Welkom mijn prooi

Zaterdag, 30 april, 2022

Geschreven door: Tais Teng
Artikel door: Johan Klein Haneveld

Onderhoudende verhalen in een geweldige nieuwe verhaalwereld

[Recensie] Het is geen geheim dat ik liefhebber ben van de verhalen van Tais Teng. Het is mijn overtuiging dat hij van de Nederlandse genreauteurs de levendigste verbeelding heeft. Moeiteloos schudt hij de ene na de andere magische wereld uit zijn mouw en hij vult ze tot de rand met de diversiteit en afwisseling van een echte wereld. Aan ideeƫn geen gebrek. Ook al is hij al lang actief als schrijver (ik weet dat ik als tiener al verhalen van hem las) lijkt zijn fantasie niet geneigd terug te keren naar wat hij eerder verzon. Steeds weer blijken er nieuwe toekomsten mogelijk, nieuwe alternatieve universa, nieuwe fantastische landschappen. Elke keer opnieuw is het een verrassing in welke bizarre omgeving je nu weer verzeild bent geraakt.
Teng weet deze werelden bovendien tot leven te brengen met een groot vocabulaire, waarbij hij niet terug hoeft te grijpen op sleets geworden bijvoeglijke naamwoorden of clichƩs. Hij schrijft bovendien compact. Geen paginalange beschrijvingen, maar precies genoeg om voor de lezer de suggestie te wekken en dan weer verder met het avontuur.

Dat alles geldt ook voor deze bundel. Teng schept een volledig nieuwe verhaalwereld. Een waarbij in het verre verleden koning Salomo in zijn strijd tegen de Djinns het zwaard van aartsengel Michael hanteerde en daarmee een cirkelvormige zee schiep in het Midden-Oosten. In deze zee bleef bovendien magie aanwezig. In deze alternatieve wereld zijn de grote wereldgodsdiensten nooit opgekomen, maar zijn de geesten, reuzenvogels en piraten uit de verhalen van 1001 nacht wel realiteit. Teng leeft zich heerlijk uit in deze alternatieve werkelijkheid, waarbij elk verhaal een nieuw aspect van deze wereld toont. Verschillende karakters komen in meerdere verhalen voor, wat ze een gevoel van eenheid schenkt. De avonturen zijn zoals ik ze herinner van de verhalen van Aladdin en Sinbad: sluwe figuren die de regels van de magie gebruiken en misbruiken, waarbij hoogmoed bestraft wordt, maar een deerne met gazelleogen plotseling de touwtjes in handen kan lijken te hebben. De uitgever sprak over deze bundel als ‘Sword & sorcery’, maar dat is volgens mij een verkeerde kwalificatie – hier geen barbaarse zwaardvechters a la Conan, maar eigenlijk alleen de tovenarij: ‘Sorcery’ dus.

Er waren een paar verhalen die ik vond tegenvallen omdat de wending aan het slot afhankelijk bleek van een magische regel die pas op dat moment werd geĆÆntroduceerd (zoals in het verder sterke ‘Ver voorbij de Brug des Oordeels’). Als zoiets gebeurt heb ik altijd het idee dat de schrijver zich in een hoek had geschreven of het zich te makkelijk maakt. Gelukkig kwam dat niet al te vaak voor.

De meeste verhalen waren heel bevredigend, met name De eierschaalhouwer en de Rukh‘en het slotverhaal Leugens geschreven in profetenbloed dat een geweldige afsluiting vormt van de bundel. Schelpenwoorden, zeewiertaal ging een onverwacht duistere kant op, wat ik heel erg kon waarderen. Wandelen in de maanschaduw, over een schildpaddentemmer verraste me ook. Het openingsverhaal Zielenzijde met de enge Ghuls was ook sterk en las bijna als een Lovecraftiaans horrorverhaal (nu gebruikt Lovecraft ook Ghouls en dus is dat een logische associatie).

Boekenkrant

Veel sterke verhalen dus, met een verbeelding die onder Nederlandstalige genreschrijvers haar weerga niet kent, maar als ik ze zo allemaal achter elkaar lees, met de Ziltpunkverhalen uit Orkaanhoeders en Dijkenfluisteraars en andere bundels in het achterhoofd, valt het me wel op dat ze allemaal een beetje op elkaar lijken. Teng put steeds uit dezelfde archetypen – de handelaar die een slaatje wil slaan, de berooide jongen met grote dromen, het meisje dat zich wil bewijzen op een positie die traditioneel door mannen wordt bekleed. De meeste karakters worden gedreven of door hebzucht of door verliefdheid. Diep bevraagd worden deze beweegredenen niet en er zijn weinig karakters met als motivatie om de wereld ten goede te veranderen of anderen werkelijk te helpen. ‘Schelmenverhalen’ noem ik ze wel eens (niet voor niets schreef Tais Teng met Jaap Boekestein in zijn bundel De ring van Ardek een verhaal over de vos Reynaerde). Niets mis mee natuurlijk, maar voor mij begint het wat eentonig te voelen en zelfs een beetje voorspelbaar. Bij deze setting passen dit soort verhalen natuurlijk uitstekend, maar ik had zelf toch misschien op wat meer diepgang gehoopt. Op deze manier blijft het bij vermaak dat snel vervliegt. Maar hoewel ik de individuele verhalen al snel niet meer zal kunnen navertellen, weet ik zeker dat de wereld van de Cirkelzee me lang zal bijblijven. En dat is ook al heel wat!

Eerder verschenen op Hebban