Voortschrijdend inzicht, een biografie van de collectie vormgeving

Donderdag, 16 juni, 2022

Geschreven door: Mienke Simon Thomas
Artikel door: Chris Reinewald

Verzamelingen verzamelen

[Recensie] In het spectaculaire dépôt van het wegens verbouwing gesloten Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen krijgen bezoekers een blik achter de schermen. Hier worden kunstvoorwerpen professioneel op maat en materiaalsoort opgeborgen – niet vérborgen, overigens. Een duiding of een presentatie missen uiteraard.

In haar kloeke afscheidsboek bespreekt Mienke Simon Thomas de 175 jaar bestaande museumcollectie vormgeving en design die zij als conservator zo’n dertig jaar lang tot haar recente pensionering beheerde. Zij volgt hiermee weer een andere, chronologische indeling.

Van 15 op 16 februari 1864 was het na vijftien jaar alweer bijna afgelopen met het Schielandhuis, voorloper van het huidige Boijmans Van Beuningen. Een uitslaande brand legde het museum voor twee-derde in de as. Daarbij smolt de nagelaten collectie oosters porselein van Frans Boijmans tot een – op zich fraai amorfe – klomp. Wat de collectie bevatte? Niemand die het nog weet. Ook de documentatie en correspondentie erbij verbrandden. In het boek stuit de onderzoekster regelmatig op zulke informatieleemtes.

Vaak dolf toegepaste kunst het onderspit bij de vrije beeldende kunsten. Ook directeuren waren – tot in onze dagen – niet overmatig geïnteresseerd in de unieke basiscollectie archeologisch en meer hedendaags  gebruiksgoed. De professionaliteit en onafhankelijkheid van conservatoren verantwoordelijk voor behoud, studie en verwerving van een kunstspecialisme, kreeg pas na halverwege de vorige eeuw een serieuzere invulling.

Nederlandse Natuurkundige Vereniging

Simon Thomas beschrijft nuchter hoe haar vroege voorgangers, niet-academische geschoolde liefhebbers met hun particuliere interesses, vaak benoemd werden als conservator met belangenverstrengelingen van dien. Daardoor verwierf het museum interessante contacten en kregen ze op den duur ook hun privécollectie gegund. Enige selectie bij zo’n verwerving was lang uit den boze. Het was alles of niets.

Pas sinds pakweg de laatste dertig jaar kopen autonomere vormgevingsconservatoren actief unieke stukken aan.

Zijn vaders tegels
De auteur bespreekt acht periodes in even zovele hoofdstukken, gelardeerd met overzichten van verworven collecties. Bij elkaar vormen ze een Rotterdamse lappendeken van gebruiksvoorwerpen en sierobjecten. Simon Thomas vertelt “mensenverhalen”. Pas in tweede instantie duidt ze kunsthistorisch de potten, schalen, kommen, vazen, kasten, sierfiguurtjes in glas, keramiek, metaal, hout en zelfs kant, dat ondertussen weer afgestoten werd. Daarentegen verwierf men pas relatief kort geleden sieraden en mode.

Het museum hield en houdt zich altijd staande in een niet bijster culturele stad. Boijmans Van Beuningen onderscheidde zich van de eerder gevormde collega-musea in Amsterdam en Den Haag door een zekere havenbaronnenmentaliteit met het nodige gemarchandeer, zoals beschreven in Omstreden verleden.

Simon Thomas is discreet over haar eigen rol maar doet niet aan zelfcensuur. Ze beschrijft de eerst vriendelijke dan ruzieachtige verhouding tussen haar voorgangster Dorris Kuyken en de machtige keramiekverzamelaar Van Achterbergh junior. Met als troef de bruikleen van zijn vaders exotische tegelcollectie en zijn eigen hedendaagse keramiek mengt hij zich teveel in het museumbeleid.

Als hij daarop terecht wordt gewezen trekt hij in 1980 halsoverkop zijn vaders tegels uit het museum terug. Simon Thomas stelt streng dat verzamelaars zich niet altijd voldoende realiseren dat het in bewaring geven van hun kostbare kunstwerken ook het museum tijd en geld kost en niet alleen maar voordelen biedt. Zó!

Tegelijk is ze openhartig over interne wreveligheden of over de hippe maar niet altijd leesbare letters van de nieuwe huisstijl. Daarnaast noemt ze – sympathiek – collega’s en beschouwers in het veld.

Het is nu amper voorstelbaar dat het massa- en conceptueel design en mode rond 1990 voor een stroomversnelling binnen het vormgevingsbeleid zorgden. Via innovatieve gast-tentoonstellingsmakers als encyclopedisch filmmaker Peter Greenaway werd de vormgeving gemixt met kunst. Nu speurt men op schilderijen naar vroege gebruiksvoorwerpen die zich in het echt in de collectie bevinden – of omgekeerd.

Omkijken
“Staand in de uitgang” keek Simon Thomas voor dit boek om naar “haar museum en haar tentoonstellingen” – van ambachtelijkheid tot de Nederlandse betrokkenheid bij Bauhaus.

Saillant genoeg zorgden de sluiting van het museum en Covid ervoor dat zij zich geheel aan een minder bekende kerntaak als conservator kon wijden: het beschrijven van de museumcollectie.

Binnenkort gaat ook directeur Sjarel Ex met pensioen. Met een voor het eerst ingrijpend verbouwd Museum Boijmans Van Beuningen begint een nieuwe periode.

Dit “zelfonderzoeksboek” is zonder meer een aanwinst voor de museumstudies op de Reinwardt Academie en vormgevingsbeschouwers maar verdient een breder, zij het vakmatig geïnteresseerd lezerspubliek. Aan de schrijfstijl van Mienke Simon Thomas ligt het niet: die is soepel on-academisch getoonzet.

Voor het eerst verschenen op Alleroogen en Bazarow