Bijbel NBV21 Standaardeditie met DC

Zondag, 12 december, 2021

Geschreven door: NBG
Artikel door: Anne-May Wachters-van der Grinten

Nieuwe Bijbelvertaling brengt Christenen en Joden niet bij elkaar

[Column] De nieuwe Bijbelvertaling is een stap terug in de tijd als het gaat om het anti-joodse geluid te begrijpen dat we lezen in het Nieuwe Testament. Het zal de relatie christendom-jodendom geen goed doen. In de Bijbelvertaling van 2004 kregen de Bijbelonderdelen een inleiding, en dus ook de vier evangeliĆ«n. Bijzonder was dat in de inleiding van de evangeliĆ«n van MatteĆ¼s en Johannes voor het eerst, zij het heel voorzichtig, werd aangegeven dat de ruzies tussen christenen en joden zich afspeelden in de tijd van de auteurs. Zo werd er gezegd in de inleiding tot MatteĆ¼s:

“[…] Tegelijkertijd blijkt uit een aantal plaatsen dat de verhouding tussen jodendom en christendom ten tijde van het schrijven gespannen was: tegenstellingen worden scherp neergezet.”

Bij het evangelie van Johannes staat:

“Een opvallend aspect van het Johannes evangelie is dat in sommige passages Joden tamelijk negatief afgeschilderd worden. Sommigen stellen dat deze passages in het bijzonder betrekking hebben op Joodse leiders. Anderen zien ze als een weerspiegeling van de verslechterde verhouding tussen Joden en christenen aan het eind van de eerste eeuw.”Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā 

Wordt Vervolgd

De samenstellers van deze inleidingen gaven aan dat de schrijvers van de evangeliĆ«n hun eigen ruzies en problemen uitvochten met de ā€˜ongelovigeā€™ joden en deze conflicten terug plaatsten in de tijd van Jezus. Niet zozeer om de lezer te bedriegen, maar omdat de schrijvers het verleden interpreteerden zoals het naar hun mening had moeten zijn. Onderzoekers hebben inmiddels de uitspraken van Jezus in de evangeliĆ«n geanalyseerd, en in drie lagen uiteen gelegd: een eerste laag met daarin authentieke uitspraken van Jezus, een tweede laag met uitspraken waarin een mengeling van een authentieke Jezus-tekst en redactionele tekst staat, en tenslotte uitspraken en teksten die geheel als redactioneel worden gezien.

In het vervolg van de geschiedenis zijn de evangeliĆ«n echter steeds letterlijk gelezen en zijn alle uitspraken en venijnige woorden van Jezus tegen zijn joodse leiders en zijn eigen joodse volk, de geschiedenis ingegaan als waarachtige uitspraken van Jezus. In MatteĆ¼s 23.33 noemt Jezus de FarizeeĆ«n zelfs ā€˜slangenā€™ en ā€˜addergebroedā€™ en in een gesprek met een aantal joodse mensen in het Johannes evangelie worden hem de woorden in de mond gelegd: “Uw vader is de duivel, en u doet maar al te graag wat uw vader wil” (Joh. 8.44). Deze woorden passen geheel niet bij de eenvoudige prediker uit Galilea die sprak over naastenliefde, barmhartigheid en ā€˜keer de andere wang toeā€™.

Ook het relaas over de kruisiging van Jezus wordt in de evangeliĆ«n uitgelegd als een bewuste misdaad van het joodse volk. Met een vriendelijke Pilatus die tegen hen zegt dat hij in Jezus geen schuld vindt, en dat zij, de joden, hem zelf maar moeten kruisigen (Joh. 19.6). Maar Pilatus was in werkelijkheid een wrede man en haatte het joodse volk. De joodseĀ  geschiedschrijver Josephus beschrijft in zijn boek De Joodse oorlog (circa 75 n.C.) de beledigingen en provocaties van Pilatus. In sommige gevallen vielen er zelfs doden. Moderne studies bevestigen dat beeld. Het blijkt dan ook dat Rome genoeg van hem kreeg en in 36 na Christus is Pilatus door keizer Tiberius teruggehaald naar Rome. De mildheid van Pilatus in de evangeliĆ«n is een politiek argument. De christenen en met name de joodse christenen, wilden duidelijk maken aan de Romeinen dat de Joodse Oorlog van 66-70 n.C. een kwestie was geweest van joodse opstandigheid waar zij, christenen, niets mee te maken hadden.

De aanzet in de toelichtingen op de Bijbelvertaling van 2004 is dus te zien als een eerste poging om duidelijk te maken dat de conflicten tussen Jezus en de joden zich zoā€™n 40 tot 80 jaar na de dood van Jezus afspeelden. Teleurstellend is dan ook dat in de standaard uitgave van de NBV21 geen inleidingen staan. In de luxere uitgave, NBV21 met cultuurhistorische inleidingen, krijgen de evangeliĆ«n een gezamenlijke introductie. Helaas wordt daarin met geen woord meer gerept over die eigentijdse conflicten tussen christenen en joden. Het onderscheid tussen de werkelijkheid in de tijd van de schrijvers en de werkelijkheid in de tijd van Jezus wordt niet gemaakt.

Het voelt als een grote stap terug. Het houdt het eeuwenoude misverstand, als zouden de joden Jezus hebben verraden en vermoord, in stand. De kerken hebben inmiddels allemaal op de een of andere manier erkend dat hun houding ten opzichte van het joodse volk en de strenge anti-judaĆÆsche wetgeving die daar het gevolg van was, fout is geweest. Maar de beschuldigingen aan de joden in de evangeliĆ«n staan er nog steeds. Een blijvend historisch kader ter inleiding van deze heilige geschriften zou veel vooroordelen wegnemen.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Anne-May Wachters-van der Grinten is godsdienstwetenschapper, zij schreef recent het boek: De Erfenis van Pilatus, van anti-judaĆÆsme naar antisemitisme