Als adem lucht wordt

Dinsdag, 27 december, 2016

Geschreven door: Paul Kalanithi
Artikel door: Peter van Kester

Hopen tegen beter weten in

In de zomer van 2016 stierf een van mijn broers. Dertien lange weken lag hij aan de beademing op de intensive care totdat de behandeling werd gestopt. Hij is 62 geworden. Het was een van de redenen waarom ik Als adem lucht wordt wilde lezen. In dit boek beschrijft de talentvolle, in 2015 overleden Amerikaanse neurochirurg Paul Kalanithi, hoe zijn leven kantelde toen er bij hem longkanker werd geconstateerd. Hoe ging hij hier als dertiger mee om? Wat doe je wanneer je zo’n tijding krijgt? Wat blijft dan nog belangrijk, wat niet? Is het überhaupt mogelijk de dood in de ogen te kijken?

Kalanithi stamde uit een familie van medici, maar twijfelt toch lang tussen een carrière als schrijver of arts. Uiteindelijk kiest hij voor een medische loopbaan. Het boek geeft in het eerste deel een ontnuchterend kijkje achter de schermen van een Amerikaans ziekenhuis. Kalanithi doet er zijn opleiding en dat blijkt keihard buffelen. Filosofisch als hij is, beschrijft hij de zegeningen, maar ook de beperkingen en de grenzen van de medische wereld. Ook steeds terugkerende dilemma’s hebben zijn volle aandacht, evenals de soms complexe arts-patiëntrelatie. Het boek is gelardeerd met flarden uit zijn jeugd, zijn studententijd en zijn huwelijksjaren. Zelfs zijn huwelijkscrisis laat hij niet onbesproken. Na een eerste chemokuur lijkt Kalanithi er bovenop te komen en zijn oude bestaan te kunnen hervatten. Hij gaat weer aan het werk en het lukt hem ook weer om te opereren. Zijn vrouw en hij besluiten zelfs een kind te nemen.

Kalanithi schreef Als adem lucht wordt, knap vertaald door Anneke Bok, gedurende de laatste tweeëntwintig maanden van zijn leven. Op zijn laptop. Na zijn dood werd dit bestand door enkele redacteuren tot boek verwerkt. Het is opgedragen aan zijn dochtertje Cady dat acht maanden voor zijn overlijden werd geboren. Prachtig beschrijft Kalanithi de bevalling en de wanhoop en hoop van zijn slopende ziekte. Hij citeert dichters die hem dierbaar zijn (vooral T.S. Eliot), mijmert over ambitie, tijd en over de relatie tussen religie en wetenschap en de betekenis van beide. Hij is kerkelijk, maar stelt ergens dat poëzie hem meer sterkt dan de Bijbel. Uiteraard ontdekt ook Kalanithi niet de antwoorden op de laatste vragen. Maar hij blijft zoeken en spaart zichzelf niet. Hij verliest ook zijn gevoel voor humor niet. Toen hij zijn terminale diagnose kreeg, e-mailde hij een vriend: “Het goede nieuws is dat ik al ouder ben geworden dan twee Brontë’s, Keats en Stephen Crane. Het slechte nieuws is dat ik niets geschreven heb.” Interessant is ook dat bij arts Kalanithy de rollen van behandelend arts en patiënt door elkaar lopen. Pas tegen het einde lijkt hij zich volledig te kunnen overgeven aan zijn oncoloog.

Hartverscheurend is de epiloog, geschreven door Kalanithi’s vrouw Lucy. Hoe zijn toestand snel verslechtert en hij uiteindelijk niet meer geïntubeerd wilde worden. En hoe hij omringd zijn dierbaren sterft. Volgens zijn vrouw beschreef hij niet het sensationele van het sterven, noch spoorde hij aan tot een pluk-de-dag-houding. Hij lijkt alleen maar te willen zeggen: dit is je voorland. Een voorland dat hij moedig bereisde. Het boek lezend was het alsof ik het afscheid nemen van mijn broer opnieuw doormaakte en een stapje in de verwerking zette. Knap als een boek dat kan teweegbrengen.

Geschiedenis Magazine

Voor het eerste gepubliceerde op De Leesclub van Alles


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.

Boeken van deze Auteur: