Ukraine. Une histoire en questions

Dinsdag, 23 augustus, 2022

Geschreven door: Iaroslav Lebedynsky
Artikel door: Jef Abbeel

Vragen en antwoorden over geschiedenis van Oekraïne

[Recensie] Iaroslav Lebedynsky (°Parijs, 1960) komt uit een Russischtalige familie die in 1921 naar Parijs emigreerde. Zijn boek bestaat uit vragen en antwoorden, maar het is chronologisch geordend in tien hoofdstukken, die beginnen met een chronologische tabel.

Het boek begint met de verklaring van de naam Oekraïne en allerlei gegevens over de oppervlakte, de inwoners (78% Oekraïners, 17% Russen), de talen (67% Oekraïens, 24% Russisch).

Het historisch overzicht start in de prehistorie, maar het is herkenbaar vanaf de Oudheid, met de Scythen, Grieken, Goten, Hunnen. Na 455 verdwenen de Hunnen, maar in 1223-1241 kwamen ze terug als Mongolen . De Slavische volkeren arriveerden in de 6de eeuw. In de 9de eeuw kwamen de Varagen (Zweedse Vikingen) erbij en werd Kiev gesticht. In 988 bekeerde Vladimir, vorst van Kiev, zich tot het christendom. De Mongolen maakten een einde aan het Kievse rijk. Het kleine Litouwen veroverde in de 14de eeuw het huidige Wit-Rusland en het huidige Oekraïne.

In 1385 ontstond een dynastieke unie tussen Litouwen en Polen: de groot-prins van Litouwen werd koning van Polen. Roethenië/Oekraïne hoorde hierbij. Maar in 1492 versloeg Moskovië Litouwen, dat gebieden moest afstaan en Ivan III moest erkennen als ‘soeverein van heel Roethenië’.

Hereditas Nexus

In de 14de eeuw ontstonden de kozakken: Turks voor dissidenten, vrije mensen die zich afgescheurd hadden van hun groep. Zij streden tegen de Tataren en de Ottomanen. De periode 1569-1795 krijgt hier zelfs de naam de ‘Kozakse tijd’ (p. 103). In 1654 zwoeren de kozakken trouw aan tsaar Alexis I. De Russen beschouwen dit verdrag nu nog  als de hereniging van Oekraïne met Rusland. Chroesjtsjov vierde de 300ste verjaardag trouwens met de schenking van de Krim aan Oekraïne. In de tweede helft van de 17de eeuw verving de naam Oekraïne die van Roethenië. Moskou heerste over de oostelijke kant van de Dnjepr met Kiev,  Polen over de westelijke.

Ten tijde van Catharina de Grote (1762-1796) werden de zuidelijke steppen veroverd door Potemkin en werd de Krim aangehecht (1783). De kozakken werden ondergebracht bij de ruiterij van het Russische leger. Bij de Poolse delingen werd ook de rechteroever van de Dnjepr  grotendeels aangehecht. Rond 1846 ontstond de patriottische beweging, met als doel het herstel van de taal en cultuur en een onafhankelijke republiek. Deze doelen werden pas in 1991 bereikt. Het was ook de tijd van Taras Tsjevtsjenko (1814-1861), de nationale dichter, die in 1847 gestraft werd met tien jaar legerdienst.

In 1897 telde Oekraïne 87% analfabeten. De economie deed het veel beter, zeker in de Donbas, waar toen 10.000 à 20.000 Belgen actief waren. De periode 1914-121 was zeer woelig en chaotisch. In 1921 hadden de bolsjewieken de macht in Oekraïne en werd de Socialistische Sovjetrepubliek Oekraïne opgericht.

In 1921-1923 werd Oekraïne getroffen door een zware hongersnood als gevolg van de nationalisaties, met 1,5 miljoen doden. De ergste was de Holodomor (hongermoord)  van 1932-1933, die door Stalin bewust georganiseerd werd om de weerstand van de boeren tegen de collectivisatie te breken. En die 4 à 7 miljoen doden veroorzaakte. Bij de grote zuiveringen sneuvelde gans de intellectuele elite. Na de vierde verdeling van Polen in september 1939 kwam westelijk Oekraïne bij de SU. In juni 1940 moest Roemenië zijn Oekraïens deel ook afstaan aan de SU. In beide delen werden de tegenstanders geëxecuteerd of gedeporteerd.

In juni-december 1941 werd heel Oekraïne bezet door de Duitsers. Stepan Bandera e.a. beschouwden hen als bevrijders, maar ze werden zelf opgepakt. Einde 1944 heroverde het Rode Leger heel Oekraïne. Stalin misbruikte de collaboratie om alle 240.000 Tataren van de Krim te deporteren naar Centraal-Azië.

Na de oorlog lag het land in puin: 700 steden waren verwoest, 10 miljoen mensen waren omgekomen of geëmigreerd. Het grondgebied was wel uitgebreid met stukken van Polen, Tsjecho-Slowakije en Roemenië. De te hoge quota veroorzaakten in 1946-47 een nieuwe hongersnood. Intellectuelen en partijleden werden opnieuw uitgezuiverd. De Grieks-Katholieke kerken werden beschouwd als patriottisch en dus ontbonden (tot 1989). Tijdens Chroesjtsjov kwam er meer vrijheid, behalve op godsdienstig vlak. Hij liet Bandera e.a. nationalisten liquideren in Duitsland.

Tijdens Brezjnev werd de russificering weer intenser en werd de Oekraïense cultuur beschouwd als folklore, net zoals die van de andere niet-Russische volkeren in de SU.

Tijdens Gorbatsjov kwam er meer vrijheid: het Oekraïens werd de officiële taal, een deel van de Tataren keerde terug naar de Krim. In 1990 ontstonden nieuwe politieke partijen. Op 24 augustus 1991 verklaarde Oekraïne zich onafhankelijk. Op 1 december 1991 stemde 90% voor onafhankelijkheid, ook de oostelijke Russischtalige gebieden en de Krim. Leonid Kravtsjoek werd tot president gekozen.

Het onafhankelijke Oekraïne kampte met serieuze problemen: de leidende klasse en de oligarchen verrijkten zich, miljoenen inwoners werden armer, de bevolking daalde van 52 miljoen in 1992 naar 45 miljoen in 2019 door minder geboortes en door emigratie.

Jeltsin berustte in de onafhankelijkheid, Poetin niet: voor hem was en is Oekraïne een artificiële staat, met veel Russische gebieden en met het risico een instrument te worden van de EU en van de VS. Bij de Oranjerevolutie van 2004 werd (de vergiftigde) Viktor Joesjtsjenko tot president gekozen. In 2010 was het de beurt aan de pro-Russische Janoekovitsj. Deze liet op 20 februari 2014 op de betogers schieten met 80 doden en 600 gewonden als gevolg. Dan vluchtte hij naar Rusland. Van 2014 tot 2019 was Porosjenko president. In februari-maart 2014 veroverde Rusland de Krim, die overwegend Russischtalig was: 59% waren Russen, 24% Oekraïners die Russisch spraken. Idem voor de Donbas: de inwoners zijn Oekraïners die Russisch spreken. In april 2014 werden met Russische hulp de republieken Donetsk en Loegansk uitgeroepen. Deze verzetten zich tegen Kiev en tegen de promotie van de Oekraïense taal. Er vielen al 14.000 doden.

In Oekraïne steeg de welvaart nauwelijks, de invloed van de oligarchen bleef, de corruptie ook. In 2019 werd Zelensky de nieuwe president met 73% van de stemmen. Hiermee eindigt Lebedynsky.  Hij is heel realistisch: de periode na 1991 ging gepaard met moeilijkheden, maar de bevolking biedt massaal weerstand aan de Russische aanval, het land moet zijn plaats nog vinden tussen het Westen en Rusland.

De geschiedenis van Oekraïne is zeer ingewikkeld, maar de auteur stelt ze objectief en duidelijk voor, in begrijpelijke taal. Elk hoofdstuk begint met een chronologie en bij elk hoofdstuk horen één à twee kaarten. Die kaarten staan achteraan, ze zijn niet in kleur en ze gaan van de verre prehistorie tot nu, maar met te veel nadruk op het verre verleden en te weinig op de periode na 1917. Wellicht wil de auteur vooral benadrukken dat zijn land al lang bestaat en bij Europa hoort.

Op kaart VII (p. 261) zijn de vele Griekse kolonies nauwelijks zichtbaar en op de andere kaarten ontbreken heel wat belangrijke plaatsnamen: Koelikovo, Tannenberg, Perejaslavl, Poltava, Marioepol en Sebastopol.

Op p. 146 en 158-159 mis ik Michailo Verbitsky, de componist van de nationale hymne ‘Oekraïne is nog niet dood’. Deze mocht pas in 1991 vertolkt worden. De zin “Onze ziel en ons lichaam zullen wij geven voor onze vrijheid” komt nu weer van pas in de oorlog.

Hopelijk wordt het boek de volgende keer bijgewerkt met de periode van 2014 tot 2022.

Eerder verschenen op Jeb Abbeel