Vergeten dagen

Vrijdag, 7 oktober, 2016

Geschreven door: Eveline Vanhaverbeke
Artikel door: Sarah Verhasselt

Grijze zielen in een pageturner

Het omslag van Vergeten dagen oogt mysterieus en roept meteen de associatie met een Ophelia-achtige figuur op. Een jonge levenloze vrouw, verzonken in haar eigen geheim. Niet door water omsloten, maar door herfstbladeren. Ook bossen kunnen immers gevaarlijk zijn.

In het dorpje W. zijn in 1983 drie mensen verdwenen na een tuinfeest: een professor economie, een meisje van zestien en de tienjarige zoon van de graaf. Gaston, een gepensioneerd politie-inspecteur heeft tijdens zijn carrière nooit vat kunnen krijgen op de zaak. De graaf in het verhaal is een soort 19de-eeuws figuur die een groot kasteel bewoont. Alle dorpelingen voelen het standenverschil glashelder aan. Er heerst dan ook een voortdurend aantrekken en afstoten tussen de hogere, intellectuele mannen van W. en de hardwerkende dorpelingen. Vanhaverbeke maakt dankbaar gebruik van stereotiepe figuren zoals de dokter, de advocaat, de professor, de kruideniersvrouw, de cafébazin en de politie-inspecteur. Het zijn de vaste personages van een dorp die als schaakstukken verschuiven van de voor- naar de achtergrond.

Die aanpak doet enigszins denken aan wat Philippe Claudel deed in Grijze zielen (Les âmes grises). Ook daar spelen een kasteelheer en een politie-inspecteur een belangrijke rol. Terwijl Claudel zijn verhaal liet afspelen tegen de universele achtergrond van de Eerste Wereldoorlog, heeft Vanhaverbeke voor een hedendaagsere aanpak gekozen. Haar stijl is dan ook sneller en directer. Er wordt gegoocheld met verhaalperspectieven en flash-backs. De spanning wordt opgedreven en ongeveer halverwege het boek beseft de lezer dat hij of zij gewoon wil doorlezen. Het enig minpuntje is dat 1983, het jaar van de ramp (in het boek ook altijd cursief gedrukt), iets te recent aanvoelt.

De uitgever heeft deze roman het etiket van literaire thriller opgekleefd. Meestal schept dat enige argwaan, maar in dit geval klopt het wel. Het is geen simpele whodunit, maar een goed uitgekiend verhaal waarin de waarheid een constructie is: “Goed en kwaad als eenheden bestaan niet. Ze vloeien als waterdruppels door elkaar tot je het een niet meer van het ander kunt onderscheiden.” Daarom is Vanhaverbekes roman, net als die van Claudel, bevolkt door grijze zielen.

Kookboeken Nieuws

Eerder verschenen op de Cutting Edge