Uit de hoek 71: Tjeempie, of de scheet van een opschepper

zondag, 24 juli 2022

Marc Schoorls brutale vrijplaats

[Column] Tjeempie, zo serieus is Campert nooit geweest. Maar het moet me van het hart. Het is ook daarom dat Campert me nooit heeft aangesproken: het is te lichtvoetig en te weinig barok ook. Zoals Kees van Kooten, een geweldig humorist in praxis, dat als schrijver ook is. Als Koot zich autobio graaft (naar de titel van een van zijn verhalenbundels) lijkt hij dat uit louter behaagzucht te doen, zoals een Duitser ten behoeve van zichzelf en zijn bierbuik een kuil graaft aan het strand. Maar de ware schrijver graaft – en dat doorgaans zijns ondanks – een kuil voor een ander. Om er zelf… et cetera. Of hij stuurt (à la Komrij) de lezer met een kluitje in het riet.

Alles is autobiografie, maar autobiografie is zeker niet alles. Ik ken maar heel weinig schrijvers die geen spoortje van zijn of haar leven heeft achtergelaten in zijn werk. Ja, Shakespeare, die bijna onuitstaanbare onbekende die boven alle partijen staat en van wie we zo weinig weten dat er zelfs getwijfeld wordt aan zijn bestaan: dan heb je toch heus een goddelijke status bereikt, nietwaar? Hij lijkt het nergens over zichzelf te hebben, maar dat kan ook zijn doordat hij overal in zijn werk is. (Ongeveer zoals Flaubert dat als ideaal verwoordde: “De schrijver moet in zijn werk zijn als God in de schepping: onzichtbaar en almachtig; men moet hem overal voelen en nergens zien.” Zelf slaagde hij daar met zijn prachtroman met de heel veelzeggende titel L’éducation sentimentale niet in.)

Het is een open deur als the gate of hell dan wel l’origine du monde (zoals verbeeld door Gustave Courbet) maar ja, bien sure, het is welzeker dat de mens zelf bij uitstek het onderwerp van de kunst is. En dat misschien niet eens omdat hij zo door zichzelf geobsedeerd is, als wel dat hij zich met zijn hele schijn en wezen geconfronteerd ziet. De wereld is des Vondels een schouwtoneel, maar ieder voor zich staat koortsig op die planken en vraagt zich af wat hij daar doet en, vooral, hoe daarmee om te gaan. Zo bezien is ieders leven een experiment en zo kan het (pure cliché) bestaan dat elk nieuw leven hoop biedt, al vele eeuwen, terwijl totaal onduidelijk is waaruit die hoop zou moeten bestaan. God en soortgelijke vage figuren zijn de Naam van die heilige geest, die hoop zonder inhoud. En de kunsten reflecteren dat alles – de rest is amusement tegen de klippen op, wat trouwens ook kan samengaan. Kunst is eerst en vooral emotie: een reactie op de zo verwarrende en vaak bedreigende wereld om ons heen. (En de leegte vanbinnen.)

Ahum. Tot zover iets over het genre van de autobiografie.

Wordt Vervolgd

Net zo geldt in de moderne schilderkunst dat het zelfportret wel wordt gezien als het sine qua non. Neem de hedendaagse schilder Philip Akkerman, die zich er uitsluitend op toelegt. Wat triggert hem? Intrigerend. En zo werd een week of wat geleden ontdekt dat Van Gogh achterop het schilderij Hoofd van een boerin met witte muts een zelfportret had gemaakt. Een woordvoerder van het Van Gogh Museum noemde die schets doodleuk belangrijker dan de voorkant! En zo zag ik deze week op Facebook een potloodtekening van de kunstenaar Harm Rutten waarin hij zichzelf vijf keer afbeeldt in een fascinerende collage (https://www.facebook.com/harm.rutten). En daar gaat het me om: het gaat bij dat alles natuurlijk om de stilering, de compositie, noem het: de stijl.

Ja, het is altijd de compositie waar het om gaat. Wat wil de schrijver  of kunstenaar ermee uitdrukken? Want de werkelijkheid, goddelijk dan wel des duivels, is te veelomvattend en te onbenaderbaar. Onze zelfkennis is niet meer dan een verkenning van de raadselachtigheid van ons schokkende bestaan. Het penseel, het potlood en de pen zijn niet meer dan de naald van de seismograaf. Kunst is registratie. Maar dan door een boekhouder met gevoel in zijn flikker. Meer is het eigenlijk niet. Maar meer is er ook niet. Afgezien dan van grote woorden. Waar ik me hier meteen voor excuseer. Want die lopen leeg als je ze doorprikt, vol als ze zitten met ijdelheid, met gebakken lucht. De scheet van een opschepper: die riekt nog het meest. Maar ja, daar kan hij ook niks aan doen: zo is hij geboren. Pas na zijn dood zal worden gezegd dat hij ‘een leegte’ achterlaat. Net als iedereen. En zo is het maar net.        

Van Marc Schoorl (Wassenaar, 1962) verschenen in onder meer De Gids, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer literaire artikelen en beschouwingen. De laatste tien jaar werkte hij vooral aan zijn ‘grote trilogie’ Autobiografie van een romanpersonage. Deel 1 is Zes broers en een zus dat in december 2020 verscheen. Het werd deels als feuilleton gepubliceerd op Bazarow.com.
Deel 2, Zo Vader, zo zoon, is sinds vorig jaar juli verkrijgbaar en deel 3 verschijnt binnenkort. Eind augustus 2021 verscheen Glas in lood, 100 jaar W.F. Hermans.


Uit de hoek 73: The importance of being earnest

zondag, 7 augustus 2022

Marc Schoorls brutale vrijplaats [Column] Tjeempie, zo serieus is Campert nooit geweest. Maar he...


Letterenfonds stelt tien subsidies voor debutanten beschikbaar

woensdag, 3 augustus 2022

Marc Schoorls brutale vrijplaats [Column] Tjeempie, zo serieus is Campert nooit geweest. Maar he...


Bazarow Magazine nr. 14 verschenen

zondag, 31 juli 2022

Marc Schoorls brutale vrijplaats [Column] Tjeempie, zo serieus is Campert nooit geweest. Maar he...


Uit de hoek 72: Een lijdzame literatuur

zondag, 31 juli 2022

Marc Schoorls brutale vrijplaats [Column] Tjeempie, zo serieus is Campert nooit geweest. Maar he...