Waar gezongen wordt

Dinsdag, 25 januari, 2022

Geschreven door: Shula Tas
Artikel door: Anke Cuijpers

Een schuchter debuut

[Recensie] Stilte is voor een muzikant het aantal tellen voor zijn/haar/hen partituur begint, Ć©n het is de ruimte tussen twee klanken, waarin je de laatste noot hoort resoneren, tot de volgende begint. Shula, het hoofdpersonage, niet de auteur, hoort enkel nog ruis. Ongeordende bewegingen van lucht. Geen stilte, muziek verdraagt ze al helemaal niet meer. Dat maakt de titel van deze novelle, Waar gezongen wordt, een graal die gevonden dient te worden.

Queeste
Met de studie aan het conservatorium heeft Shula nooit meer iets gedaan, tot een opmerking van een buurvrouw haar aanzet tot een zoektocht naar een waarom. Of is het toch de zachte aandrang van haar geliefde, die bij haar is ingetrokken maar zijn spullen niet kwijt kan? In elk geval gaat Shula op haar zolder oude dozen uitpluizen die een schat aan familiegeschiedenis bewaren. Is dit een clichƩmatig uitgangspunt, de familiegeschiedenis waarlangs de auteur ons loodst, is dat niet.

Shula Tas onderzoekt de betekenis van Jood zijn, schaamte en rouwverwerking, onderzoekt vooral ook de zwaarte van deze themaā€™s voor een generatie die de oorlog als geschiedenis kent. Als een verre, een lang voorbije tijd. Dat blijkt makkelijker gedacht dan gedaan. Als Shula op bezoek is bij Simon, die geen Jood van geboorte is, en voor wie die Joodse identiteit als een veilige plek voelt, is ze verontwaardigd. De geschiedenis was voor haar voorouders allerminst veilig. Dan is deze afkomst formuleren als alleen een historisch feit niet langer houdbaar. En reikt precies deze Simon haar de eerste steen van rouwverwerking aan.

Muziektheorie
Het pad naar de graal loopt voor Shula vanzelfsprekend langs herinneringen aan haar tijd als studente aan het conservatorium, de theorie achter de zangkunst. Wat betekent Da capo al fin in dit geheel. Je leest de bladmuziek, zingt of speelt, en begint opnieuw. Vanaf het begin tot het einde. Iets van verwachtingspatronen klinkt door in die herhaling, maakt het zingen of spelen ervan anders. Maar de worsteling van Shula is veelomvattender dan de plaatsbepaling tot wat ik hier, in een alliteratie op een zinsnede uit deze novelle, de genen van de geschiedenis, wil noemen. Ook ten opzichte van de mensen om haar heen, haar geliefde en de buurvrouw, lijkt ze haar plek niet goed in te kunnen nemen. Tegen die buurvrouw bijvoorbeeld eindelijk bekennen dat ze vegetarisch is als zij de zoveelste vleesschotel komt brengen, durft ze niet. Zingen is verbinding maken, ja, maar waarmee?

Archeologie Magazine

Shula Tas schrijft sober, met veel wit tussen de regels. Uit dat wit doemt een cadans op, en het stemgeluid van oma Frieda, die in de kampen zong, als een vorm van troost. Dat particuliere maakt het mooie en leeswaardige onderzoekingen, naar wat de identiteit van je geschiedenis is. Tas probeert de geschiedenis van haar familie ook nadrukkelijk te bevrijden van alleen maar dat ene, dat zware, die diepe oorlogswond. Hun menszijn is meer dan dat geweest. En toch dringen ook hier die herinneringen zich naar de voorgrond, en drukken die herinneringen een stempel op gedrag van generaties later. Het is een paradox die hier wel wordt blootgelegd, maar toch verder niet aangeraakt. Hoe kunnen volgende generaties zich verhouden tot zoā€™n geschiedenis. In de lengte van een novelle is deze vraag waarschijnlijk nooit helemaal te beantwoorden. Tas schreef ook geen filosofisch traktaat maar een verhaal, met een overigens treffend einde. Toch blijf ik op het einde achter met de idee dat Shula Tas over dit onderwerp meer te zeggen en te schrijven heeft. Al met al is dit een debuut dat dan wel rondom een clichĆ©matig gegeven is gestart, maar wel degelijk origineel is, en om een vervolg vraagt.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles