Can a City Be Sustainable?

Maandag, 24 oktober, 2016

Geschreven door: Worldwatch Institute
Artikel door: Rijkert Knoppers

Deel 3: Energiezuinige gebouwen

Dit is het derde en laatst artikel in een reeks van wetenschaps- en techniekjournalist Rijkert Knoppers over verschillende aspecten van de duurzaamheid van moderne steden. Deel 3: Energiezuinige gebouwen: nieuwbouw en renovatie.

[Recensie] In vrijwel elk Europees land zijn ze te vinden, de passiefhuizen. Met een energieverbruik van hooguit 15 kWh per vierkante meter per jaar behoren de woningen tot de meest zuinige van dit moment. Zo verbruikt een Nederlands passiefhuis vier keer minder energie dan een Nederlands nieuwbouwwoning uit 2011, wat maakt dat de uitstoot aan CO2 hooguit de helft is van een gemiddelde nieuwbouwwoning. De energetische winst is voor het grootste deel behaald door de uitstekende isolatie, gecombineerd met het passief benutten van zonne-energie.

Het principe van dit soort woningen is in de jaren zeventig ontwikkeld door de Zweedse hoogleraar Bo Adamson. Sinds de oprichting in 1996 van het Passiv Haus Institut in het Duitse Darmstadt is de populariteit van dit concept sterk toegenomen. Inmiddels zijn er wereldwijd minstens 40.000 van dergelijke woningen gerealiseerd.
Ook in noord Amerika mag het passiefhuis inmiddels op groeiende belangstelling rekenen, zo vermeldt het jaarboek Can a City Be Sustainable? van het Amerikaanse Worldwatch Institute. Omdat de geografische ligging bepaalt hoeveel zonne-energie kan bijdragen aan de verwarming van de woning, zijn de normen waaraan passiefhuizen moeten voldoen per land verschillend. Opvallend is verder dat er in de Verenigde Staten een groeiende belangstelling is ontstaan voor het renoveren van bestaande gebouwen. Bij gerenoveerde overheidsgebouwen is het bijvoorbeeld gelukt om het energieverbruik met 29 tot 48 procent omlaag te schroeven. Maar het kan nog beter, zo blijkt uit recent onderzoek van het National Renewable Energy Laboratory in Colorado, wat duidelijk maakt dat het mogelijk moet zijn om bij conventionele gebouwen 67 procent energie te besparen.

Rol overheid
Maar de totstandkoming van passiefhuizen en andere energiezuinige woningen gaat niet vanzelf, vaak moet de overheid op dit gebied het voortouw nemen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de gang van zaken bij het Duitse stadje Freiburg. Hier is bij wet bepaald dat de maximale hoeveelheid primaire energie bij nieuwe woningen hooguit 55 procent mag bedragen van de heersende normen op dit gebied, het verlies aan transmissiewarmte mag hooguit 70 procent bedragen van de nationale norm.

TijdvoorTijdschriften

In de wijk Vauban van Freiburg is de keuze gevallen op passiefbouwen. In combinatie met een optimale inzet van zonne-energie produceren sommige woningen zelfs meer energie dan het eigen verbruik. Naast energiebesparing staan in deze wijk ook andere ecologische maatregelen hoog op de agenda, zoals het toepassen van grasdaken, de opvang van regenwater en het zorgen voor begroeiing tussen de huizen om een positief microklimaat te realiseren. Inmiddels heeft Freiburg een Perspektivplan ontwikkeld, dat de ontwikkeling van de stad bediscussieert, en ideeën lanceert over hoe de stad de komende 15 jaar kan groeien zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid. De discussie gaat daarbij niet alleen over wonen, maar ook over het gebruik van land, mobiliteit, biodiversiteit en sociale zaken.

Niet altijd zien bewoners het belang van energiebesparing in, stelt Gregory Kats, directeur van een op duurzaamheid gericht investeringsmaatschappij. Een belemmering voor veel mensen is dat zij geen realistisch beeld hebben over de terugverdientijd van energiebesparende maatregelen: in het algemeen verwachten particuliere investeerders dat de investeringen in energiezuinige maatregelen in hooguit 2 jaar zijn terugverdiend. Hoogste tijd om deze hooggespannen verwachtingen ten aanzien van de terugverdientijd van efficiencymaatregelen bij te stellen, zegt Katz in zijn bijdrage aan het jaarboek van het Worldwatch Institute, al was het maar omdat het besparen van energie de meest kosteneffectieve manier is om CO2 binnen de gebouwde omgeving te reduceren. Katz haalt in dit verband met instemming de aanpak van het Riga gevestigde energieservicebedrijf RenEsco aan, dat erin geslaagd is om 15 appartementengebouwen in Letland drastisch te renoveren. Dankzij onder meer energiebesparende maatregelen en een energiemanagementsysteem ging het energieverbruik met 45 tot 65 procent ten opzichte van de oude gebouwen nar omlaag. De terugverdientijd van de energiezuinige maatregelen van 9 tot 10 jaar lijkt misschien lang, maar volgens een energiedeskundige staat daar een enorme energiewinst tegenover. Als alle vergelijkbare woningen dit voorbeeld zouden volgen zou Letland 40 procent minder gas uit Rusland hoeven te importeren.

Eerder verschenen op Duurzaam Gebouwd