Voetstuk, De bescheiden oorsprong van de mens

Zondag, 18 september, 2022

Geschreven door: Mark Nelissen
Artikel door: Marnix Verplancke

Wetenschapspopularisering

In zijn nieuwe boek struint gedragswetenschapper Mark Nelissen door Antwerpen en meteen ook door de biologische natuur van de mens.

[Recensie] Op 30 juni 1860 vond in het Oxford University Museum een merkwaardige woordenwisseling plaats. Nadat de Amerikaan John William Draper een paper had voorgesteld waarin hij dieper inging op de invloed van de evolutietheorie op het Europese denken kregen bisschop Samuel Wilberforce en Thomas Henry Huxley  – bijgenaamd Darwin’s buldog – het met elkaar aan de stok. Stamt u langs moeders- of langs vaderszijde af van en aap, hoonde de bisschop, waarop Huxley antwoordde dat hij liever afstamde van een aap dan geassocieerd te worden met iemand die zijn intellectuele gaven misbruikte om de waarheid te verhullen.

Bij het lezen van Mark Nelissens Voetstuk schoot deze historische discussie ons opeens te binnen. In een bepaalde passage beschrijft hij immers een openbare discussie die hij met een geestelijke voerde over de menselijke moraal. Een prachtige gave gods, noemde Gerardus Clericus het, een naam die doet vermoeden dat een en ander misschien wel fictie is, waartegen Nelissen inbracht dat moraal een biologisch gegeven is dat evolutionair te verklaren is, erop gericht de menselijke soort een grotere kans op overleven te geven. De biologische natuur van de mens valt die te ontkennen. Hij is een beest onder de beesten, maar daarom moet hij zich nog niet als een beest gedragen. Vandaar die moraal dus.

Nelissen, emeritus hoogleraar gedragsbiologie en antropologie aan de Universiteit Antwerpen en auteur van boeken als De bril van Darwin en De brein machine hecht grote waarde aan wetenschapspopularisering. Het is dan ook in dat licht dat Voetstuk gezien moet worden. Het is een bundel anekdotes, herinneringen en verhalen die ons confronteren met de biologische aard van ons menszijn.

Heaven

Nelissen hanteert een badinerende vertelstijl die hij verlucht met grappen die soms een nogal hoog opa-gehalte hebben. De lach is een van de knapste sociaal verbindende middelen, schrijft hij, en hij vergelijkt hem met het vlooien bij apen, wat misschien minder met die kleine lastige beestjes te maken heeft dan met het vormen van een persoonlijke band. Op de Antwerpse tram ontmoet hij een oud-studente en samen halen ze herinneringen op aan zijn lessen over de samenhang van de twee hersenhemisferen, een andere keer hoort hij in de auto Meatloafs Paradise by the Dashboard Light en bedenkt hij dat het evolutionair gezien normaal is dat Ellen Foley de zanger vraagt ‘for the rest of my life’ bij haar te blijven. Dat is immers de beste manier om een kroost op veilige wijze groot te brengen. Je wil als vrouw niet dat zo’n man snel weer de hort op gaat. Wanneer hij door de supermarkt loopt filosofeert Nelissen over de gedachteloosheid waarmee we bekende zaken doen, en als hij op de radio hoort hoe naaktfoto’s van een aantal BV’s verspreid zijn via sociale media leidt dat tot gedachtenspinsels over de voor- en nadelen van status. Want het is toch vaak daar dat het schoentje wringt en waarom we zo graag op dat voetstuk staan, omdat ook sociale status evolutionair gezien waardevol is.

Eerder verschenen in Knack