Zee nu

Dinsdag, 8 maart, 2022

Geschreven door: Eva Meijer
Artikel door: Anke Cuijpers

Klimaatfictie met verhalen als reddingsboei

[Recensie] Het loopt niet goed af in Zee nu, de nieuwe roman van Eva Meijer. Leidraad is de zee, die gewoonlijk neemt en geeft, maar hier alleen maar neemt. Voor wie het werk kent van Meijer, behalve schrijver ook filosoof, zijn het bekende thema’s die in dit verhaal een hechte constructie aangaan: de plaats die de mens ten opzichte van de natuur inneemt, activisme en onze samenlevingsvormen met menselijke en niet-menselijke dieren. Wat echter het meest raakt, zijn de fragiele, spontane relaties die ontstaan in de barre tijd van een ramp van ongekende omvang.

Relativisme
De stijgende zee volgt bijna exact de landsgrenzen. De getijdenbeweging is verdwenen en de zee verschuift elke dag een kilometer meer landinwaarts. Daarmee maakt Meijer van de zee geen bewust handelend, wraakzuchtig organisme. De zee wordt geen magisch personage:

“De zee denkt en voelt niet, tenminste niet op een manier die de mensen als zodanig kunnen herkennen, met hun denken en voelen, dat noodzakelijkerwijze beperkt is want gebonden aan hun fysieke gesteldheid en voorstellingsvermogen.”

Het is simpelweg onbekend wat de oorzaak voor deze stijging is. Goed ingezet is hoe de ramp voor de lezer al snel herkenbare trekjes heeft. De minister-president op de fiets, de complotdenker Grote Willem die het protest aanzwengelt van de blijvers die het stijgen van de zee ontkennen, alhoewel ze het met eigen ogen kunnen waarnemen. Het roept het relativerende gevoel op de ramp te kunnen overzien, omdat je de (af)-loop denkt te weten. Op dezelfde manier reageert de minister-president aanvankelijk. Hij denkt dat het voldoende is gerust te stellen en bezweert in persconferenties dat het zo’n vaart niet zal lopen. Er is altijd een morgen immers.

Wandelmagazine

De wetenschap als basis
Interessant is hoe, net als in de coronacrisis, de wetenschap al snel de macht in handen krijgt. De democratisch gekozen bestuurders worden een uitvoerende macht, geen regerende, en al helemaal geen vooruitziende, instantie. Helemaal hulpeloos zijn ze als de Nederlandse bodem compleet onder water verdwenen is. Een minister van Binnenlandse Zaken heeft dan in de meest letterlijke betekenis geen binnenlandse zaken meer. Nederland wordt vloeibaar, en wetenschapper Steen trekt er met de activistische Arie van actiegroep Zee nu en de jonge Wilg op uit om in dat schimmenparadijs op zoek te gaan naar dierbaren die achterbleven. Steen gelooft dan al niet meer dat de wetenschap nog redding kan brengen, alhoewel ze niet lang aarzelt als de twee jonge vrouwen aan haar deur staan:

“Ze deed haar ogen even dicht en weer open, zag dat het kind met vertrouwen naar haar keek. Het is zo fragiel en sterk tegelijk, vertrouwen, we zouden er huizen mee kunnen bouwen en elkaar ermee kunnen redden, maar in plaats daarvan stellen we het ter discussie en als dat eenmaal begint treedt de erosie in, zijn we elkaar kwijt.”

Tijdens het schrijven van deze roman overleed de vader van Meijer en iets van die persoonlijke rouw is tussen de regels gekropen. Er is in dit gedeelte, waarin de drie vrouwen in hun boot over het verdronken land varen, ruimte voor gevoelens van verbondenheid en rouw. Het idee van de dodenrivier de Styx proberen over te steken, dringt zich hier op. Toch is het geen roman geworden vol treurnis. Het verhaal is doorspekt met sardonische humor, over dodelijke wensballonnen bijvoorbeeld. En er is een pracht van een gimmick rondom de aanbiedingen van de Action, die stunten met prijzige overlevingspakketten.

Volgens Meijer hebben we nieuwe verhalen nodig over het klimaat, over de zee en onze verhoudingen met de flora en fauna om ons heen. We zullen opnieuw moeten leren luisteren naar de zee, in plaats van haar proberen te bedwingen, leren te vertalen wellicht wat ze ons te zeggen heeft. Met Zee nu schreef ze in elk geval zo’n verhaal, dat zowel het hoofd als het hart aanspreekt.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles