Witte Oren

Dinsdag, 22 maart, 2022

Geschreven door: Louis van Dievel
Artikel door: Jan Stoel

Het gif van de roddel

[Recensie] Ik kijk steeds opnieuw uit naar ‘de nieuwe Louis van Dievel’. Deze rasverteller schrijft meeslepende romans, die gekenmerkt worden door de vaart waarin hij authentieke, kleurrijke personages met veel gevoel en trefzeker neerzet, waarin humor nooit ver weg is en hilarische situaties sappig beschreven worden. Zijn stijl is vlot, ritmisch en dynamisch, zijn taalgebruik lichtvoetig en beeldend, je ziet de scenes zo voor je. Extra charme krijgen zijn verhalen door het Vlaamse taalgebruik. Als een roman speelt in een kneuterig Vlaams dorp dan hoort daar ook die taal bij. Het geeft zijn romans authenticiteit én voor mij is het net of deze Vlaamse woorden of uitdrukkingen net iets treffender zijn dan ‘Noord-Nederlandse’. Bijvoorbeeld als Lucienne Stassen, de roddeltante uit het verhaal, bediend moet worden staat er: “Wij weten niet wat ze allemaal uit haar botten slaat.”

Keerborstel en plaveien
In Witte oren van Louis van Dievel (1953) buitelen roddel en achterklap, schone schijn, halve waarheden, verdachtmakingen, zwakheden, intriges, afgunst en rancune over elkaar heen. De oorzaak van dit alles is Lucienne Stassen. Zij heeft haar leven lang iedereen bespioneerd. “Altijd stond Lucienne op straat te gapen met haar keerborstel in haar handen. De plaveien voor haar deur zijn helemaal afgesleten van het keren.” Haar man Maurice stierf alleen aan een tumor, terwijl zij voor haar deur de straat in het oog stond te houden. Om tien uur ’s avonds! Na diens dood heeft ze twintig jaar niet gesproken, maar wel alles gezien, gehoord en opgeslagen. Nu ze is terminaal ziek en heeft al ‘witte oren’.

“Als iemand op sterven ligt, verliezen de uitsteeksels van het gezicht hun kleur. De oren, de lippen, de wangen. Dus als van iemand gezegd wordt dat hij – of in dit geval zij – witte oren heeft, wil dat zeggen dat die persoon het niet lang meer gaat trekken.”

Lucienne heeft besloten om zich te laten horen, de vuile was buiten te hangen, wraak te nemen op iedereen. Dat geeft spanning, onzekerheid in het fictieve dorp Kerkevoort, gelegen ergens in de provincie Antwerpen/De Kempen in de buurt van Geel/Herentals. Iedere dorpsbewoner blijkt zo zijn eigen geheim te hebben. Men is doodsbang genoemd te worden door Lucienne want dat kan consequenties hebben. Lucienne geniet van haar wraak en ondanks haar witte oren weigert ze te sterven. Ze heeft immers nog zoveel te vertellen over haar dorpsgenoten: over pornografie, moord, overspel, verkrachtingen, pedofilie. Het gif verspreidt zich onder de dorpelingen.

Schrijven Magazine

De dokter en de pastoor, de wijkverpleegkundige, die Lucienne regelmatig bezoeken, worden benaderd door de dorpelingen om te weten of zij ook ‘genoemd’ zijn, maar ze laten niets los vanwege het ambtsgeheim; ze vormen het geweten van het dorp. In de loop van het verhaal komen daar wel wat barstjes in.

Rollercoaster
Van Dievel bouwt het verhaal fantastisch op. Het begint met een scene waar dorpsgenoten elkaar ontmoeten bij de bakker, dé plek om verhalen/roddels uit te wisselen. Daarna volgt een hilarische rollercoaster van gebeurtenissen, aanvankelijk min of meer onschuldig. Halverwege het verhaal wordt alles ingewikkelder als blijkt dat Lucienne gezien heeft wat ze heeft gezien, maar alleen niet meer weet wie wat heeft uitgespookt. Niets is wat het lijkt? Van Dievel gebruikt fictie om de impact van roddels op een gemeenschap te tonen: men gaat elkaar wantrouwen, zaken worden verdraaid, meningsverschillen die allang bijgelegd leken worden weer manifest en leiden tot verharding, men gaat elkaar zelfs naar het leven staan én er vallen doden. Daardoorheen vlecht de auteur allerlei persoonlijke verhalen van zijn personages. Wat te denken van Jozef van ’t Hof, de rijkste mens van Kerkevoort. Hij is de baas van Recupap – heerlijke naam voor een bedrijf dat handelt in oud papier – en is een vrek pur sang. Op zondagochtend speurt hij de parkeerplaats van de Carrefour af naar verloren muntjes. Hij is tot alles in staat om zijn reputatie hoog te houden. Zijn zwakke plek is zijn dochter Marina, een mannenverslindster die “een probleem heeft met een verdwenen dvd”. Hun handel en wandel meandert door de hele roman en zo geldt het voor alle personages. Gilbert Janssens is er ook zo een, een loodgieter bij wie de testosteron de oren uitspuit en die bij alleenstaande dames in het dorp graag ‘ontstoppingswerkzaamheden’ uitvoert. Hij is gespecialiseerd in massages met een happy end. Maar thuis ‘doet hij het’ daarenboven nog minimaal drie keer met zijn echtgenote. Witte oren laat ook zien wat roddel doet met mensen die absoluut onschuldig zijn. Dan wordt roddel laster.

Een veelheid aan personages passeert de revue. Voor in het boek worden er twintig uitgelicht en op plastische wijze gekarakteriseerd. Zij maken onderdeel uit van het portret van Kerkevoort, belicht vanuit allerlei verschillende perspectieven. De auteur doet dat op een heel natuurlijke manier. Soepel schakelt hij van het ene verhaal naar het andere en ontstaat een coherent en spannend verhaal.

Van Dievel kan een personage in enkele zinnen neerzetten. Marina:

“Het kind combineerde de genetische minpunten van haar ouders: ze was klein en lelijk en nijdig. […] Ze compenseerde haar lelijkheid met een verregaande gewilligheid tegenover mannen.” Of Louis Van Geel, die werkt als planner bij een bouwbedrijf. “Hij vulde zijn dagen met schema’s opstellen die geen enkele onderaannemer ooit naleefde.”

Theater
Ieder hoofdstuk begint met een karakteristieke zin, die in feite de kern van het hoofdstuk weergeeft. Van Dievel is niet alleen een meesterlijk verteller, hij weet ook alle verhaallijnen tot een tragisch-komische geheel te smeden. Hij neemt je mee naar een dorp waar het gif van de roddel zijn tol eist, in een verhaal dat soms onbehaaglijk voelt, maar ook vol medeleven is. Witte oren is 376 bladzijden leesplezier waar de vonken van af spatten. Dompel je onder in het ‘Theater van Kerkevoort.’

Voor het eerst verschenen op De Leesclub van Alles