Circusnachten

Vrijdag, 5 juni, 2020

Geschreven door: Angela Carter
Artikel door: Tea van Lierop

Wervelende reis tijdens het Fin de siècle

[Recensie] Na Het nichtje van de poppenspeler is dit het tweede boek van Angela Carter dat ik las. De twee hebben overeenkomsten met elkaar, je herkent de stijl en de thema’s in beide boeken. Circusnachten past in de categorie overtreffende trap, net een treetje meer dan het prachtige sinistere Het nichtje van de poppenspeler. Deels ligt het aan de omvang, Circusnachten heeft beduidend meer pagina’s, maar belangrijker is het veelomvattende, uitwaaierende verhaal. En vooral is er een flinke portie exotisme dat het verhaal kleur, geur en vaart meegeeft. Het hoofdpersonage Fere, haar echte naam is Sophie,  is een trapeze-artieste met een wel zeer bijzonder uiterlijk; zowel haar verschijning als haar afkomst is extravagant en dat vindt ook journalist Jack Walser. Hij wil haar verhaal optekenen en raakt zo verweven  met haar leven dat hij zich aansluit bij het circus. Lizzie is de vrouw die zich ontfermde over het kleine weesmeisje Sophie. Het bordeel is de plek waar Sophie opgroeit.

In drie delen mogen wij genieten van hun lotgevallen, elk deel heeft zijn geografische bestemming. Deel een speelt zich af in Londen, het tweede deel in Petersburg en het laatste in Siberië. Fere is dus een extravagante verschijning, ze heeft vleugels en is reusachtig van gestalte. Terwijl zij Walser haar levensgeschiedenis vertelt komen wij te weten hoe ze ontdekte dat ze vleugels ontwikkelde en probeerde te vliegen. Hierbij is de associatie met Icarus snel gelegd, ook die wilde vliegen, maar was te hoogmoedig en moest het afleggen tegen de hitte van de zon. Met Fere verloopt het anders maar ook zij vreesde het ergste toen haar vleugels het dreigden op te geven bij een van haar eerste vluchten. Bij eerdere pogingen viel ze nog als Lucifer… nadat ze even het zweefgevoel ervaren had.

“Wat kon mij die bloedneus schelen, meneer?’ riep Fere hartstochtelijk, want gedurende een kort moment – een tijdsspanne, een hapering zo vluchtig als een Franse klok, als die gewerkt had, het met zijn onhandige tandraderen en veren nooit had kunnen registreren, gedurende een fractie van een ogenblik, niet langer dan de kortste vleugelslag van een vlinder….was ik blijven zweven.”

Veren, vleugels, eieren zijn een greep uit de vele motieven in dit dichtgeweven verhaal. Ze komen terug en zoals eieren uitgebroed worden, worden verhalen in dit boek geboren uit verhalen. Wat dat betreft is de rol van Walser ook zo prachtig, van een buitenstaander wordt hij via zijn liefde voor Fere het verhaal ingetrokken en ontstaat een extra laag die zorgt voor flink wat spektakel. Er gebeuren veel bizarre zaken, de auteur haalt alles uit de kast om de vaart erin te houden. Geweld, seks en circusdieren zijn maar een paar ingrediënten om het boek zo fabelachtig mooi te maken. Oplichters zijn overal en van alle tijden, maar iemand die overlijdensadvertenties bestudeert en vervolgens zijn slachtoffers zorgvuldig uitzoekt is wel erg doortrapt. Hij laat de nabestaanden denken dat hij de overledenen kan laten zien. Een verkleed meisje doet dienst als dode.

Ons Amsterdam

Het circus trekt voort en allerlei dieren en mensen treden op. Niets is Carter te gek, surrealistische beelden wisselen elkaar af en ze zijn zo beeldend beschreven dat ze amper surrealistisch lijken. Een heerlijke reis langs plekken die je in het echt niet eens wilt tegenkomen, maar in fictie zeker wel.

“Bij aankomst tilde de nog enige levende olifant met zijn laatste krachten een kapotte kast met zijn slurf op en slingerde die in de richting van het bos, waar de kast een hagelbui van peper – en zoutvaatjes en azijnflesjes om zich heen verspreidde. Daarna viel de olifant onder het uitstoten van een hartverscheurend getrompetter dat in de onmetelijke verte wegstierf op zijn zij, niet langzaam, niet in etappes, maar in één keer met een doffe dreun op de smeltende sneeuw.”

Tijgers, olifanten, een treinreis in Siberië met gevolgen, een varken met voorspellende gaven etc. vullen de een na de andere pagina en tussen al deze dierlijke en clowneske grappen en grollen is wel degelijk een serieus thema aan te wijzen. Fere is een enorm sterke vrouw, niet alleen fysiek, maar mentaal staat ze ook haar ‘mannetje’. Carter gebruikt in haar roman een aantal keren kariatiden in haar beschrijvingen, dit versterkt het beeld van het hoofdpersonage: Fere als prachtig monumentale persoonlijkheid die haar dierbaren tot steun is. Misschien bedoelde de auteur dat niet zo, maar het beeld past wel bij haar karakter.

Zoals de titel van de recensie al zegt, het verhaal speelt zich af aan het einde van de negentiende eeuw. De klok en de tijd zijn eveneens motieven en passen goed bij het tijdsbeeld. Het is een onrustige tijd, op dat moment is er geen oorlog, men geniet van de vele moderne uitvindingen en er heerst een verwachtingsvolle sfeer. Carter geeft die tijd heel goed weer, ook door een deel van het verhaal in het tsaristisch Rusland af te laten spelen.

Het voorwoord van Sarah Waters las ik achteraf. Soms is het jammer om alvast in een richting gestuurd te worden, maar dit voorwoord is prima vooraf te lezen. Zij roemt Carters schrijfkunst en dicht haar optimisme toe die Groot-Brittannië hard nodig had in de tijd van Margaret Thatcher. Deze betoverende roman is een indrukwekkende leeservaring, zorgt voor uren leesgenot en doet verlangen naar meer Angela Carter.

Eerder verschenen op Metdeneusindeboeken