Vaders die rouwen

Vrijdag, 15 juli, 2022

Geschreven door: Carmien Michels
Artikel door: Nathalie Brouwers

Zes verhalen over zware thematieken in diverse vormen. Prachtige metaforen en knappe compositie.

[Recensie] Carmien Michels (1990) brak door met slampoëzie. In 2016 won ze zowel het Nederlands als het Europese kampioenschap poetry slam en bracht ze zo dit genre ook naar het brede publiek. Michels heeft ook al twee romans op haar naam staan (We zijn water, 2013 en Vraag het aan de bliksem, 2015) én een eerste poëziebundel (We komen van ver, 2017). Nu brengt ze met Vaders die rouwen een verhalenbundel die zes korte verhalen bevat over vaders die afzien, en sommige net iets meer dan andere. Soms vanuit het standpunt van de mannen zelf, dan weer door hun dochter, partner of gewoon een reisgenote.  

Het ene sterke verhaal wisselt het andere af. Het eerste is direct een stevige binnenkopper: de vertelster heeft het hierin over haar zwijgzame vader, een medicus die dikwijls op afstand blijft. Bibi, de zus van de vertelster, is bezig met een roman over hun vader, die een familieverhaal met zich meesleept dat zich eerst afspeelt in de vroegere kolonie Congo. Nadat hij werd gebeten door een slang, werd hij alleen terug naar België gestuurd. Zijn adoptieouders bleven achter in Congo. Hij verbrak op zijn beurt de relatie met zijn vader, die hem veel te hardvochtig heeft bejegend tijdens zijn jeugd. De vertelster wil niet dat haar zus haar roman uitbrengt, omdat ze ook met mededogen naar die ‘Groteva’ kijkt die aan het eind van zijn leven is gekomen. In een 50-tal pagina’s krijg je een knap familieverhaal voorgeschoteld waarin de grote gevoelens niet uit de weg worden gegaan en de personages meer en meer beginnen te leven. Op het einde is het niet meer eenduidig wie eigenlijk wie moest beschermen en wie zich zelf moest (terug)vinden. 

De thematiek van deze bundel is zwaar, de vorm is dikwijls anders: het ene verhaal neigt meer naar het absurde dan het andere. En ook de sfeer en de setting zorgen telkens voor afwisseling. Toch is er een lijn te vinden in de metaforen die doorheen de bundel te vinden zijn. Het laatste verhaal Paarden eten mijn dromen op is dan weer erg psychotisch. Een man van wie het dochtertje op sterven ligt, krijgt allerlei psychotische en steeds wildere dromen over paarden binnen, zo wordt zijn lijden wel erg duidelijk weergegeven en is dit bepaald niet subtiel te noemen. Dan was Astrid Lindgren in de Gebroeders Leeuwenhart zachter en subtieler in het betonen van rouw, waarin óók paarden voorkomen. 

Een ander verhaal gaat over een vrouw in de veertig die aan het begin staat van een nieuwe relatie, maar last krijgt met een mysterieuze jonge stalker. De angst die dit oproept, fnuikt uiteraard de jonge liefde. De oplopende spanning in dit verhaal is te voelen tot de laatste zin.
Carmien Michels gebruikt prachtige taal en heeft haar verhalen sterk ineengezet. De lezer krijgt het echter hard te verduren, en zodoende is de bundel misschien nog het beste doenbaar door het verhaal per verhaal binnen te laten. Het is misschien ook niet met ieder verhaal mogelijk om volledig mee te gaan in haar verbeelding maar dat ze krachtig uit de hoek kan komen, is een understatement. Wat deze veelzijdige auteur nog allemaal in haar mars zal hebben, zal de toekomst hopelijk snel uitwijzen. 

Nederlandse Natuurkundige Vereniging

Recensieboek met dank aan https://www.facebook.com/boekensite.gent . Eerder verschenen op Villa Nathalie – Over lezen.