Dat literaire wereldje is zo klein en bekrompen. Ook dat moet doorbroken worden, en ik ben blij dat ik tot de generatie hoor die dat zal doen.”

Een paar jaar geleden heb je in De Wereld Draait Door Kader Abdolah zwaar aangepakt omwille van zijn oubollige boeken. Is het nog goedgekomen tussen jullie?

Akyol: “Dat was niet persoonlijk. Ik heb gewoon gezegd dat hij altijd hetzelfde schrijft: een verheerlijking van wat er vijftig of zestig jaar geleden gebeurde in een bergdorp in het vaderland. Ik vind dat een truukje. Het zijn dezelfde mensen die de moskeeën subsidiëren die dat soort boeken geweldig vinden. Ik wil dat mechanisme doorprikken en daarom neem ik zo expliciet stelling in deze zaak: we moeten meer verhalen lezen van mensen met een allochtone achtergrond die hier opgroeien, in plaats van altijd maar weer die schapen en die geiten. Maar voor de rest heb ik geen enkel probleem met Abdolah. Ik wil bijvoorbeeld niet eens weten wie zijn copywriter is en wie die boeken voor hem schrijft. Want dat hij het met zijn gebrekkige Nederlands zelf niet doet, lijkt me voor de hand te liggen.”

 

Verschenen in De Morgen


Laat hier je reactie achter:

1 reactie op “Turis

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.