Utilitarisme

Zondag, 1 mei, 2022

Geschreven door: John Stuart Mill
Artikel door: Karl van Heijster

Gelukkig varken of ongelukkige Socrates?

[Recensie] Wat is het goede? Dat is een vraag waar filosofen zich door de eeuwen heen het hoofd over hebben gebroken. Eén van die filosofen was John Stuart Mill, de aartsvader van het liberalisme. Zijn antwoord borduurde voort op het werk van Jeremy Bentham, die op zijn beurt de aartsvader van het utilitarisme genoemd mag worden. Het antwoord van de utilitaristen is eenvoudig en ergens ook behoorlijk intuïtief: het goede is datgene wat het grootste geluk voor de meeste mensen bevordert. Mill zet zijn eigen ideeën hierover uiteen in een verrassend dun boekje met de toepasselijke titel Utilitarianism, onlangs vertaald als Utilitarisme door Thomas Nys en Henri Wijsbek, en uitgegeven door Uitgeverij Boom in de serie Grote Klassieken.

Mills tekst bedraagt in deze uitgave niet meer dan 70 pagina’s. Desalniettemin weet hij een boel misverstanden over het utilitarisme in dat korte tijdsbestek te ontzenuwen. Zo zouden utilitaristen menen dat geluk gelijkstaat aan de loutere aanwezigheid van genot en de afwezigheid van pijn. Een heroïneverslaafde zou volgens die definitie de gelukkigste persoon op aarde zijn – zo lang diegene onder invloed is, althans. 

Maar die kritiek veronderstelt een notie van geluk die Mill niet onderschrijft. Geluk is niet louter de bevrediging van ‘lagere’ geneugten, meent hij. Integendeel zelfs: de hogere geneugten – genieten van poëzie, bijvoorbeeld, of stimulerende discussies voeren met vrienden – vormen een essentieel van wat geluk betekent voor een mens. Wie ooit een uitdagend probleem heeft opgelost op zijn werk, of zijn partner door een moeilijke periode heeft geholpen, weet dat dat bevredigender is dan je volvreten in een all you can ea-restaurant. Niet voor niets zegt Mill: het is beter een ongelukkige Socrates te zijn, dan een gelukkig varken.

Sterker nog, ook deugdzaam handelen valt onder Mills notie van geluk. Wie goed doet, is een gelukkig mens, want het voelt goed om goed te doen. Met andere woorden: moreel handelen op zichzelf is een van de hogere geneugten. – Waarmee uiteraard niet gezegd is dat een deugdzame handeling louter en alleen goed is omdat het de uitvoerder van die handeling genot bezorgt. De deugd brengt ook anderen genot. Onthoud: utilitarisme gaat over het grootste geluk voor de meeste mensen. De centrale doctrine van het utilitarisme is dat wat verklaart waarom we deugden zien als iets (moreel) goeds. Juist omdat de deugd geluk bevordert, noemen we haar goed. 
Mills doordachte uitwerking van Benthams gedachtegoed is op die manier vandaag de dag nog steeds stimulerend om te lezen. De vorm waarin hij zijn betoog gegoten heeft, kan voor de hedendaagse lezer wel aan de pittige kant zijn. De filosoof schrijft in lange, gedragen zinnen die weinig bevorderlijk zijn voor een al te ontspannen manier van lezen. Gelukkig biedt de uitgebreide inleiding van Nys en Wijsbek – die ongeveer een derde van het hele boek in beslag neemt! – genoeg heldere aanknopingspunten om de tekst mee tegemoet te treden. Ze behandelen bovendien een boel misvattingen die in de loop van de jaren over Mills tekst ontstaan zijn. Daarom is de inleiding op zichzelf al de moeite van het lezen waard.
Utilitarisme is daarom, zeker in deze nieuwe vertaling, een ‘must read’ voor iedereen die zich interesseert voor ethiek. Mills betoog is vandaag de dag nog even relevant als toen het geschreven werd. En de gedachten die erin zijn uitgedrukt, zijn nog altijd stimulerend genoeg om op basis van Mills eigen ideeën te mogen concluderen, dat het opschrijven ervan een goede daad is geweest.

Foodlog

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles